Den Haag – Het is “onwenselijk” Aruba, Curaçao en Sint Maarten “te belasten” door ze te betrekken bij de totstandkoming van de Wet op de defensiegereedheid. Bovendien vreest de Nederlandse regering dat een rijkswet-procedure vertragend werkt. Dat blijkt uit de Memorie van Toelichting op het wetsontwerp.
De wet is bedoeld om drempels weg te nemen die de verhoogde paraatheid van de krijgsmacht in de weg staan. Dat heeft alles te maken met de zorgen in West-Europa over de agressie van Rusland en de gewelddadige oorlog die Poetin voert tegen Oekraïne. In de Memorie van Toelichting wordt overigens gemeld “dat ook het Caribisch deel van het Koninkrijk te maken heeft dreigingen, bijvoorbeeld vanuit Venezuela.”
Uit de Memorie van Toelichting
Het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden
In het Koninkrijk is er maar één krijgsmacht: de krijgsmacht van het Koninkrijk. De handhaving van de onafhankelijkheid en de verdediging van het Koninkrijk is een Koninkrijksaangelegenheid. De regels die gesteld worden omtrent de krijgsmacht die alleen gelden in het land Nederland (het Europese deel van het Koninkrijk) kunnen bij wet worden vastgesteld.
Het wetsvoorstel beoogt de krijgsmacht van het Koninkrijk in staat te stellen om daadwerkelijk en stelselmatig de gereedheid van het militair vermogen van de krijgsmacht te waarborgen. Hiermee moet de krijgsmacht invulling kunnen geven aan de eerste hoofdtaak, waarbij onder de bescherming van het eigen grondgebied ook wordt begrepen de bescherming van de Caribische landen van het Koninkrijk. Ook het Caribisch deel van het Koninkrijk heeft te maken met dreigingen, bijvoorbeeld vanuit Venezuela. Een krijgsmacht die gereed is om invulling te geven aan de eerste hoofdtaak draagt daarmee bij aan de bescherming van het Caribisch deel van het Koninkrijk.
Het wetsvoorstel komt niet te gelden in Aruba, Curaçao en Sint Maarten en in de openbare
lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Met het wetsvoorstel wordt invulling gegeven aan de Europese- en internationaalrechtelijke verplichtingen voor het Europese deel van het Koninkrijk en de ruimte die daarbij wordt geboden om van die verplichtingen af te wijken. Een rijkswet zou niet passen bij het voorwerp van dit wetsvoorstel omdat de Caribische landen van het Koninkrijk daarmee betrokken worden bij de wijze hoe het land Nederland invulling geeft aan haar Europese en internationale verplichtingen. Daarbij is ook van belang dat deze juridische kaders kunnen wijzigen en dat het onwenselijk is om de Caribische landen hiermee te belasten en dat behandeling via de rijkswetprocedure kan zorgen voor het niet behalen van Europese implementatiedeadlines.
Reactie prof.mr. Gerhard Hoogers:
Deze MvT geeft een fraai voorbeeld van een cirkelredenering: de krijgsmacbt is de krijgsmacht van het hele Koninkrijk. Maar we kunnen regels over de krijgsmacht die alleen voor Nederland gelden bij ‘gewone’ wet vaststellen. We gaan de Wet op de gereedstelling niet bij Rijkswet vaststellen, want ja, de Wet op deze gereedstelling gaat alleen voor Europees Nederland gelden. Een redenering waar enerzijds geen speld tussen te krijgen is, maar die anderzijds gespeend is van elke inhoudelijke beargumentering….
