Den Haag – Het is een “aan zekerheid grenzend waarschijnlijk” scenario dat de luchthaven van Bonaire na 1 december volgend jaar vliegtuigen niet meer van kerosine kan voorzien. Dat kan worden opgemaakt uit een brief van 17 april jl. van de Inspectie Leefomgeving en Transport aan Curoil Bonaire waarvan een afschrift is verzonden aan o.a. het Bestuurscollege en de Eilandsraad.
De ILT vreest dat de betrokken partijen – Curoil als exploitant, overheidsnv Oil Trading Bonaire als eigenaar en het Bestuurscollege als eindverantwoordelijke – onderschatten hoe veel werk er nog moet worden gedaan om de brandstofvoorziening bij Flamingo Airport tijdig te laten voldoen aan de wettelijke (veiligheids)normen. De enige in gebruik zijnde tank (nr. 200) moet voor 1 december 2026 worden herkeurd. Daarvoor moet deze leeg zijn. Tank 100 kan als back-up worden benut, maar om deze aan de wettelijke eisen te laten voldoen zijn “ingrijpende aanpassingen” nodig en daarvoor dringt de tijd.
“Om ruim voor 1 december 2026 een alternatieve tank beschikbaar te hebben om te voorkomen dat er geen kerosine beschikbaar is op de luchthaven van Bonaire, dient tank 100 tijdig gekeurd te worden. Als complicerende factor zullen deze werkzaamheden moeten plaatsvinden terwijl de levering van kerosine aan klanten normaal doorgang moet vinden.” Na een presentatie door Curoil Bonaire is de ILT tot de conclusie gekomen dat “een concrete en realistische planning voor de benodigde acties ontbreekt.” De dienst waarschuwt in haar brief voor “zeer ingrijpende consequenties” voor het vliegverkeer. “Vliegtuigen zouden dan op de luchthaven van Bonaire niet meer voorzien kunnen worden van brandstof.”
De ILT staat in de brief stil bij de risico’s van een ondeugdelijke brandstofopslag bij het vliegveld: “De kerosinetanks staan tegenover de opstelplaats waar permanent twee tot drie met kerosine volgetankte tankauto’s gereedstaan om vliegtuigen te voorzien van brandstof. Daarnaast liggen in de directe nabijheid enkele loodsen, hangars en kantoorunits. Ook loopt er een drukke verkeersweg langs de tanks en ligt aan de overzijde van deze verkeersweg een populair strand. Het aantal vliegbewegingen op de luchthaven is sterk toegenomen van 7.760 in 2020 tot 14.230 in 2023 waardoor een incident met de tanks een groter risico met zich meebrengt.”
Om de betrokken partijen te doordringen van de urgentie dat er heel snel moet worden gehandeld heeft de ILT een preventieve last onder dwang van 500.000 dollar per maand opgelegd. De dienst heeft dat op 11 april ook al gedaan voor de brandstofopslag bij Hato.
Het Bestuurscollege is niet ingegaan op de uitnodiging van de redactie te reageren op de jongste brief van de ILT. De directie van Bonaire International Airport (ook een overheidsnv) laat bij monde van ceo Maarten van der Scheer weten de brief van de ILT te kennen, maar wil er niet op reageren: “We hebben er niks aan toe te voegen.”
Wnd. Rijksvertegenwoordiger Jan Helmond laat via zijn woordvoerder weten “uiteraard” de ontwikkelingen m.b.t. de brandstofvoorziening te volgen. “Zoals hij alle actualiteiten/ontwikkelingen in Caribisch Nederland volgt. Voor het overige geldt dat de verantwoordelijkheid voor bestuurlijk toezicht bij het Rijk ligt.”
Lees HIER de gehele brief van de ILT
Curoil wuift zorgen ILT weg

Bonaire – De directie van de Curoil Group deelt de zorgen van de Inspectie Leefomgeving en Transport over de continuïteit van de brandstofvoorziening op Bonaire niet.
