Rede door president van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie mr. Mauritsz de Kort bij de installatiezitting op vrijdag 4 april op Aruba
“Voor een succesvolle en harmonieuze samenwerking is ook iets nodig. Denk aan juridisch vakmanschap. Dat bereik je door goed onderwijs en goede begeleiding. Vorig jaar stond ik in deze installatiezitting daarom stil bij de waarde van goed onderwijs voor onze samenleving. Zonder goed onderwijs is er ook geen betrokken burgerschap. En zonder betrokken burgerschap ook geen fundament onder de onafhankelijke rechtspraak.
Maar voor betrokken burgerschap is meer nodig dan onderwijs. Wil je als burger actief betrokken zijn bij de samenleving, dan lukt dat vooral als het goed genoeg met je gaat: dus als je welzijn in orde is. Dat geldt voor ons persoonlijk, maar ook voor de hele samenleving. En daarvoor is – onder andere – goed bestuur nodig, dat wordt gestimuleerd door betrokken burgers. Dat goede bestuur is een fundament onder onze gezamenlijke welvaart, maar ook onder ons gezamenlijke welzijn.
U kent wellicht het baanbrekende voorbeeld in het Aziatische Bhutan, dat de focus op het Bruto Nationaal Product losliet en zich richt op het Bruto Nationaal Geluk. Van Welvaart naar Welzijn of well-being. Aan dat welzijn kunnen wij allemaal bijdragen. De overheid heeft hierin een bijzondere rol – en dat geldt ook voor ons als rechterlijke macht. Rechtspraak die eerlijk, tijdig en transparant is, draagt bij aan het welzijn van de samenlevingen op onze 6 eilanden. Dat een geschil op een goede manier wordt opgelost, draagt eraan bij. Dat een vonnis gedragen wordt – of op begrip kan rekenen in de maatschappij – neemt stress en onrust weg. Het draagt dus bij aan maatschappelijk welzijn.
Maar onze verantwoordelijk is daarmee niet alleen ‘extern’, naar buiten toe. Ook intern draagt ons Hof een grote verantwoordelijkheid voor het welzijn van ons allen. Want ook het welzijn van ons als professionals en als elkaars collega’s is een zorg voor het Hof. Het is zelfs een randvoorwaarde om als rechterlijke macht je werk op een integere manier te kunnen doen. Wereldwijd is dit een belangrijk onderwerp. Sterker nog, vorige maand nog riep de Verenigde Naties 25 juli uit tot International Day of Judicial Wellbeing. Een dag die vanaf dit jaar elk jaar ‘gevierd’ zal worden, om aandacht te vragen voor welzijn in ons werk.
En ook de Caribbean Association of Judicial Officers (CAJO) – waar ons Hof lid van is – heeft hier eind vorig jaar een belangrijk statement over uitgebracht: welzijn is voor rechters en gerechtsambtenaren cruciaal om hun werk integer te kunnen doen. Sterker nog, in een wereldwijd onderzoek van de VN en het Global Judicial Integrity Network(GJIN) geven rechterlijke ambtenaren aan dat minder welzijn leidt tot minder efficiënt werk, tot vonnissen van slechtere kwaliteit, tot minder vertrouwen in de rechtspraak, tot minder toegang tot het recht, tot een minder integere manier van werken en tot minder procedurele rechtvaardigheid.
