Je had er geen glazen bol voor nodig om vijftien jaar geleden te voorspellen dat de staatkundige hervorming voor Nederland veel duurder zou uitpakken dan de 3,5 miljard gulden schuld die van de toenmalige Nederlandse Antillen werd overgenomen. Terzijde: de rupsjes-nooit-genoeg onder de Curaçaose politici reageerden destijds gepikeerd dat niet de gehele schuld (ruim 5 miljard) werd kwijtgescholden. De – zoals het toen werd genoemd – “schone lei” ten spijt staan Curaçao en Sint Maarten er financieel bijna weer even belabberd voor als voor tien-tien-tien. Beide landen zijn na het verkrijgen van hun autonomie blijven doen waar ze bedreven in zijn: nieuwe schulden maken, daarbij verlekkerd door de lage rente die ze bij Nederland hadden bedongen.
Maar er is toch zoiets als een College financieel toezicht, hoort Kadushi u denken. Dat heeft inderdaad de taak in de smiezen te houden of de (ei)landen hun overheidsschuld niet te hoog laten oplopen. Maar de tot vervelens toe herhaalde oproepen deugdelijk financieel beheer te voeren is categorisch genegeerd. Zo heeft het Cft machteloos moeten toezien dat Curaçao en Sint Maarten in hun begrotingen geen rekening hielden met toekomstige aflossingsverplichtingen.
Anders gezegd: er is niet ‘gespaard’ om aan verplichtingen te voldoen waarvan men wist dat het moment van afrekenen steeds dichterbij kwam. Een burger die zo zijn huishouden runt wordt zonder pardon van water en elektriciteit afgesloten of zijn huis uitgezet. Maar regeringen kunnen ongestraft potverteren. Ze mogen, blijkt uit het deze week gepubliceerde advies van het Cft, de rekening doorschuiven naar een volgende generatie.
Nu aan het licht is gekomen dat zowel Curaçao als Sint Maarten hun in oktober aflopende leningen niet kunnen terugbetalen aan Nederland, kan dat worden opgevat als het failliet van het financieel toezicht. Vijftien jaar en honderden aanbevelingen hebben niet kunnen voorkomen dat het huishoudboekje van beide landen nog altijd een ongeorganiseerde bende is en hun begrotingen een blinde slag in de lucht zijn, belastingen selectief worden geïnd en in verkiezingstijd met uit de landskas betaalde pastechi’s wordt gestrooid.
Dat valt het Cft niet te verwijten. Uit angst voor de koloniale kaart die Caribische bestuurders maar al te graag uitspelen, heeft de Nederlandse regering in 2010 zoals wel vaker gekozen voor een halfzachte oplossing en de rol van de toezichthouder beperkt tot een adviserende. En als het Cft een keer adviseert een aanwijzing te geven, durft het kabinet het – om de lieve vrede te bewaren – niet aan. Het verklaart waarom bijvoorbeeld minfin Javier Silvania (u weet wel: de man die 5 miljard aan belastingaanslagen verscheurde) voortdurend publiekelijk een dikke middelvinger opsteekt naar het Cft.
Wat dan wel weer vermakelijk is, is dat uitgerekend een staatssecretaris van de PVV, die het bevorderen van goed (financieel) bestuur tot speerpunt heeft verheven, het juist op dat punt falen van de landen moet belonen door ze toe te staan hun leningen te herfinancieren. Wat niets anders is dan het ene gat met het andere gat te vullen.
Waarvoor koffiedikkijkers in 2010 waarschuwden, lijkt realiteit te worden: de landen zullen hun leningen nooit aflossen. Dit jaar gaat het nog om ‘slechts’ 230 miljoen, maar de komende jaren moet er (exclusief de coronasteun) nog anderhalf miljard aan andere leningen worden terugbetaald. Niet dat ze het geld er niet voor hebben. Op Curaçao en Sint Maarten worden (net als op Aruba en Bonaire) bakken met geld verdiend dankzij recordaantallen toeristen. Alleen komt van de opbrengst een onevenredig klein deel in de landskas terecht.
Terwijl de miljarden door de economie stromen, moeten bijvoorbeeld het onderwijs en de zorg het met druppels op de gloeiende plaat doen. Intussen wordt naar Nederland gekeken om achterstallig onderhoud aan scholen weg te werken en – het zit er aan te komen – het Curaçao Medical Center overeind te houden. Zoals Den Haag ook wel bovenop de al toegezegde dertig miljoen er nog twintig zal bijdoen voor het vervangen van de mensonterende Point Blanche gevangenis, waar Nederlandse militairen van de week niet voor het eerst moesten bijspringen om een revolte de kop in te drukken.
Van een heel ander kaliber is het dilemma waarmee de Eilandsraad van Bonaire worstelt. Die moet onderling uitvechten wie op kosten van de belastingbetaler een snoepreisje mag maken naar de Dominicaanse Republiek. Gedeputeerde “dhr.” Clark Abraham heeft in een kennelijke aanval van krenterigheid namelijk voor slechts twee van de negen eilandsraadsleden tickets beschikbaar gesteld om met een handelsmissie mee te reizen naar een agrarische vakbeurs in Santo Domingo. Waar, maar zal niemand verbazen, ze helemaal niets te zoeken hebben.

Kadushi is het buitenbeentje van DossierKoninkrijksrelaties.nl: een stekelige rubriek die soms wel eens ‘au’ kan doen.
