Nog twee nachtjes slapeloos de uren tergend traag horen wegtikken. En dan? Wie dat vraagt, maakt vast geen deel uit van het wereldje dat zich ledig houdt met het bevorderen van “kennis en bewustwording, erkenning en herdenken en een beter begrip van de doorwerking van het trans-Atlantisch slavernijverleden en de verwerking daarvan.” Want wie dat wel doet, kijkt reikhalzend uit naar het moment waarop a.s. maandag om stipt 09.00 uur Nederlandse tijd aanvragen kunnen worden ingediend voor een bijdrage uit het slavernijfonds. Er wordt zo’n grote toeloop verwacht dat het uitdelen van subsidies wordt uitgesmeerd over acht tijdvakken tot ver in 2028.
Alleen al vanuit het Caribische deel van het Koninkrijk wordt gerekend op ruim 1.350 aanvragen. Daarvoor is in totaal 29.333.333 miljoen euro beschikbaar. Hè, het kabinet Rutte had toch 200 miljoen uitgetrokken voor het slavernijfonds, waarvan 100 miljoen voor maatschappelijke initiatieven, gelijkelijk verdeeld over Europees Nederland, de Cariben en Suriname? 100 gedeeld door 3 is nog altijd 33.333.333 euro en nog een paar cent… Klopt, maar bij het uitwerken van het distributieplan, werd ontdekt dat met de uitvoering meer geld is gemoeid dan de 3,2 miljoen waarmee rekening was gehouden. Kortom: aan het beoordelen van aanvragen en de verdere afhandeling gaat inclusief de uitvoeringsorganisatie ]12 miljoen en één euro op.
Van de beloofde 100 miljoen blijft dus 87.999.999 over voor het eigenlijke doel. Oh nee, toch niet! Want het formuleren van een subsidieaanvraag is ten gevolge van de Hollandse regeldrift gaat de meeste, grotendeels uit vrijwilligers bestaande organisaties boven de pet. Daarom staat het organiserende ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties toe dat de aanvragers deskundige assistentie inhuren voor het vinden van de weg in het Haagse doolhof van formulieren. Daar heeft het departement een heuse titel voor: de “subsidie-adviseur”.
Had Tweede Kamerlid Peter van Haasen (PVV) het laatst niet over een verdienmodel? In al zijn goedheid is BZK – gewend als men daar is aan gepeperde consultantsrekeningen – bereid het honorarium van de subsidiologen te vergoeden, al moeten die niet, zoals ze gewoon zijn, het onderste uit de kan vragen. Voor het te vergoeden uurtarief geldt een maximum van 135 euro. Met het papierwerk is bij de kleinere projecten al gauw 10 uur en bij de grotere (oplopend tot een half miljoen euro) heel wat meer gemoeid. Voor je het weet is er zo weer 2 miljoen vervlogen.
Resteert er nog altijd 86 miljoen (zoveel heeft de bijzondere gemeente Bonaire niet eens op de bankrekening staan). Helaas, de “Tijdelijke regeling van de Staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Digitalisering nr. 2024-0000349322, houdende subsidie voor maatschappelijke initiatieven trans-Atlantisch slavernijverleden voor het Caribisch deel van het Koninkrijk” houdt er tevens rekening mee dat aanvragers kosten moeten maken voor reizen, catering en kantoor etc. Daarom hoeft er over 15% van de toegekende subsidiebedragen geen verantwoording – zoals bonnetjes – te worden overlegd. Goed voor 13,2 miljoen.
En dat is exclusief de 10.000 euro die de ontvangers van grotere bijdragen mogen spenderen aan een accountant. Kost zo maar weer 4 miljoen. Tenslotte: de eerste categorie subsidies waarvoor de aanvraagtermijn maandag opent, is niet bedoeld voor het organiseren van slavernijprojecten, maar voor “het versterken en professionaliseren” van organisaties, waaronder het volgen van een training of het bouwen van een website vallen. Het ministerie rekent uit deze categorie op 216 aanvragen, dus kan er nog eens 2,16 miljoen worden afgeschreven.
Toegegeven, het is een rekensom die het niveau van de ‘achterkant van de sigarendoos’ niet overstijgt, maar van de 100 miljoen van Rutte blijft achter de komma niet veel meer dan 65 miljoen over. Waarvan 21.666.666 miljoen voor het Caribische deel van het Koninkrijk. Oftewel 3,6 miljoen per eiland die kan worden besteed aan concrete activiteiten.
Valt er met terugwerkende kracht toch wat te zeggen voor de suggestie van het Tweede Kamerlid Joost Eerdmans (JA21) dat die 100 miljoen beter besteed had kunnen worden door op scholen meer aandacht te besteden aan het slavernijverleden en de doorwerking daarvan in het heden. Terzijde: Eerdmans is het levende bewijs dat het daar aan schort en hij is lang niet de enige. Dus mag er van Kadushi, als dat nodig is om het goed te doen, voor dit doel best 200 miljoen of nog meer naar het onderwijs. Als daarvan maar geen cent in de diepe zakken van subsidie-adviseurs en andere graantjemeepikkers verdwijnt.
Om met iets luchtigers te eindigen: op Bonaire ettert ‘diputado-gate’ flink door. De weggejaagde gedeputeerde Nina den Heyer postte donderdag een foto vanaf haar vakantieadres. Ruim driehonderd volgers wensten haar een fijne vakantie, onder wie – je bedenkt het niet – het Eilandsraadslid Cyrill Vrolijk dat nog geen twee weken geleden samen met zijn complotgenoten Clark Abraham en Daisy Coffie de gedeputeerden Cicilia en Den Heyer een mes in de rug stak. “Enjoy your vacation. Sending hugs”, duwt Vrolijk de dolk nog wat dieper.
Intussen heeft het eilandbestuur ambtenaren een verbod opgelegd contact te hebben met de verbannen gedeputeerden. Eilandsraadslid Jona Chirino-Felida heeft het gewaagd de gezaghebber te vragen of dat niet in strijd is met de beginselen van behoorlijk bestuur en daarmee de toch al onder ambtenaren bestaande angstcultuur wordt aangewakkerd. Het kwam haar op een golf van beledigingen uit coalitiekringen te staan. Bonaire wordt tenslotte niet voor niets een bijzondere gemeente genoemd.
Kadushi is het buitenbeentje van DossierKoninkrijksrelaties.nl: een stekelige rubriek die soms wel eens ‘au’ kan doen.
