Bamenga (D66): Nationale dekolonisatiestrategie

“Het koloniale systeem leeft voort in onze taal, in onze instituties, in onze zorg, ons onderwijs en in onze wetten”, aldus Mpanzu Bamenga (D66) in het commissiedebat over de doorwerking van het slavernijverleden. “Erkenning van het verleden zonder verandering in het heden is leeg. Daarom is het tijd voor een fundamentele koerswijziging. Ik pleit voor een nationale dekolonisatiestrategie.”

Vandaag spreken we over het koloniale en slavernijverleden. Onderwerpen, die mij persoonlijk raken. Niet alleen vanwege verhalen van nazaten van tot slaafgemaakten, van deskundigen, activisten en gemeenschappen. Maar ook vanwege mijn eigen verhaal.  Want laten we eerlijk zijn: Onze aanwezigheid in het Westen is onlosmakelijk verbonden met een gedeeld verleden van kolonisatie, slavernij, uitbuiting en onderdrukking. Dat verleden heeft de westerse wereld rijkdom, welvaart, ontwikkeling en macht gebracht. Terwijl de rest van de wereld geconfronteerd is met uitbuiting, vernedering, plundering en geweld. 

Inheemse volkeren werden verdreven of uitgemoord. Miljoenen Afrikaanse mensen
werden als koopwaar verscheept en tot slaaf gemaakt. Aziatische gemeenschappen werden uitgebuit onder het cultuurstelsel en geronseld voor dwangarbeid. Het is niet alleen een hoofdstuk in de geschiedenisboeken, het is een schaduw die over onze samenleving hangt.

Met de excuses van de regering en daarna de koning, is een belangrijke stap gezet.
Maar zoals minister-president Mark Rutte in navolging van de kunstenares Serana Angelista uit Curaçao zei: “Achter het slavernijverleden staat geen punt, maar een komma.” Want kolonialisme leeft voort. Niet als herinnering, maar als alledaags onrecht.

Het koloniale systeem leeft voort in onze taal, in onze instituties, in onze zorg, ons onderwijs en in onze wetten. Erkenning van het verleden zonder verandering in het heden is leeg. Daarom is het tijd voor een fundamentele koerswijziging.

Ik pleit voor een nationale dekolonisatiestrategie. Een strategie die niet alleen erkent, maar ook herstelt. Een strategie die recht doet aan het onrecht dat is aangedaan. En een strategie die racisme en discriminatie bij de wortels aanpakt, in beleid én praktijk. Die onderwijs hervormt, zodat kinderen het échte verhaal leren. Niet alleen over slavernij in de Atlantische wereld, maar ook over onderdrukking in Afrika en Azië, over verzet, en over erfgoed.

Die zorg cultuursensitief maakt, zodat iedereen – ongeacht afkomst – de hulp krijgt die nodig is. Die de overheid divers en representatief maakt, zodat beleid wordt gevormd door mensen die de samenleving kennen en discriminatie effectief weten aan te pakken. En die plekken van herinnering en heling creëert, zodat alle gemeenschappen – inheemse volken van de eilanden en de guiana’s, Afro-Caribisch, Afro-Surinaams, Hindostaans, Moluks, West-Papoeaans – zich gezien en gehoord voelen. Is de minister bereid om zich in te zetten voor een nationale dekolonisatiestrategie? 

Graag wil ik bijzondere aandacht voor vier gemeenschappen die over het hoofd worden gezien. Allereerst inheemse gemeenschappen, die eigen initiatieven aan het nemen zijn zoals het online ‘Red Archive’ waar een platform wordt geboden om inheemse verhalen te delen en gezamenlijk geschiedenis te schrijven. Ziet de minister mogelijkheden om dit soort initiatieven te steunen, zichtbaarheid te geven en te betrekken in een dekolonisatiestrategie? 

Ten tweede, een deel van de nazaten van dwangcontractarbeiders die onder valse voorwendselen zijn gehaald uit India, Java en China wensen erkenning en excuses. Is de minister bereid om excuses aan te bieden namens de regering voor het systeem van dwangcontractarbeid? Is de minister bereid om nazaten van dwang contractarbeid te betrekken bij de dekolonisatiestrategie?

Ten derde, de Molukse gemeenschappen. Ook hen is onrecht aangedaan. Zij hebben trouw gezworen aan de koningin en hebben voor Nederland gevochten. Er zijn aan hen beloftes gedaan die niet nagekomen zijn. Is de minister bereid om hierover een gesprek te starten met de Molukse gemeenschappen? En met de koning in gesprek te gaan over excuses aan de Molukse gemeenschap.

Als laatste. De bevolking van West-Papoea, voormalig Nederlands Nieuw-Guinea, heeft al meer dan 60 jaar te maken met mensenrechtenschendingen. Nederland heeft hen zelfbeschikking en onafhankelijkheid beloofd. In 2021 heeft de Tweede Kamer gevraagd naar deze situatie middels de motie van Kamerlid Ceder. Is de minister bereid om zich in te zetten voor een VN Fact Finding Mission in West Papoea? Is de minister bereid om zich in te spannen voor de toegang van de VN-mensenrechtencommissaris, journalisten en mensenrechtenorganisaties in West Papoea?  

Tot slot nog een aantal vragen: Er is een bedrag gereserveerd voor naamsveranderingen voor nazaten van tot slaaf gemaakte mensen. Hoe is daarover gecommuniceerd? Is daar gebruik van gemaakt en hoeveel budget is daar nog van over? Hoe borgt de minister dat het slavernijverleden in het onderwijs, cultuur en wetenschap blijvend de aandacht krijgt die het verdient, ondanks de miljardenbezuiniging van dit kabinet? Zou de minister zich in willen zetten voor een menswaardige verblijfsregeling en duurzaam perspectief voor Surinaamse oud-Nederlanders die ongedocumenteerd in Nederland wonen? Want het is onrechtvaardig hoe wij met hen omgaan.

Is de minister bereid om 1 juli, Keti Koti, wettelijk aan te wijzen als nationale feestdag, ter herdenking van het slavernijverleden en als viering van vrijheid? Is er goede verslaglegging en financiële verantwoording gedaan van de OCW-projecten uit het herdenkingsjaar en de onderzoeksprojecten met de eilanden? Zo ja, kunt u deze met de Kamer delen? Wat kan de minister zeggen over de betrokkenheid van gemeenschappen en grassroots bij de projecten van het herdenkingsjaar en hoe ziet de samenleving dit terug? 

Wat gaat de minister doen om de erfenissen van het koloniale verleden verder aan te pakken, zoals het democratisch tekort van de eilanden en geroofd erfgoed, kunstcollecties terug te brengen waar het hoort bij de gemeenschappen. Voorheen waren er ook gestructureerde landelijke overleggen met minderheidsgroepen. Is de minister bereid om deze overleggen wederom in te voeren?

We kunnen het ons niet permitteren om lapmiddelen te blijven zetten voor structureel onrecht. De tijd van pleisters plakken is voorbij. Als wij werkelijk willen helen – als samenleving, als land – dan moeten we de gevolgen van het koloniale systeem durven blootleggen. Niet wegkijken, maar recht aankijken. En verantwoordelijkheid nemen.

Want alleen door het verleden onder ogen te zien, kunnen we een rechtvaardige toekomst bouwen. Laten we dat samendoen.

error: Deze inhoud mag niet gekopieerd worden.