Den Haag – Als het om Caribisch Nederland lijkt het ministerie van Justitie en Veiligheid zich weinig aan te trekken van (dringende) aanbevelingen van de Raad voor de rechtshandhaving BES. Dat kan worden opgemaakt uit het rapport ‘De Staat van de rechtshandhaving Caribisch Nederland’.
“In de vorige Staat van de rechtshandhaving concludeerde de Raad dat er vanuit het ministerie van JenV onvoldoende sturing was op de verschillende (beleids-)terreinen en de opvolging van aanbevelingen van de Raad. Ondanks de toezegging van de minister per onderwerp een trekker aan te wijzen, constateert de Raad – net zoals voorgaande jaren – dat op sommige beleidsafdelingen binnen het ministerie van JenV men pas na aankondiging van een vervolgonderzoek het eerdere rapport erbij pakt.”
De Raad heeft vastgesteld dat het ministerie de voortgang niet bewaakt en opvolging uitblijft.
“Dat impliceert dat werkzaamheden doorgaan als tevoren, zonder dat daarbij de aanbevelingen worden betrokken. De ‘sense of urgency’ lijkt na het verschijnen van een beleidsreactie op een inspectierapport te ontbreken.” Hoewel bij het BES-dossier betrokken ambtenaren maandelijks bijeenkomen is er onvoldoende regie: “Daardoor ontstaat het beeld dat er op het ministerie (nog steeds) sprake is van versplintering tussen de beleidsafdelingen, daar waar gezamenlijkheid een voorwaarde zou moeten zijn.”
