Raoul White (GroenLinks-PvdA) pleitte er in het commissiedebat over de verwerking van het slavernijverleden voor om van 1 juli, de dag dat in 1863 de slavernij in het Koninkrijk officieel werd afgeschaft, een nationale herdenkings- en feestdag te maken. Ook wil hij meer aandacht in het onderwijs voor het slavernijverleden.
Het is goed dat we vandaag eindelijk weer eens als Kamer spreken over het Slavernijverleden. En goed dat we dit doen vlak voor de belangrijke dag van 1 juli: Keti Koti.
Wat mijn fractie betreft is het belangrijk om te benadrukken dat de aandacht voor het slavernijverleden breed in de samenleving groeit. We zien steeds vaker dat dit onderwerp niet alleen leeft onder nazaten van tot slaaf gemaakten, maar ook steeds meer aandacht krijgt bij de bredere bevolking – inclusief autochtone Nederlanders. Dat is een positieve ontwikkeling. Er ontstaat een breder historisch besef en een grotere bereidheid om gezamenlijk te kijken naar ons verleden. Graag hoor ik van de minister hoe zij ervoor gaat zorgen dat deze brede interesse verder wordt beantwoord. Hoe zorgen we ervoor dat het slavernijverleden niet slechts een thema blijft voor een specifieke groep, maar voor de hele samenleving?
Want de doorwerking van het slavernijverleden is er nog steeds. En nog steeds moeten we stappen zetten om de gevolgen van het slavernijverleden te erkennen en te verwerken. Tweeënhalf jaar gelden – op 19 december 2022 – heeft toenmalig premier Rutte namens de regering excuses aangeboden voor het slavernijverleden. En op 1 juli 2023 heeft de Koning een indrukwekkende toespraak gehouden tijdens nationale herdenking. De boodschap vanuit de regering was op deze twee momenten duidelijk: dit was een komma en geen punt.
Het is dus van groot belang dat we doorgaan met het verwerken, herdenken en herstellen van de gedeelde geschiedenis en de doorwerking van het slavernijverleden. Dit is belangrijk omdat we er daarmee voor zorgen dat we met z’n alle stil kunnen staan bij het verleden en gezamenlijk werken aan een mooie toekomst. Graag hoor ik van deze minister hoe dit kabinet concreet vormgeeft aan de actie na de komma? Hoe heeft het kabinet de afgelopen periode zich ingezet om verdere stappen te zetten? En wat kunnen we de komende periode concreet nog verwachten?
Ik zei het zojuist al: het is bijna 1 juli. Een belangrijke dag voor de herdenking van het slavernijverleden. Niet alleen hier in Europees Nederland, maar zeker ook in de Caribische delen van ons Koninkrijk en in Suriname. Een dag die wat GroenLinks-PvdA betreft aan kracht kan winnen als we met elkaar zouden besluiten om deze dag aan te merken als nationale herdenkingsdag en feestdag. Dit is voor veel mensen die nazaten zijn van tot slaafgemaakten van grote symbolische betekenis, maar het draagt ook bij aan ons collectief historisch besef. Graag hoor ik van de minister hoe zij hier over denkt? Is zij bereid om in het verlengde van het advies van het Adviescollege Dialooggroep Slavernijverleden uit 2021 concrete stappen te zetten om 1 juli een nationale herdenkings- en feestdag te maken?
Een ander belangrijk punt is dat we ervoor zorgen dat de slechte perioden uit onze geschiedenis meer over het voetlicht worden gebracht. Op die manier kunnen we ervoor zorgen dat we als samenleving ons in brede zin voldoende bewust zijn van onze geschiedenis waar de trans-Atlantische slavenhandel – helaas – een onderdeel van is geweest en dat er nog steeds doorwerking is. En dat het dus van groot belang is dat dit een vast onderdeel is van het curriculum in het onderwijs. In de brief van het kabinet lezen we nu dat in de conceptkerndoelen het slavernijverleden specifieker is opgenomen. Dit is natuurlijk een positieve stap, maar wat mijn fractie nog onvoldoende. Ik zou dus graag de toezegging krijgen dat het slavernijverleden in het curriculum wordt verankerd.
Een ander punt betreft de doorwerking van het slavernijverleden op de arbeidsmarkt. We zien dat de kansenongelijkheid nog steeds aanwezig is. Jongeren met een migratieachtergrond, vaak nazaten van tot slaaf gemaakten, bovengemiddeld vaak te maken hebben met werkloosheid, armoede en multiproblematiek. Het is wat GroenLinks-PvdA daarom belangrijk dat we hier extra aandacht voor hebben en onderzoeken wat de exacte gevolgen zijn? Kan de minister dit toezeggen? Wil zij zorgen dat de overheid een Social Return on Investment (SROI) paragraaf komt in aanbestedingen zodat we zorgen dat er bij overheidsaanbestedingen gericht beleid wordt gevoerd?
Nederland is sterk verbonden met de voormalige koloniale gebieden. Met de Caribische delen van ons Koninkrijk hebben we nog steeds een sterke band. Maar ook met Suriname is die band er uiteraard nog steeds. Al was het maar omdat veel families zowel hier in Europees Nederland als aan de andere kant van de oceaan familieleden hebben. Het is daarom belangrijk dat we de banden die er zijn goed onderhouden. Dit betekent ook dat het voor mensen mogelijk moet zijn om voor speciale gelegenheden zoals bijvoorbeeld een uitvaart of een huwelijk vanuit Europees Nederland naar de Caribische delen van het Koninkrijk en Suriname te reizen.
Helaas zien we dat – zeker voor mensen met een kleinere portemonnee – het soms onbetaalbaar is om de vliegreis te maken. Zeker als het bij een uitvaart last minute is. Omdat het van groot belang is dat families in staat worden gesteld om op zo’n belangrijk moment bij elkaar te zijn, zou mijn fractie het goed vinden als we kijken welke mogelijkheden er zijn om de financiële belemmeringen weg te nemen. Dit probleem is een concreet voorbeeld van de doorwerking van het slavernijverleden waar mensen vandaag de dag mee geconfronteerd worden. Herkent de minister dit probleem en deze doorwerking? En is zij bereid om te kijken hoe we dit probleem kunnen oplossen? Is zij bijvoorbeeld bereid om te bezien of er een fonds opgericht kan worden om mensen die voor een belangrijke familiegebeurtenis moeten reizen financieel te ondersteunen? Graag haar reactie.
Dit alles leidt tot de volgende vraag aan de minister: hoe kunnen we de maatschappelijke en economische participatie vergroten voor mensen die vandaag de dag nog steeds de gevolgen van het slavernijverleden ondervinden?
