COLUMN – Bericht uit Saba

In de zondagse estafette-rubriek ‘Bericht uit…’ belichten columnisten uit de Caribische delen van het Koninkrijk bij toerbeurt de kanten van hun eiland waarvan zij vinden dat die de aandacht van alle koninkrijksburgers verdienen. Vandaag komt het bericht uit Saba.

Ayo Saba!

Door Jessica Besselink

Het was een eer om er te hebben gewoond. Twee en een half jaar lang mocht ik Saba mijn thuis noemen. Saba heeft me verrast, verrijkt en verwonderd. Op slechts 13 km² vind je zeven ecosystemen en een diverse populatie van 2.000 inwoners. Vorige maand keerde ik terug naar mijn geboorte-eiland Aruba, met liefde terugkijkend op deze bijzondere tijd. Het leven op Saba voelt alsof je in een filmdecor leeft: de groene bergen, de meanderende weg, de dramatische hellingen en dieptes, de langzaam optrekkende mist, de witte huisjes. Een adembenemend landschap dat elke dag opnieuw betovert.

Saba zal door zijn unieke geografische kenmerken nooit een ‘Caribisch waddeneiland’ zijn – een term die ik op mijn kantoor hoorde en bijna van mijn stoel deed vallen. Niet alleen omdat het zo’n absurde uitdrukking is, maar juist omdat ze de realiteit akelig raakt. Op Bonaire zie je wat er gebeurt als de lokale bevolking over de voeten wordt gelopen: taal, ruimte, topposities en identiteit raken steeds verder onder druk. De ontoegankelijkheid van Saba en het ontbreken van witte stranden zijn juist een voordeel in deze context. Wat ik niet zal missen, onthult juist de spanning tussen een complex systeem en een klein, kwetsbaar eiland. Wat betekent dat als je de lasten van het systeem wel voelt, maar de lusten vaak niet? Het resultaat is structurele ongelijkheid binnen het Koninkrijk.

Neem iets ogenschijnlijk simpels als pinnen. Er zijn pinautomaten van twee verschillende banken op het eiland. Voor cash ben je dus afhankelijk van deze twee automaten. De realiteit is dat je meer kans maakt om geld te krijgen uit een slotmachine in een willekeurig casino dan van de pinautomaat in The Bottom. Die is vaker stuk dan dat ‘ie het doet. Als je pech hebt, slikt hij je pinpas in, en duurt het weken voordat de nieuwe pinpas uit Bonaire aankomt. Online banking is een grap als je internationale fees moet betalen om geld te sturen tussen die twee lokale banken. Structureel niet kunnen pinnen, raakt je waardigheid, vooral als je op de pof moet kopen. Maar saamhorigheid wint: iedereen heeft er last van, dus we accommoderen elkaar. Zullen de beloofde Nederlandse automaten ook daadwerkelijk komen? De toekomst zal het uitwijzen.

En dan het onderwijs. Beide scholen zijn als onvoldoende beoordeeld. De organisatie kende ernstige structurele problemen: gebrek aan toezicht, financiële transparantie en sturing. Daarbij voelen de scholen op de BES-eilanden de gevolgen van een arbeidsmarkt die anders is dan in Nederland. De cao’s zijn niet gelijkwaardig, vakbondsonderhandelingen niet aanwezig. Dat raakt het onderwijs. Het zijn niet de toegewijde mensen voor de klas, die keihard werken en vaak meerdere petten dragen, maar het systeem dat tekortschiet. Deze verschillen maken het moeilijk om onderwijs op gelijke voet te brengen en bevestigen het gevoel van ongelijkheid binnen het Koninkrijk. Op een klein eiland is er geen keuzevrijheid – niet voor ouders, en niet voor de inspectie. Er wordt intussen met inzet door bestuur en teams gewerkt aan het herstel van de basis na structurele tekortkomingen.

Sinds 1987 is Engels op Saba de instructietaal, een vooruitstrevende keuze van de eilandsraad die het belang van de lokale taal onderstreept. De meeste leerlingen spreken Sabaans Engels als moedertaal, een waardevolle, unieke variant die hun culturele identiteit weerspiegelt. Ze doen examens via het Caribische CXC-systeem, dat aansluit bij hun moedertaal en de regionale context. Toch wordt tegelijkertijd de Nederlandse taal-eis op B2/B1-niveau opgelegd, een norm die niet past bij hun situatie en duidelijk maakt hoe het onderwijssysteem onvoldoende aansluit bij hun behoeften. Daarnaast is er geen passend examen beschikbaar voor jongeren die Nederlands als vreemde taal leren; zij moeten een Vlaams volwassenenexamen afleggen, dat is bedoeld voor volwassen leerders van het Nederlands.

De ongelijkheid zit ‘m erin dat alleen leerlingen met een Nederlandse ouder of die langer in Nederland gewoond hebben, reële kans maken de B2-eis te halen. Gewone Sabaanse kinderen, die slechts vier uur per week Nederlandse les krijgen op de middelbare school, zullen dit vrijwel zeker niet redden – nieuwkomers al helemaal niet. Dit creëert een situatie waarin niet talent of inzet, maar achtergrond en leefomstandigheden bepalen wie voor een diploma slaagt. Dat is geen gelijke kansen, maar structurele ongelijkheid. Na het zomerreces volgt een rondetafelgesprek over de instructietaal op de Caribische eilanden, waarnaar met angst en beven wordt uitgekeken vanaf de eilanden: Waar gaat het moederland nu weer mee komen?

Saba is geen gemakkelijke plek. Wat ik meeneem is meer dan herinneringen. Het is de overtuiging dat gelijke rechten, fatsoenlijke voorzieningen en passend onderwijs geen luxe mogen zijn, maar een basis. Voor elk kind. Op elk eiland. Binnen één Koninkrijk. Want autonomie begint bij erkenning. En erkenning begint bij luisteren.

error: Deze inhoud mag niet gekopieerd worden.