In antwoord op het verzoek van DossierKoninkrijksrelaties.nl om een reactie op de door de ILT opgelegde preventieve last onder dwang stelt zij “de levering van energieproducten op veilige wijze ook na 1 april 2026 te borgen.” De directie gaat echter niet inhoudelijk in op de argumenten van de ILT. In een brief aan diezelfde ILT verwijt Curoil de dienst niet zorgvuldig te zijn door zich te baseren op “hypotheses en aannames”. Het bedrijf ziet voorts niet in waarom de huidige gedoogsituatie niet kan worden verlengd. Bovendien vindt de directie dat de ILT niet Curoil, maar overheidsnv Oil Trading Bonaire aanspreken.
Reactie directie Curoil Group
Curoil levert op dit moment brandstoffen op Bonaire conform de geldende wet- en regelgeving. De veiligheid van onze operaties staat daarbij centraal. Zowel tijdens de fase waarin de bouw van een nieuwe brandstofterminal door BBT, als na het besluit tot beëindiging van dit traject door het Rijk hebben wij onze verantwoordelijkheid genomen, en blijven dat doen, door nauw samen te werken met alle betrokken instanties, waaronder ILT, Rijkswaterstaat, het Openbaar Lichaam Bonaire en Oil Trading Bonaire. Gezamenlijk zetten wij ons in voor de continuïteit van de brandstofvoorziening en het behalen van de gestelde termijnen door op 1 april 2026 te voldoen aan de door ILT gestelde vereisten.
Momenteel zijn wij in constructief overleg met de betrokken partijen om de benodigde aanpassingen op de locaties Hato en de luchthaven voortvarend door te voeren. Hiermee borgen wij dat de levering van energieproducten op veilige en tijdige wijze voortgezet kan worden ook na 1 april 2026. Tegelijkertijd werken wij aan een duurzame en toekomstbestendige oplossing. Curoil blijft zich volledig inzetten voor een verantwoorde aanpak en een constructieve samenwerking in het belang van de Bonairiaanse gemeenschap.
Wat er aan vooraf ging
22 oktober 2014 – De Wet vrom BES wordt van kracht met regels inzake volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer waaronder veiligheidsnormen voor brandstofopslag.
2015 – Geconstateerd wordt dat de door overheidsnv Bonaire Oil Trading beheerde opslagtanks op één na niet aan wettelijke eisen voldoet. OTB maakt een verbeterplan.
13 februari 2019 – Nadat is vastgesteld dat er van het verbeterplan weinig terecht is gekomen, verleent Rijkswaterstaat een tijdelijke gedoogvergunning om te voorkomen dat het eiland zonder brandstof komt te zitten.
26 juni 2019 – Het Bestuurscollege bevestigt dat de directeur van OTB zichzelf zo’n 400.000 dollar te veel aan salaris heeft uitgekeerd. Ook wordt duidelijk dat de tonnen die de overheidsnv volgens de boekhouding geïnvesteerd zou hebben in het veiliger maken van de opslagtanks in rook lijken te zijn opgegaan.
2020 – Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat besluit eenzijdig de regie over de brandstofvoorziening over te nemen. De medewerking van het Bestuurscollege wordt afgedwongen door te dreigen met het per direct stilleggen van de brandstoffaciliteiten.
26 april 2021 – EZK richt de staatsdeelneming Bonaire Brandstof Terminal BV op die opdracht krijgt een nieuwe brandstofterminal te realiseren die door het ministerie zal worden betaald. Een door TNO doorgerekend plan van WEB om door inzet van hernieuwbare energie de afhankelijkheid van (de import van) fossiele brandstof af te bouwen, wordt door het ministerie genegeerd.
10 juni 2021 – Onder de voorwaarde dat de nieuwe terminal uiterlijk op 1 april 2026 in gebruik wordt genomen, is Rijkswaterstaat bereid de in 2019 verleende gedoogvergunning eenmalig te verlengen tot die datum .
