In de zondagse estafette-rubriek ‘Bericht uit…’ belichten columnisten uit de Caribische delen van het Koninkrijk bij toerbeurt de kanten van hun eiland waarvan zij vinden dat die de aandacht van alle koninkrijksburgers verdienen. Vandaag komt het bericht uit Bonaire.
Verstikkende dynamiek
Door Burney el Hage
Als we het over effectiviteit van bestuur hebben op eilanden zoals Bonaire belanden we al snel in een populistische discussie over de (on)kunde of het integriteitsgehalte van de politici, veelal in een negatieve context. Maar wie kan en durft concreet een eerste stap te nemen om de ineffectiviteit van bestuur en het ambtelijk apparaat te doorbreken? Politici zijn zelden in staat radicale veranderingen te brengen in bestaande structuren en processen om effectiviteit van het openbaar bestuur te bevorderen. Hun focus ligt elders en niet primair op organisatie of de publieke waarde ervan. Op Bonaire is de ambtelijke top afhankelijk van de politieke gezagsdragers om de interne organisatie zodanig te kunnen inrichten dat er waarde wordt gecreëerd voor het publiek. Het is daarom zeker niet verbazingwekkend dat dit kenmerkend is voor de relatie tussen politiek en ambtelijke organisaties, waar dan ook ter wereld.
Maar, in tegenstelling tot grotere landen, is een eilandpoliticus (doorgaans functionerend onder sociale druk van een kleine maatschappij) nog minder in staat het lef op te brengen om radicale veranderingen te brengen in structuren en procedures die de effectiviteit ten goede komen. Vrijwel alle wetgeving, de geïmplementeerde structuren van ambtelijke organisaties, de werkprocedures en processen worden overgenomen van de Nederlandse modellen. Dezelfde inefficiëntie van politiek bestuur en ambtelijk apparaat die in Nederland bestaat, bestaat ook op Bonaire. Alleen, de consequenties van ineffectiviteit van bestuur op eilanden, zoals Bonaire, zijn direct zichtbaar en voelbaar. Bonaire heeft al een hele grote stap gemaakt door sinds 10-10-10 deel uit te maken van een grotere maatschappij die veel meer kansen biedt op verbetering van het welzijn van haar burgers. De volgende grote stap zou moeten zijn het verbeteren van de effectiviteit van het bestuur. Een en ander door het creëren van realistische en uitvoerbare structuren en processen, het optimaliseren van de ambtelijke organisaties en het werken aan een gezonde “eilandelijke” organisatiecultuur.
Op eilanden met een kleine gemeenschap kamp je al snel met een beperkte beschikbaarheid van goed opgeleide en gekwalificeerde bestuurders en werknemers. Daarnaast zijn lijntjes kort en vaak door elkaar lopend. Men kent elkaar, van generatie op generatie, vanuit verschillende invalshoeken en vaak is er ook nog sprake van familiebanden. In de sociale setting is het meestal wel leuk, maar zakelijk gezien is het vaak lastig. Het heeft een bijzondere uitwerking op de dynamiek en de wijze waarop de aansturing van de organisatie feitelijk gestalte krijgt. In de particuliere sector is de redding veelal gelegen in de bedrijfseconomische overlevingsdrang waardoor de productiviteit, effectiviteit en efficiëntie op de rails worden gehouden door het aandeelhoudersbelang. Meestal kan alleen een dichtstbijzijnd familielid nog even wegkomen met disfunctioneren, maar voor anderen is dit niet weggelegd. Leidend zijn het verzekeren van continuïteit en het realiseren van positieve bedrijfsresultaten.
Binnen de publieke sector werkt deze dynamiek “anders”. Het goede nieuws is dat, in tegenstelling tot het verleden, medewerkers inmiddels gelukkig wel vaker worden aangetrokken op basis van merites dan op basis van “wie je kent”. Maar het gebrek aan beschikbaar gekwalificeerd lokaal personeel blijft een hele uitdaging. Benodigde capaciteit is echter onlosmakelijk verbonden aan de keuzes die gemaakt worden over hoe de overheidsdiensten ingericht moeten worden. En, met welke doelstelling. Dienend, transparant, toegankelijk en afgestemd op de behoeftes en noden van de burgers. Of, vanuit een negatief mensbeeld redenerend, een opgezette structuur van bureaucratische processen met als uiteindelijk doel de burgers te controleren en beperken in hun ontwikkeling. Bij deze laatste variant heb je heel veel ambtenaren en bestuurscapaciteit nodig en daar kan Bonaire (zoals veel kleine gemeenschappen) voorlopig niet en misschien nimmer aan voldoen.
En dus kan het niemand verbazen dat ons eiland worstelt met een gebrek aan uitvoeringskracht. Het is uiterst precair om op zakelijke wijze een bureaucratische overheidsorganisatie te runnen, terwijl je constant rekening moet houden met vriendschappelijke of familiaire relaties met daar tussendoor ook nog de politieke belangen, immers je komt elkaar buiten werk, ook overal tegen. Men weet meestal wel hoe het moet, men kent precies de zwakke plekken en de oplossingen, maar de angst voert de boventoon. Angst om op tenen te trappen, om in onmin te raken, om benadeeld te worden e.d. Hierdoor verlammen organisaties en verzuurd de dynamiek. Dit fenomeen speelt niet alleen binnen de overheid, maar ook in de semipublieke sector, gesubsidieerde instellingen en de politiek. Angst en belangen zijn de drijfveren en tegelijkertijd de kooi waarin we gevangen blijven zitten.
Het doorbreken en structureel veranderen van deze situatie is lastig. Veranderend management gaat gepaard met cultuurverandering, een van de moeilijkste opgaven. Voorwaarde is uiteraard een heldere “lean” organisatiestructuur en optimalisering van de procedures en processen. Binnen de kleinschalige setting moet je van goeden huize komen om het eilandsbelang te laten prevaleren boven politieke, familiaire of andere druk, zeker als het gevolgen kan hebben voor je eigen positie binnen de kleine gemeenschap. In theorie mogelijk, maar in de praktijk een beladen dilemma. Toch is de roep om de ineffectiviteit van bestuur en het ambtelijk apparaat te doorbreken luider dan ooit. Wie durft het aan? Wordt vervolgd…
