Door Peter van Haasen
De verkiezingen op Curaçao hebben geleid tot een bijzondere uitkomst: de partij van premier Gilmar Pisas, de MFK, behaalde een absolute meerderheid. Daarmee kan Pisas de komende vier jaar zonder coalitiepartner regeren. Dat lijkt op het eerste gezicht stabiel, maar roept tegelijk serieuze vragen op over de staat van de democratie op het eiland.
De vorige regeringsperiode verliep moeizaam. De MFK verbrak na drie jaar het bondgenootschap met de Partido Nashonal di Pueblo (PNP) en hield zich sindsdien overeind met incidentele steun van losse fracties, waaronder de partij KEM van Michelangelo ‘Lo’ Martines – een politicus die vastzit op verdenking van drugssmokkel. Het feit dat een regering haar meerderheid laat afhangen van zulke constructies, zegt veel over de partij.
Toch werd de MFK door de kiezer beloond. Of dat een blijk van vertrouwen is, of eerder een signaal van frustratie richting de andere partijen, blijft de vraag. Opvallend is dat de PNP van Ruthmilda Larmonie-Cecilia haar vier zetels wist te behouden. De liberale PAR van Quincy Girigorie zag het zetelaantal halveren. Ook Partido MAN bleef met twee zetels vertegenwoordigd. De rest van het veld, waaronder de partij van ‘Lo’ Martines, verdween onder de kiesdrempel.
Premier Pisas krijgt nu de vrije hand, zonder noodzakelijke tegenspraak binnen zijn regering. Dat is een grote verantwoordelijkheid. Een democratie floreert bij debat, tegenmacht en samenwerking. Juist een absolute meerderheid vereist zelfbeperking, transparantie en bereidheid tot overleg. Tot nu toe heeft Pisas zich eerder eigengereid dan verbindend opgesteld. De komende jaren zullen uitwijzen of de MFK bereid is om die houding bij te stellen. In haar verkiezingsprogramma spreekt de partij over samenwerking binnen het Koninkrijk en respect voor het Statuut.
Maar tegelijk pleit ze voor minder Rijkswetten en meer vrijblijvende onderlinge regelingen – terwijl die laatste juist te weinig waarborgen bieden. Aan deze kant van de oceaan denken wij daar toch iets anders over, als er financiële afspraken worden gemaakt, moet dat ordentelijk gebeuren en bij voorkeur via Rijkswetgeving, waarin toezicht en afdwingbaarheid beter zijn geregeld.
Nederland zal de komende periode scherp moeten letten op goed bestuur, financieel beleid en het functioneren van de democratische rechtsorde op Curaçao. Want uiteindelijk verdient het eiland een zo breed mogelijk gesteunde regering die niet alleen handelt. Het verdient een bestuur dat betrouwbaar, transparant en controleerbaar is.
Peter van Haasen is woordvoerder Koninkrijksrelaties voor de Tweede Kamerfractie van de PVV