22 oktober 2023 – Aantreden nieuw Bestuurscollege. Kort daarna eist gedeputeerde Clark Abraham ‘Den Haag’ de regie over de brandstofvoorziening terug.
2 augustus 2024 – BBT gaat over tot de openbare aanbesteding van de nieuwe terminal ‘Airport Zuid’. Het BC vat dat op als een provocatie en maakt de ministeries duidelijk niet van plan te zijn de vereiste vergunningen te verstrekken.
4-6 november 2024 – De Inspectie Leefomgeving en Transport voert een inspectie uit bij de locaties Hato en Airport en constateert opnieuw een groot aantal veiligheidsgebreken. In de Stuurgroep Brandstofvoorziening worden het Bestuurscollege, OTB en exploitant Curoil Bonaire erop gewezen dat de tijd dringt: voor het einde van de gedoogperiode (1 april 2026) moet er een nieuwe terminal zijn of de bestaande faciliteiten aan de normen voldoen.
28 januari 2025 – Omdat het Bestuurscollege, OTB en Curoil er geen blijk van geven de urgentie in te zien, kondigt de ILT aan het voornemen te hebben een preventieve last onder dwang op te leggen. De inspectie hoopt zo de partijen ertoe aan te zetten het veilig maken van de opslagtanks voortvarend aan te pakken.
13 februari 2025 – Curoil Bonaire stelt in een zogeheten ‘zienswijze’ het voornemen van de ILT prematuur te vinden. Bovendien vindt het (ten onrechte) dat de ILT zich moet richten tot OTB, omdat die eigenaar is van de opslagtanks.
20 februari 2025 – De betrokken ministeries (I&W, E&GG en BZK) zijn de discussie met het Bestuurscollege over de rol van BBT zat. In het periodieke overleg van de Stuurgroep geven ze het Bestuurscollege te kennen zich uit het project terug te trekken.
13 maart 2025 – In de Stuurgroep valt het definitieve besluit dat de regie over de brandstofvoorziening van BBT (het Rijk) naar OTB (het OLB) wordt overgedragen. De circa 20 miljoen die voor de bouw van de nieuwe terminal is gereserveerd, vloeit – tot ongenoegen van het Bestuurscollege – terug naar de rijkskas.
18 maart 2025 – Rijkswaterstaat herinnert Curoil Bonaire er per brief aan dat de Wet vrom BES vanaf 1 april 2026 “onverkort wordt gehandhaafd”.
21 maart 2025 – Minister Hermans (E&GG) informeert de Tweede Kamer dat de Bestuursovereenkomst met het OLB inzake de brandstofvoorziening met wederzijds goedvinden is beëindigd.
21 maart 2025 – Het Bestuurscollege meldt de Eilandsraad per raadsinformatiebrief 1) het voormalige Bopec-terrein te willen gebruiken voor de opslag van brandstof ten behoeve van elektriciteitsproducent ContourGlobal en WEB en 2) de bestaande kerosine-opslag bij het vliegveld op te knappen zodat die aan de wettelijke normen voldoet. Een uitgewerkt plan ontbreekt.
4 april 2025 – In een videocall informeert Curoil Bonaire de ILT aan de hand van een ‘gap analyse’ het plan van aanpak om de opslagfaciliteiten bij het vliegveld en Hato voor het einde van de gedoogtijd op orde te hebben. Uit de presentatie blijkt dat er veel onzekerheden zijn, ook over de financiering (ca. 5 miljoen dollar).
11 april 2025 – De videocall van 4 april heeft de zorgen van de ILT alleen maar versterkt. De dienst concludeert dat het “met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid” niet haalbaar is de tanks bij Hato op 1 april 2026 aan de wettelijke normen te laten voldoen en legt daarom een preventieve last onder dwang op van 500.000 dollar per maand.
17 april 2025 – Ook voor de tanks bij het vliegveld wordt een preventieve last onder dwang van eveneens 500.000 dollar per maand opgelegd.

