Bonaire – De Inspectie Leefomgeving en Transport blijkt niet alleen voor de brandstofopslag bij het vliegveld een last onder dwangsom te overwegen, maar ook voor die bij Hato. De schriftelijke aankondiging daarvan is door het eilandbestuur onder het tapijt geveegd.
Deze week werd bekend dat de ILT betwijfelt of het gaat lukken de eilandelijke brandstofvoorziening per 1 april 2026 voldoende veilig te hebben gemaakt. Op die datum eindigt de huidige gedoogsituatie. Nu er een streep is gezet door de plannen een nieuwe opslagterminal te bouwen, blijft Bonaire afhankelijk van de verouderde tanks bij het vliegveld en Hato. In een brief van eind januari kondigde de ILT een preventieve last onder dwangsom van 500.000 dollar per maand aan als niet snel met de aanpassingen bij de opslag bij het vliegveld wordt begonnen.
Nu blijkt er nog een tweede brief van de ILT te zijn met een soortgelijke inhoud, maar dan voor de opslag bij Hato. In strijd met de Wet openbaarheid van Bestuur BES is deze brief door het eilandbestuur onder de pet gehouden. Zo is deze niet terug te vinden op de (openbare) lijst van ingekomen stukken van de Eilandsraad. Als eilandgriffier Harewood gevraagd wordt naar het waarom, blijft een antwoord uit. Ook het verzoek om een kopie is niet gehonoreerd.
Zowel de opslag bij het vliegveld als die bij Hato zijn eigendom van de overheidsnv Oil Trading Bonaire, maar worden geëxploiteerd door Curoil. Omdat de tanks over de houdbaarheidsdatum zijn en OTB vanwege wanbeleid vleugellam was, greep Den Haag in 2020 in door het OLB de regie over de brandstofvoorziening van het OLB te ontnemen en die onder te brengen bij de daarvoor speciaal opgerichte staatsdeelneming Bonaire Brandstof Terminals BV. Dat kreeg een bruidsschat van 20 miljoen euro mee om bij het vliegveld een moderne terminal te bouwen, maar daartegen is het huidige Bestuurscollege – naar zich laat aanzien met succes – in verzet gekomen.
Het BC wil dat de zeggenschap weer bij OTB komt te liggen en de nieuwe opslag niet bij het vliegveld, maar op het voormalige Bopec-terrein komt. Intussen zal OTB alle zeilen moeten bijzetten om de twee bestaande opslagen op tijd – voor 1 april 2026 – op te lappen. Hoewel de tijd dringt, is daarmee nog geen begin gemaakt. Ook de financiering is nog een groot vraagteken.
De voor de infrastructuur verantwoordelijke gedeputeerde Anjelica Cicilia is niettemin optimistisch, maar de ILT is er niet gerust op. Vandaar de dubbele aankondiging van een last onder dwangsom en de mededeling dat er vanaf 1 april volgend jaar strikt zal worden gehandhaafd. Het is overigens niet het OLB, maar Curoil dat als exploitant de dwangsommen opgelegd zal krijgen. Het bedrijf heeft inmiddels bezwaar gemaakt.
Reactie directie Curoil
“Op dit moment zien we geen risico’s voor de leveringszekerheid. We zijn in gesprek met alle betrokken partijen om de nodige aanpassingen door te voeren op HATO en de luchthaven, zodat we de leveringen tijdig kunnen blijven waarborgen. Ondertussen werken we nauw samen met de relevante stakeholders aan een toekomstbestendige oplossing. In onze reactie op het voornemen tot het opleggen van een Last Onder Dwangsom, hebben wij de betrokken partijen verzocht om af te zien van de uitvoering hiervan. We hebben de partijen in overweging meegegeven om een zorgvuldige beoordeling van de huidige situatie te doen en een gedegen belangenafweging te maken op basis van de feiten.”
Nb. de reactie van de directie van Curoil gaat voorbij aan het feit dat de ILT haar rol onafhankelijk – dus zonder politieke of andere beïnvloeding – vervult. Zij heeft de taak ervoor te zorgen dat bedrijven, organisaties en overheidsinstanties de wet- en regelgeving over de duurzame leefomgeving en de fysieke veiligheid naleven om zo mede een veilige leefomgeving voor burgers te borgen.
