Inbreng van het Tweede Kamerlid Faith Bruyning (NSC) bij het debat van de Kamercommissie voor Koninkrijksrelaties met minister Beljaarts en staatssecretaris Szabó over economische ontwikkeling in het Caribisch deel van het Koninkrijk.
We spreken vandaag over economische ontwikkelingen in Caribisch Nederland en het is goed dat we dat doen. Maar laten we ook eerlijk zijn: we praten hier óók over het patroon van structurele traagheid, versnippering en bestuurlijke afstandelijkheid van de Rijksoverheid richting Caribisch Nederland.
Laat ik beginnen met de bovenwindse eilanden: Saba en Sint Eustatius. Die staan voor grote uitdagingen qua infrastructuur en bereikbaarheid. Saba heeft ons in het gesprek laten zien hoe nijpend de situatie is: toerisme loopt terug, vluchten zijn schaars en duur, en er is geen sprake van eerlijke concurrentie. Zij vragen om een PSO – een public service obligation – en dat is geen luxe, maar noodzaak. Ook op de benedenwindse eilanden, met name Bonaire, zijn er uitdagingen. De druk op de infrastructuur op Bonaire groeit snel. Hoe wordt erop Bonaire rekening gehouden met de ruimtelijke draagkracht van het eiland? Hoe wordt voorkomen dat de groei niet leidt tot onomkeerbare schade aan de natuur en leefomgeving?
Het ministerie werkt aan een wijziging van de Luchtvaartwet BES. Mijn vraag aan de bewindspersonen is dan ook: garandeert die wijziging dat Saba en Statia weer aantrekkelijk worden voor toerisme? Wordt er rekening gehouden met hun unieke situatie als kleine, kwetsbare eilanden in een geografisch én bestuurlijk ingewikkeld Koninkrijk?
Dan de veerdienst. In de brief van 10 maart lezen we dat deze dienst van waarde blijkt. Maar de subsidie loopt eind dit jaar af. Wat is de stand van zaken? En kan de staatssecretaris garanderen dat de veerverbinding behouden blijft, met voldoende kwaliteit en frequentie? Want eerlijk is eerlijk: als we 250 miljoen kunnen investeren in de bereikbaarheid van Ameland, dan mogen we ook iets structureels doen voor Saba. Waar blijft de reflectie daarop?
Voorzitter, uit het rapport Klein gebied, grote opgave blijkt dat de fysieke infrastructuur ernstig tekortschiet. Is er al een lange termijn agenda? Of is de staatssecretaris bereid die alsnog op te stellen samen met de eilanden zelf?
Dan de arbeidsmigratie. De IND werkt niet. Punt. De afhandeling van werk- en verblijfsvergunningen is bureaucratisch vastgelopen, met alle gevolgen van dien voor ondernemers én publieke instellingen. Er is capaciteit op Saba en Statia, maar alle aanvragen gaan alsnog naar Bonaire…waar ze blijven liggen.
Het is geen mysterie waar het misgaat: het is bureaucratie, gebrek aan capaciteit, en een systeem dat niet is ontworpen voor kleinschalige eilanden. Dus mijn vraag is: wil de staatssecretaris werk maken van een herziening van deze hele procedure? En wil hij onderzoeken of IND-locaties op Saba en Statia voortaan ook zelf aanvragen mogen afhandelen niet alleen doorsturen?
Voorzitter, Bonaire heeft zich ontwikkeld tot het bestuurlijke en economische zwaartepunt van Caribisch Nederland. De Rijksdienst Caribisch Nederland zorgt voor een aanzienlijke structurele geldstroom, er zijn meer directe internationale verbindingen en Bonaire is simpelweg groter. Hoe zorgt de staatssecretaris ervoor dat deze centrale rol niet ten koste gaat van de andere eilanden? Hoe kan de RCN ook op de overige eilanden een belangrijkere rol spelen?
Achter deze situatie gaat ook een groeiende ongelijkheid schuil. Veel inwoners verdienen nog veel te weinig terwijl de kosten voor boodschappen, energie, vervoer en wonen blijven stijgen. Volgens meerdere rapporten leeft een aanzienlijk deel onder het sociaal minimum. Veel huishoudens hebben geen financiële reserve en zijn daardoor extra kwetsbaar. Wat doet het kabinet eraan om ervoor te zorgen dat de eerder gezegde unieke situatie van Bonaire niet alleen zorgt voor groei bij een kleine groep? Hoeveel vertrouwen heeft het kabinet in het huidige systeem van sociale zekerheid op Bonaire?
Tot slot, voorzitter, het probleem dat alles raakt: onduidelijkheid over verantwoordelijkheden. In elk debat benoemen we het, maar nog steeds zijn er tien ministeries betrokken bij één eiland, en geen duidelijke eindsturing. Dat moet anders. De staatssecretaris van BZK is politiek verantwoordelijk. Maar als iedereen een beetje verantwoordelijk is, dan is er niemand echt verantwoordelijk.
Daarom hebben wij vorig jaar een motie ingediend voor een rijksbrede begrotingsbijlage voor de BES. Wat is de stand van zaken? En kan deze bijlage uiterlijk met de Voorjaarsnota worden opgeleverd? Zodat we eindelijk weten: waar komt het geld vandaan, waar gaat het naartoe?
En dan verder: kunnen we ook de interne geldstromen op de eilanden zelf inzichtelijk krijgen? Want zolang we die niet kennen, blijft beleid in het luchtledige hangen. Dat is niet bestuurlijk verantwoord.
Voorzitter, de BES zijn geen blok aan ons been. Ze zijn geen bijlage, geen voetnoot. Ze vallen onder de Grondwet. Onder het Statuut. Onder de Kroon. Dat vraagt om betrokkenheid, om coördinatie, en vooral om politieke wil.
