Curacao

Curaçao had geld genoeg om lening Nederland af te lossen

Den Haag – De regering van Curaçao heeft bewust aangestuurd op het laten ontstaan van een situatie waarin het land niet in staat is de later dit jaar aflopende lening van 140 miljoen gulden aan Nederland terug te betalen.

“De liquiditeitspositie van het land bood daar lange tijd ruimte voor. Curaçao heeft jaar op jaar de aflossing in de begroting verwerkt, maar uiteindelijk toch gekozen om in te zetten op herfinanciering van deze lening”, laat het College financieel toezicht weten in reactie op vragen van DossierKoninkrijksrelaties.nl.

Dat sprake is van een bewuste keuze van het kabinet Pisas blijkt uit het feit dat het jaar op jaar de aflossing in de begroting heeft verwerkt, zoals het Cft ook had geadviseerd.  Sinds 2022 heeft het Cft het bestuur van Curaçao consequent gewezen op de in 2025 aflopende obligatielening en de daaruit volgende aflossingsverplichting. Zie bijvoorbeeld het advies van het Cft bij de vastgestelde begroting 2022 van Curaçao, maar ook het advies bij de ontwerpbegroting 2023 en verder”, aldus het College.

Ook de regering van Sint Maarten heeft aangegeven de in oktober aflopende lening van 73,5 miljoen gulden niet te kunnen terugbetalen. “Vanaf 2022 is het bestuur van Sint Maarten ook in de adviezen consequent gewezen op de aflopende obligatielening. Het Cft heeft meermaals op dat het land in beginsel gehouden is aan aflossing van de lening. Omdat de begrotingen geen meerjarige liquiditeitsprognose bevatte, kon het Cft lange tijd niet beoordelen of de liquiditeitspositie van het land mogelijkheden bood voor aflossing.”

Curaçao en Sint Maarten hebben Nederland eerder dit jaar verzocht de leningen te herfinancieren. Staatssecretaris van Koninkrijksrelaties Zsolt Szabó reageerde niet enthousiast. Hij was niet overtuigd van de noodzaak en vroeg het Cft om advies. Dat heeft eind april gemeld dat herfinanciering “onontkoombaar” is. Szabó heeft nog geen besluit genomen, laat het ministerie weten.

In 2030, 2035 en 2040 lopen de volgende obligatieleningen af, die een aanzienlijk hogere hoofdsom kennen. Voor Curaçao gaat het om een totaalbedrag van 1.427 miljoen. Voor Sint Maarten gaat het om 178,6 miljoen. Om te voorkomen dat deze leningen ook op het laatste moment (volledig) geherfinancierd moeten worden, heeft het Cft er bij de besturen van Curaçao en Sint Maarten en de staatssecretaris op aangedrongen nu al een “integrale analyse” te maken van de totale leningportefeuille en het bijbehorende aflossingsschema. “Zodat ook over deze leningen haalbare afspraken gemaakt kunnen worden. Die moeten bijdragen aan duurzaam gezonde overheidsfinanciën, waaronder een duurzaam schuldniveau.”

Voor de herfinanciering van de leningen is behalve een besluit van de Ministerraad ook de instemming van Tweede en Eerste Kamer vereist.

error: Deze inhoud mag niet gekopieerd worden.