Kortom, het gaat hier echt ergens over. Waar ons welzijn en welbevinden onder druk staat, worden de fundamenten van eerlijke en onafhankelijke rechtspraak geraakt. Meer aandacht voor welzijn is dus een hele goede en belangrijke ontwikkeling. Niet omdat wij per definitie gebukt gaan onder ons werk. Maakt u zich geen zorgen! Wij doen ons werk met hart voor het recht en met een grote persoonlijke bevlogenheid en betrokkenheid. Maar tegelijkertijd doen we ons werk vaak in omstandigheden die andere beroepsgroepen niet kennen: het werk van de rechterlijke macht kan soms aanvoelen als een Salomonsoordeel en dat kan (maatschappelijke en
persoonlijke) druk met zich brengen. De ogen van de samenleving zijn op ons gericht. Dat hoort inherent bij ons werk. Maar je kunt dat ook ervaren als extra druk. De aard van ons werk kan dus stressvol zijn. Niet voor niets is er eens speciale term voor: judicial stress. Binnen het Hof ervaren we deze judicial stress ook. Dat kan komen door de aard van het werk of de heftigheid van een zaak. Het kan ook de werkdruk zijn, vanwege de hoeveelheid zaken op ons bord. Of vanwege de veranderende dynamiek in de samenleving. Ons Hof werkt al 15 jaar binnen dezelfde financiële en organisatorische kaders, terwijl het werk in die jaren flink toenam. Ons werk wordt complexer, burgers worden mondiger. Dit leidt tot een situatie waarin we onszelf eigenlijk ‘aan het opeten zijn’. Teveel werk, te hoge druk en te weinig tijd en middelen. Daarmee doen we onze mensen nu soms te kort, we branden onszelf op.
Onze rechters – maar ook onze andere collega’s – zijn heel loyale en plichtsgetrouwe mensen. Maar de signalen van collega’s – dat zij soms gewoon geen tijd en energie meer hebben voor extra taken – zijn niet mis te verstaan. Terwijl deze taken onstilbaar zijn: zo zijn we betrokken bij het toezicht op het notariaat, de Raad van Appèl en Raad van Toezicht op de Advocatuur, het toezicht op de deurwaarderij, op medici en apothekers, maar ook bij selectiecommissies voor de procureur-generaal, voor de nieuwe rector magnificus van universiteiten en bij de aanwijzing van
leden van de Electorale Raad. We zijn bewaarder van zaken die – in het kader van het strafrecht – in beslag genomen zijn. We zijn uitvoerder van een aantal registers, zoals het gezagsregister en het insolventieregister. En we leiden nieuwe kandidaten op tot rechters. Maar naast al deze taken hebben we ook nog onze cruciale hoofdtaak: vonnissen schrijven en zaken behandelen. Je zou het bijna vergeten…
Als een rechter in deze drukte zegt: ‘ik red het niet meer’, dan is er echt iets aan de hand. Dan is de basis niet op orde. Om die reden hebben we intern een nulmeting gedaan naar het ervaren van judicial stress. En de uitkomst is duidelijk: we komen op alle niveaus handen tekort. Dat is een belangrijk signaal aan de regeringen van de landen voor wie ons Hof werkt: steun ons hierin, investeer de komende jaren méér in de rechterlijke macht en de rest van de keten. Dat doe je niet alleen voor ons welzijn, maar ook voor dat van onze samenleving.
Daarom ben ik erg blij met de ambitie van de aantredende Arubaanse regering: in het nieuwe regeerprogramma staat letterlijk dat ‘de capaciteit van alle justitiële instanties op niveau gebracht moet worden, zodat ze effectief hun werk kunnen doen.’ Deze ambitie en ondersteuning heeft de rechterlijke macht ook nodig.
Maar ik wil daarbij ook reëel zijn: op de arbeidsmarkt hebben we als Hof regelrechte concurrentie van overheden en instanties die samen met ons de samenleving bouwen. Denk aan de Centrale Banken, Aqualectra op Curaçao of Elmar hier op Aruba en vergeet de particuliere sector niet. We vissen samen in een kleine vijver van Caribische juristen en andere professionals. Dus als het niet anders kan, zullen we dan meer collega’s uit Nederland moeten aantrekken. Collega’s die uiteraard vragen om een salaris op Nederlands niveau en die liever tijdelijk bij het Hof komen werken, of liever gedetacheerd worden – met behoud van een Nederlands salaris. Dit kan ook zorgen voor scheve ogen op onze werkvloer en zo stress opleveren onder collega’s.
