Den Haag – “De bouw van woningen op Bonaire verloopt moeizaam”, constateert de Algemene Rekenkamer die in het kader van ‘Verantwoordingsdag’ onderzoek heeft gedaan naar het beleid van ‘Den Haag’ om de bouw van betaalbare huizen op het eiland een impuls te geven.
Het gaat bij lange niet lukken de afspraak na te komen om voor het einde van 2025 500 sociale huurwoningen te bouwen. Het doel om tot 2030 nog eens 1.700 huizen te realiseren acht de Rekenkamer evenmin haalbaar. “Dit komt onder andere door capaciteitstekorten, een gebrek aan duidelijke regels voor wat betreft ruimtelijke ordening en een tekort aan betaalbare bouwmaterialen.”
De ARK is kritisch over de aanpak van minister Mona Keijzer van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. “De minister overlegt wel met alle betrokkenen om de bouwplannen te stimuleren. Maar zij moet meer doen om de knelpunten op te lossen. Anders lukt het, naast het doel van 500 sociale huurwoningen voor eind 2025, waarschijnlijk ook niet om het doel van 1.700 betaalbare woningen in 2030 te halen.”
Ook het huidige eilandbestuur krijgt een draai om de oren: “De koerswijziging van het nieuwe Bestuurscollege heeft de toekomst van 178 sociale huurwoningen onzeker gemaakt”, staat te lezen in het vandaag aan de Tweede Kamer aangeboden verantwoordingsonderzoek. De Rekenkamer noemt de woningbood op Bonaire enorm: “Mensen wonen noodgedwongen met meerdere familieleden in te krappe huizen. En ouders blijven na het beëindigen van hun relatie samenwonen, zelfs als er sprake is van een gewelddadige relatie.”
Algemene Rekenkamer over woningbouw op Bonaire
Dit jaar onderzochten we het beleid van de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) rond de bouw van betaalbare woningen op Bonaire. De woningnood op Bonaire is erg groot, zeker voor mensen met een kleiner inkomen.
De minister heeft afspraken gemaakt om tot en met 2025 500 sociale huurwoningen te bouwen. Daarvan zijn er 178 voor het eind van 2024 opgeleverd. Naar verwachting zal dit aantal tot en met 2027 oplopen tot 322. Dat is dan 64% van het doel van 500 sociale huurwoningen.
De planning voor oplevering is in de afgelopen jaren echter meerdere malen gewijzigd. Sinds 2019 is hier door het Rijk € 20,8 miljoen in geïnvesteerd. Daarnaast zijn nog meer afspraken gemaakt om tussen 2025 tot en met 2030 nog eens 1.700 betaalbare huur- en koopwoningen te bouwen.
De bouw van woningen op Bonaire verloopt echter moeizaam. Dit komt onder andere door capaciteitstekorten, een gebrek aan duidelijke regels voor wat betreft ruimtelijke ordening en een tekort aan betaalbare bouwmaterialen. De minister van VRO overlegt wel met alle betrokkenen om de bouwplannen te stimuleren. Maar zij moet meer doen om de knelpunten op te lossen. Anders lukt het, naast het doel van 500 sociale huurwoningen voor eind 2025, waarschijnlijk ook niet om het doel van 1.700 betaalbare woningen in 2030 te halen.
Conclusies
De 500 te bouwen sociale huurwoningen uit het convenant van 2019 worden naar verwachting niet gerealiseerd binnen de gestelde termijn van eind 2025. Op dit moment zijn er 178 sociale huurwoningen gebouwd. Volgens Fundashon Cas Bonairiano zal dit aantal tot en met 2027 oplopen tot 322, echter is de planning van FCB voor oplevering in de afgelopen jaren meerdere malen gewijzigd.
Tot eind maart/begin april 2025 is er, door de minister van VRO, € 14,9 miljoen geïnvesteerd in infrastructuur en de versnelling van de bouw ten behoeve van deze 500 sociale huurwoningen. Tegelijkertijd blijft het woningtekort enorm. Mensen wonen noodgedwongen met meerdere familieleden in te krappe huizen. En ouders blijven na het beëindigen van hun relatie samenwonen, zelfs als er sprake is van een gewelddadige relatie.
De minister van VRO heeft nu meer aandacht voor de woningbouw op Bonaire dan bij de start van het convenant in 2019. De uitvoering van bouwplannen verloopt echter nog steeds moeizaam. Dat komt door onder andere capaciteitstekorten, een ontbrekend wettelijk en beleidsmatig kader voor ruimtelijke ordening en een tekort aan voldoende betaalbare bouwmaterialen. Daarbij heeft de koerswijziging van het nieuwe bestuurscollege op Bonaire de toekomst van 178 sociale huurwoningen uit het convenant onzeker gemaakt.
Een aantal knelpunten in de uitvoering vallen onder de verantwoordelijkheden van de partijen op Bonaire, en niet onder die van de minister. De minister van VRO zet sinds 2023 wel een aantal instrumenten in om de uitvoering van de bouwplannen te stimuleren. Er vindt bijvoorbeeld regulier overleg plaats met alle betrokken partijen om te sturen op de uitvoering. Wat de minister van VRO tot op heden niet duidelijk heeft gemaakt is:
- hoeveel woningen er daadwerkelijk gebouwd moeten worden om aan de behoefte te voldoen;
- wanneer de burgers op Bonaire deze kunnen verwachten;
- of de woningzoekenden op Bonaire daadwerkelijk de woningen kunnen betalen.
