Door Willem A. Cecilia
De recente aankondiging dat het Rijk zich terugtrekt uit de beleidsrol rondom de brandstofvoorziening op Bonaire en deze taak weer overdraagt aan het Openbaar Lichaam Bonaire (OLB), roept fundamentele vragen op over goed bestuur en publieke verantwoordelijkheid.
Vanaf 1 april 2026 vervallen de tijdelijke vergunningen van de huidige brandstofopslaglocaties. Tegelijkertijd is de geplande nieuwe brandstofterminal bij Airport Zuid van de baan. De klok tikt, maar er is nog geen duurzaam alternatief. Opnieuw grijpt men naar een lapmiddel: het opknappen van bestaande installaties. Maar veel riskanter is het scenario dat zich stilaan aandient: een overname van de failliete Bopec-site door Curoil, dat vervolgens eigenaar én beheerder van de nieuwe opslagfaciliteiten zou worden.
Curoil is nu al de enige importeur, distributeur en verkoper van brandstoffen op het eiland. Als deze partij ook eigenaar wordt van de infrastructuur, ontstaat een ongezonde machtsconcentratie. Daarmee wordt een publiek vitale voorziening als brandstofvoorziening volledig afhankelijk van één commerciële partij. Het ontbreken van tegenmacht en transparantie in zo’n constructie is niet alleen economisch risicovol, maar ook bestuurlijk onverantwoord.
Juist daarom was de eerdere keuze voor Bonaire Brandstof Terminal (BBT) zo belangrijk: het Rijk zou zelf uiterst moderne en milieuvriendelijk opslag bouwen, eventueel in samenwerking met OTB (Oil Trading Bonaire), waarna het beheer zorgvuldig kon worden overgedragen aan een partij als Curoil – onder toezicht en heldere afspraken. Deze gescheiden rolverdeling tussen eigenaar en beheerder borgde de publieke belangen beter, en bood ruimte voor transparantie en toezicht.
Dat die lijn nu verlaten wordt, zonder uitleg of waarborgen, roept serieuze vragen op over de koers. En wie moet deze complexe en risicovolle transitie nu overzien? Het OLB kampt al jaren met capaciteitsproblemen die sinds september 2023 alleen maar zijn verergerd. Rapporten van de Algemene Rekenkamer en het College financieel toezicht benadrukken keer op keer dat het bestuursapparaat onvoldoende toegerust is voor dit soort specialistische, kapitaalintensieve dossiers.
Dat het Rijk zich beleidsmatig terugtrekt, terwijl het nog 5 miljoen euro beschikbaar heeft binnen BBT, wekt de indruk dat men vooral op zoek is naar een bestuurlijke exit, een bestuurlijke aftocht, in plaats van naar een duurzame oplossing. Opmerkelijk is dat het juist de gezaghebber is die recentelijk het initiatief heeft genomen om goed bestuur te borgen en af te dwingen wat een sterke indicatie dat er sprake is van diepgewortelde bestuurlijke knelpunten. Ook de perikelen rondom Selibon en de vuilstortplaats te Lagun zijn illustratief voor hoe het OLB én uitvoerende organisaties als Selibon de grip op hun taken hebben verloren. Dat werd overigens ook ruiterlijk erkend door de directeur van Selibon, die in een interview aangaf dat de situatie het bedrijf en het OLB “hun krachten heeft overtroffen”.
Goed bestuur is geen wisselgeld dat per dossier wordt ingezet. Als diezelfde bestuursnormen niet worden toegepast op het veel grotere en complexere brandstofdossier, dreigt het herstel van vertrouwen en transparantie direct te worden ondermijnd. De vraag die nu centraal moet staan is: hoe garandeert Bonaire een veilige, betrouwbare en publiek verantwoorde brandstofvoorziening voor de komende decennia?
Dat begint met het vermijden van monopolievorming, het waarborgen van publieke zeggenschap over kritieke infrastructuur en het inzetten van beschikbare middelen (zoals de 5 miljoen euro binnen BBT) om de opslag daadwerkelijk in publieke handen op te bouwen – eventueel met technische partners – vóór overdracht aan een marktpartij.
In deze hele context speelt een emotionele dimensie van autonomie, trots en zelfbeschikking een duidelijke rol. De gedachte “wij kunnen het zelf doen” of “we moeten af van Haagse bemoeienis” klinkt op de achtergrond mee, en beïnvloedt beslissingen op een manier die niet altijd rationeel of bestuurlijk verantwoord is.
Bonaire verdient een brandstofvoorziening die veiligheid en continuïteit garandeert, zonder bestuurlijke haast, zonder risico-opstapeling en zonder machtsconcentratie. Het huidige pad – met een terugtredend Rijk, een overbelast OLB en een opkomend brandstofmonopolie – dreigt uit te monden in precies het tegenovergestelde.
Wat nu nodig is, is gezamenlijke verantwoordelijkheid, heldere regie en de moed om publieke belangen daadwerkelijk voorop te stellen. Dat is waar goed bestuur over gaat. Niet over politieke timing, trots en zelfbeschikking tegen elk prijs maar over duurzame keuzes voor het eiland en voor de toekomst.
Willem A. Cecilia is voormalig eilandgriffier op Bonaire
