Den Haag – Het ministerie van Justitie en Veiligheid juicht het toe dat het Bestuurscollege van Bonaire een eigen Bureau Burgerrechten wil inrichten. Het plan, dat uit de koker van gedeputeerde Clark Abraham komt, wordt vanuit Den Haag gezien als een welkome aanvulling op het voornemen van het rijk om juridische loketten te openen op Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
“Het ministerie is op de hoogte van het initiatief. Wij hebben sinds begin 2024 overleg met het openbaar lichaam Bonaire over de initiatieven en hoe deze elkaar kunnen aanvullen en versterken. Het initiatief van het Openbaar Lichaam ziet primair op klachten en bezwaren tegen de overheid. De voorziening voor rechtshulp waaraan vanuit JenV en BZK wordt gewerkt ziet op rechtshulp over de brede linie, dus bijvoorbeeld ook bij geschillen tussen burgers onderling en burgers en bedrijven. Ook kunnen burgers straks bij de voorziening terecht voor vraagstukken over gelijke behandeling”, aldus het ministerie.
“Wij juichen het toe dat er ook vanuit het openbaar lichaam initiatieven worden ontplooid ten behoeve van de rechtsbescherming van burgers. Deze vorm zie je in Europees Nederland ook: met een Juridisch Loket dat vanuit de Rijksoverheid wordt geregeld en op veel plekken ook voorzieningen zoals sociaal raadslieden die vanuit de gemeente worden geregeld. Ook die voorzieningen zijn vaak in de praktijk heel goed aanvullend op elkaar. Centraal staat in beide dat het voor burgers begrijpelijk, logisch en behulpzaam moet zijn.”
Intussen heeft het plan van het ministerie om op de drie BES-eilanden Juridische Loketten te openen vertraging opgelopen. Dat was aangekondigd voor 2024, maar de aangestelde kwartiermaker heeft geconstateerd dat de beoogde opzet op “juridische complicaties en bezwaren” stuit. “Er wordt momenteel hard gewerkt aan het opzetten van de stichting die de taak van juridisch loket op zich zal nemen. Aanvankelijk was de verwachting dat er eerder een start kon worden gemaakt maar vooral de duurzame inrichting en de inbedding op de eilanden vereisen een aantal extra stappen die momenteel worden gezet”, aldus het ministerie.
Uit de voortgangsrapportage van het ministerie
Eerstelijns rechtshulp voor Caribisch Nederland
Maatregel: Opzetten eerstelijnsvoorziening voor Caribisch Nederland
De afgelopen maanden is door de kwartiermaker van het Juridisch Loket gewerkt aan de nadere uitwerking van de eerstelijnsvoorziening voor rechtshulp in Caribisch Nederland. Hierbij is onder meer gekeken naar de praktische invulling van de dienstverlening, de samenwerking binnen de front-office, de gewenste huisvesting, de inrichting van en de samenwerking met de backoffice.
Organisatorische inbedding
Eveneens is gekeken naar een duurzame organisatorische inbedding van de voorziening. Aanvankelijk was hierbij de gedachte dat de voorziening onderdeel zou kunnen worden van het bestaande Juridisch Loket. Tijdens de kwartiermakersfase is echter duidelijk geworden dat dit op een aantal juridische complicaties en bezwaren stuit met het oog op de duurzaamheid van de beoogde organisatie en de mate waarin een passend dienstverleningsaanbod voor burgers kan worden gerealiseerd.
Deze conclusie dwingt tot een herziening van de aanvankelijke koers. Het uitgangspunt blijft dat de organisatorische inbedding zodanig moet zijn dat de voorziening stevig kan worden opgezet en de laagdrempeligheid en onafhankelijkheid van de voorziening geborgd is. Gelet op het voorgaande gaat de voorkeur uit naar een lokaal op te zetten overheidsstichting, die door het ministerie van Justitie en Veiligheid en het ministerie Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties – vanwege de combinatie met de antidiscriminatievoorzieningen – gefinancierd wordt. Hierbij moeten een aantal formele stappen worden doorlopen die vermoedelijk circa 10 maanden extra in beslag nemen. Als gevolg hiervan zal de voorziening later dan gepland van start gaan.
Nulmeting juridische problemen
In opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid en het ministerie Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties is onderzoek gedaan naar ervaren juridische problemen en ervaren discriminatie. Het rapport is op 5 november jl. naar de Kamer gestuurd als bijlage bij de nota naar aanleiding van het verslag bij het wetsvoorstel bescherming tegen discriminatie op de BES. Het rapport maakt inzichtelijk wat de aard en omvang van juridische problemen van burgers in Caribisch Nederland is. Het geeft inzicht in de belangrijkste leefgebieden waarop zij (juridische) problemen ondervinden. Hierbij springen wonen (inclusief huren) en werken (arbeidsrecht) in het oog.
Ook legt het rapport een aantal elementen bloot die van belang zijn bij het opzetten van de voorziening voor eerstelijns rechtshulp. Een opvallend, maar zeker niet onverwacht element is de noodzaak voor fysieke toegankelijkheid en dienstverlening in de eigen taal. Ook blijkt duidelijk uit het rapport dat vertrouwen in een nieuw te introduceren voorziening niet vanzelfsprekend is en gewonnen moet worden. De opbrengsten van het rapport worden de komende tijd gebruikt bij de verdere uitwerking van de voorziening.
Toegankelijkheid rechtsbijstand voor burgers in Caribisch Nederland
Het uitgangpunt is dat burgers in Caribisch Nederland toegang hebben tot voorzieningen waardoor hun problemen en geschillen, het liefst in een vroeg stadium, opgelost kunnen worden. Hiertoe zijn naast een goede eerstelijnsvoorziening, ook toegankelijke en kwalitatief goede tweedelijnsvoorzieningen cruciaal.
In het verlengde van de inspanning om eerstelijns rechtshulp laagdrempelig toegankelijk te maken, wordt daarom momenteel ook gekeken naar de toegankelijkheid van deze tweedelijnsvoorzieningen voor burgers in Caribisch Nederland. Hierbij gaat het specifiek om de kosteloze rechtskundige bijstand en de toegankelijkheid van die voorziening voor burgers. De wetgeving hieromtrent is bij de staatkundige hervormingen binnen het Nederlands Koninkrijk in 2010 ingevoerd en moet op bepaalde punten mogelijk worden herzien. Momenteel wordt samen met de Raad voor Rechtsbijstand en in overleg met partners in Caribisch Nederland gekeken naar de inkomensnorm die voor de kosteloze rechtskundige bijstand geldt. De verwachting is dat dit de komende tijd zal leiden tot een aantal maatregelen voor de korte en langere termijn die gericht zijn op de toegankelijkheid van het stelsel voor burgers. Daarnaast zal er de komende tijd aandacht zijn voor de vergoedingen die advocaten ontvangen.