Wij constateren dat de minister niet aannemelijk kan maken in welke mate de woondeal bijdraagt aan het oplossen van het woningtekort in Bonaire tot en met 2030. Als de genoemde knelpunten in de uitvoering niet worden opgelost achtten we het niet aannemelijk dat het doel van 1.700 betaalbare woningen uit de woondeal in 2030 zal worden behaald.
Aanbevelingen
Wij bevelen de minister van VRO daarom het volgende aan:
- Zet in op het oplossen van de knelpunten in de uitvoering van de woningbouw en benoem deze in de voortgangsinformatie die aan de Kamer wordt gestuurd. Geef daarbij aan welke acties de minister van VRO inzet met een realistisch tijdspad om resultaten te behalen;
- Maak duidelijk wie de doelgroepen voor de betaalbare woningen zijn en wat voor deze groepen betaalbaar is.

Reactie minister Uitermark mede name staatssecretaris Szabó
Het is belangrijk om te voorzien in voldoende betaalbare woningen in Caribisch Nederland. Er zijn afspraken gemaakt met elk eiland over het aantal te bouwen woningen. Het is nu van belang dat deze afspraken omgezet worden in realisatie. Uw constateringen in het deelonderzoek naar betaalbaar bouwen op Bonaire zijn hierbij een steun in de rug. De minister van VRO en ik hebben daarom met belangstelling kennisgenomen van de aanbevelingen uit uw onderzoek naar voortgang van betaalbare woningbouw op Bonaire.
Wij onderschrijven het beeld dat u schetst over de realisatie van de woningbouw en noodzaak om maatregelen te treffen. Wij herkennen ook de door u benoemde knelpunten bij de uitvoering van betaalbare woningbouw op Bonaire. Veel van de benoemde (en onbenoemde) knelpunten gelden ook voor betaalbare woningbouw op Sint-Eustatius en Saba. Deze knelpunten betreffen onder andere capaciteitstekort waardoor vergunningverlening stagneert, een ontoereikend wettelijk kader voor woningbouw en een tekort aan voldoende betaalbare bouwmaterialen.
Uw eerste aanbeveling is om in te zetten op het oplossen van bovengenoemde knelpunten, deze te voorzien van een tijdspad en de Kamer te informeren over de voortgang. De minister van VRO en ik onderschrijven de noodzaak om deze knelpunten te adresseren. De minister van VRO heeft daarom aan de Tweede Kamer tijdens het Commissiedebat Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Caribisch Nederland van 29 januari jl. aangegeven dat zij in overleg met de eilanden een actielijst zal opstellen. Zij zal daarin uw aanbevelingen inpassen. Wij beschouwen uw aanbeveling om in te zetten op het oplossen van deze knelpunten daarom als een ondersteuning van onze inzet voor Caribisch Nederland.
In de actielijst worden de knelpunten bij het bouwen van betaalbare woningen geïdentificeerd. Hieraan worden concrete oplossingsrichtingen verbonden die worden voorzien van een tijdspad. De actielijst is tijdens het aanstaande werkbezoek van de minister van VRO aan Caribisch Nederland onderwerp van gesprek met de Bestuurscolleges van de Openbare Lichamen van Bonaire, Saba en Sint-Eustatius. Het resultaat is een actielijst toegesneden op de specifieke situatie per eiland. De minister van VRO heeft richting de Tweede Kamer aangegeven dat zij na haar bezoek aan Caribisch Nederland een rapportage zal sturen. Deze actielijst per eiland zal daar onderdeel van zijn.
Uw tweede aanbeveling ziet toe op het nader in kaart brengen van de woningbouwopgave. Het gaat dan om wie de doelgroepen voor de betaalbare woningen zijn en wat voor deze groepen betaalbaar is. Ik ben het met u eens dat dit een belangrijke basis vormt om te bouwen in aansluiting op de woonbehoefte aan betaalbare woningen.
Zoals u benoemt, lopen er reeds enkele onderzoeken om de (toekomstige ontwikkeling van) woonbehoefte en het woningtekort in kaart te brengen. Er worden ook enkele kwalitatieve aspecten in beeld gebracht zoals de voorkeur voor koop of huur. Om meer zicht te krijgen op de betaalbaarheid worden verkennende gesprekken met het CBS gevoerd om te bezien of gegevens verzameld kunnen worden over huurlasten en of inkomensgegevens gekoppeld kunnen worden. Daarmee ontstaat er meer inzicht in de doelgroepen waar u in uw rapport aan refereert. Eind 2025 zijn deze gegevens naar verwachting beschikbaar.
Anderzijds ziet uw tweede aanbeveling toe op het inzichtelijk maken wat voor de doelgroep ‘betaalbaar’ is. Voor de doelgroep van huurders lopen reeds acties van dergelijke strekking. De minister van VRO en ik beschouwen uw aanbeveling als een bevestiging om dit voort te zetten. Op basis van onderzoek door NIBUD is de huidige huur naar inkomenstabel, die aangeeft welk percentage van het inkomen besteed kan worden aan huurlasten, vastgesteld. Op basis van deze tabel wordt de betaalbaarheid van huur geborgd middels de verhuurdersubsidie en de pilot bijdrage particuliere verhuur. Momenteel wordt onderzocht of de percentages in deze huur naar inkomenstabel aangepast dienen te worden om de betaalbaarheid voor de doelgroep beter te borgen.
Voor de doelgroep voor de betaalbare koopwoningen nemen wij uw aanbeveling ter harte. Wij zullen verkennen in hoeverre op basis van de meest recente gegevens bepaald kan worden wat ‘betaalbaar’ is voor de doelgroep van kopers van een betaalbare koopwoning. De uitkomsten hiervan worden verwerkt in de voortgangsrapportage over 2025.
