“Het slavernijverleden is geen afgesloten hoofdstuk uit de geschiedenis. Het is een verhaal met echo’s in het heden”, aldus Faith Bruyning (NSC) in het commissiedebat over de doorverwerking van het slavernijverleden. “De pijn zit niet alleen in het verleden, maar ook in de manier waarop dat verleden vandaag wordt verzwegen, verdraaid of verzacht. We zien nog steeds ongelijkheid in onderwijs, op de arbeidsmarkt, in politiecontacten en in institutionele representatie.”
Het slavernijverleden is niet alleen gedeeld verleden, maar ook een gespleten heden met een gedeelde toekomst als opdracht. Die opdracht begint bij erkenning. Niet als abstracte notie, maar als werkelijke erkenning van het feit dat het systeem van slavernij geen geïsoleerd historisch incident was, maar een fundamentele pijler van economische groei, instituties en zelfs onze wetgeving. Het was een systeem waarin menselijkheid werd ontkend. Dat moet benoemd, beleden én begrepen worden.
Maar erkenning alleen is niet genoeg. De pijn zit niet alleen in het verleden, maar ook in de manier waarop dat verleden vandaag wordt verzwegen, verdraaid of verzacht. Wat gaan we doen met de doorwerking van dit systeem? Want in de samenleving van nu zien we nog steeds ongelijkheid in onderwijs, op de arbeidsmarkt, in politiecontacten en in institutionele representatie.
Dat vraagt om emotioneel herstel. Niet alleen een financiële rekensom, maar ook een nationaal proces van genezing. Slachtoffers van het toeslagenschandaal leerden ons dat herstel niet alleen over geld gaat, maar over waardigheid. Waarom zouden we dat principe niet toepassen op nazaten van tot slaaf gemaakten?
Daarom vraag ik de minister: Bent u bereid om het gesprek over emotioneel herstel open te voeren met nazaten en maatschappelijke organisaties? En kunt u aangeven welke stappen zijn gezet sinds het kabinet excuses aanbood, niet alleen symbolisch, maar inhoudelijk?
We hebben ook een collectieve bewustwording nodig. Want zolang kinderen op school leren over “de Gouden Eeuw” maar nauwelijks over plantagesystemen, zullen we blijven spreken langs elkaar heen. Daarom vraag ik de minister: Inmiddels wordt het geschiedenisonderwijs as we speak aangepast maar kan de minister de garantie afgeven dat het slavernijverleden en de gevolgen daarvan echt een vast en volwaardig onderdeel worden van het curriculum? Is de minister bereid te werken aan een Nationaal Instituut voor Koloniaal Bewustzijn, waarin educatie, onderzoek en dialoog structureel samenkomen?
Hoe zit het met de uitvoering van de ministeriele regeling houdende subsidie voor maatschappelijke initiatieven trans-Atlantisch slavernijverleden? Is de minister het met mij eens dat de regeling bij het ministerie van Binnenlandse Zaken thuishoort vanwege de taakstelling van koninkrijkrelaties?
Veel van onze instellingen zijn gevormd in een tijd waarin bepaalde denkbeelden als vanzelfsprekend golden. Het is van belang we ons bewust worden van die erfenis en bereid zijn onze blik te verruimen. Wat objectief lijk, is niet per se vrij van historische invloeden of aannames.
Daarom de vraag aan de minister: Hoe wordt binnen overheidsorganisaties gereflecteerd op de vastgeroeste denkbeelden, historische invloeden en aannames die ook vandaag beleid, toezicht en interpretatie kan beïnvloeden?
En dan dit: het wetenschappelijk bewijs over de impact van slavernij genetisch, sociaal, structureel is overtuigend. Er zijn studies naar epigenetica, naar institutionele bias, naar overerving van trauma. Waarom worden die inzichten nog zo weinig betrokken bij beleid? Is de minister bereid de nieuwste wetenschappelijke inzichten waaronder genetisch en sociaal-wetenschappelijk onderzoek expliciet te betrekken bij de uitwerking van herstelbeleid?
Tot slot. We spreken over wederkerigheid. Slavernij was eenzijdige onderdrukking, herstel moet tweezijdig zijn. Niet alleen top-down, maar van mens tot mens. Alleen dan komen we van gedeeld verleden en gespleten heden, tot een werkelijk gedeelde toekomst.
