Door Sharon Burgler
Vandaag, 4 mei, is de dag waarop we de doden herdenken. Maar wiens doden herdenken we eigenlijk? De slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog? Niet allemaal. Zeker niet de mensen die mijn geschiedenis vormen. Als Arubaanse voel ik me vandaag verplicht iets te zeggen. Iets dat me niet alleen boos maakt, maar ook verdrietig en trots.
In 2010 ging de musical Soldaat van Oranje in première en sindsdien wordt deze grootschalige productie nog steeds druk bezocht. Ik heb de musical in 2015 in Nederland gezien. Het was indrukwekkend, ontroerend, een must-see. Een paar maanden later volgde een bijzondere uitvoering in het bijzijn van de koning en koningin op Aruba, waarbij ik aanwezig was. De rol van Boy Ecury werd geëerd in deze uitvoering.
Voor wie Boy Ecury niet kent: Segundo Jorge Adelberto Ecury, geboren in Oranjestad, Aruba, op 23 april 1922, was een jonge verzetsstrijder die zijn leven riskeerde voor de bevrijding van Nederland. Tijdens de oorlog zette hij zich samen met zijn vrienden, Luis de Lannoy en Delfincio Navarro, in voor de strijd tegen de bezetter. Hij pleegde sabotageacties, hielp onderduikers en vocht voor vrijheid. En op 6 november 1944 werd Boy Ecury gefusilleerd door de Duitsers op de Waalsdorpervlakte.
Wat ik toen ontdekte, was een pijnlijke waarheid: in deze eenmalige Soldaat van Oranje op Aruba wordt Boy Ecury als verzetsheld gepresenteerd, maar zijn rol werd nooit getoond aan het bredere publiek in Nederland. Dit is niet alleen een gemis voor de herinnering aan zijn moed, maar ook voor het respect dat we moeten hebben voor de verzetsstrijders van andere landen die hun leven gaven voor de bevrijding van Nederland.
Het is een gemis dat Boy Ecury, evenals andere gekleurde verzetsstrijders, systematisch wordt weggemoffeld uit de Nederlandse geschiedenisboeken. Toen Twee voor Twaalf kandidaten een vraag kregen over wie de Arubaanse verzetsstrijders uit de Tweede Wereldoorlog waren, wisten zij het antwoord niet en, nadat ze het opgezocht hadden, bekenden ze nog nooit van hem gehoord te hebben.
Aruba is een land binnen dit koninkrijk. Hoezo wordt de moed van deze mensen, die ook hun leven riskeerden voor de vrijheid van anderen, genegeerd? Waarom komt hun strijd niet even duidelijk naar voren als die van de ’traditionele’ Nederlandse verzetsstrijders? Het antwoord is simpel: deze geschiedenis wordt geschreven door Nederlanders.
Vandaag, op 4 mei, wil ik onze Arubaanse en Curaçaose helden uit de oorlog eren. Zij vochten net zo hard voor vrijheid en gerechtigheid. Laten we hen een podium geven. Laten we hun verhaal vertellen. Laten we vanavond, in de twee minuten stilte, denken aan Boy Ecury, Luis de Lannoy, Delfincio Navarro en al die anderen die niet vergeten mogen worden. Doe dit, voor hen, voor de geschiedenis die we gezamenlijk delen en voor de verhalen die we niet langer mogen negeren. Omarm onze gezamenlijke geschiedenis. Vandaag en elke dag.