Laat duidelijk zijn: meer geld lost niet al onze problemen op. Maar met een hoger budget kunnen we ons salarishuis op orde brengen en een stuk aantrekkelijker worden voor Caribisch talent: mensen die we met open armen verwelkomen op onze werkvloer. En daarmee versterken we ook het belang van onafhankelijke rechtspraak.
Tegelijk hebben we ook zélf een grote verantwoordelijkheid voor ons eigen welzijn. Ik doe dus niet alleen een oproep aan de 4 landen binnen ons Koninkrijk, maar ook aan alle collega’s binnen ons Hof. Wat kunnen wij zelf doen voor ons interne welzijn? Ik heb eerder gesproken over wat het betekent om een ‘Hoffelijke medewerker’ te zijn. Daar hoort voor mij ook bij dat we als collega’s naar elkaar omkijken en saamhorig zijn. Dat we niet meegaan in makkelijke aannames over een ander. Maar wel dat we ons open en eerlijk uitspreken en nieuwsgierige vragen stellen.
Juist in een organisatie waarin culturen samenkomen, is dit een absolute randvoorwaarden om het met elkaar goed te kunnen hebben. Dus bevraag elkaar, wees open en nieuwsgierig. Die eigenschap maakt ook deel van ons rechterlijke dna: op zitting doen we dagelijks aan hoor en wederhoor, zijn we nieuwsgierig en willen we graag doordringen tot de kern van de zaak en tot de kern van het recht. Dat is onze kracht, die we ook elke dag moeten laten zien aan elkaar, als collega’s. Het moet niet alleen op zitting in onze haarvaten zitten, maar ook tijdens de lunch of tijdens die lastige interne vergadering. Ook dat draagt bij aan het welzijn van jezelf en van je collega’s bij het Hof.
Ik sluit af met een kleine voetnoot, die ook gaat over hoor en wederhoor. De nieuwe regering van Aruba staat in de startblokken. Ze doet dat met ambitie, zeker als het gaat om het welzijn in de justitie keten. In de afgelopen tijd hebben de onderhandelende politieke partijen gesprekken gevoerd met diverse instituties en organisaties uit de samenleving. Helaas was het Hof hiervoor niet uitgenodigd. Natuurlijk is het voor je eigen welzijn heel prettig als je je gehoord voelt. Maar los daarvan had het Hof de nieuwe coalitie graag een paar goede ontwikkelingen meegeven. En uiteraard heeft het Hof ook altijd een aantal wensen voor de wetgever. Denk aan suggesties voor wetswijzigingen, die de wetgeving van Aruba raken en die binnen het Koninkrijk verder hadden kunnen harmoniseren.
Als onafhankelijke rechtspraak hadden we in dit proces een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan goede wetgeving en goed bestuur, en zo aan het welzijn van de totale Arubaanse gemeenschap. Maar niet getreurd, zowel de representanten van de uitvoerende macht en de wetgevende macht zijn vandaag aanwezig. Bon bini nogmaals en laten we straks de agenda’s trekken.
Het voordeel van een rede als deze – op een feestelijke zitting als deze – is dat je je als spreker zeker gehoord weet… Maar daar hoort ook bij dat ik – namens het Hof – graag ook wil luisteren. Uiteraard staat onze deur altijd open voor suggesties en adviezen, die ervoor zorgen dat we als Hof onze bijdragen blíjven leveren aan het welzijn van iedereen die met ons verbonden is: al onze medewerkers, de mensen en instituten voor we dagelijks werken én met wie dagelijks samenwerken. Zodat we ons elke dag blijven inzetten voor het welzijn van de samenlevingen op Aruba, Curaçao en Sint Maarten en op Bonaire, Sint Eustatius en Saba. En daarmee voor het welzijn binnen ons hele Koninkrijk.”
