Bonaire – Directeur van de Across the Isles Foundation Arjen de Wolff heeft met zijn klacht over een van de gedeputeerden geen gehoor gevonden bij gezaghebber John Soliano.
Voormalig eilandgriffier en adviseur van de Eilandsraad De Wolff verweet een door hem niet bij naam genoemde gedeputeerde “grote maatschappelijke, reputationele en financiële schade te hebben veroorzaakt” en daarmee “een groot aantal culturele en sociale projecten in gevaar te hebben gebracht.” Hij eiste van de gezaghebber dat deze zou bewerkstelligen dat het Bestuurscollege de schade “zowel op als buiten het eiland” zou herstellen.
De uitspraken waarover De Wolff zich opwond, zouden zijn gedaan in een gesprek van de gedeputeerde met De Nederlandsche Bank. Ondanks de vertrouwelijkheid werd de inhoud door een bankmedewerker doorgespeeld naar De Wolff, die vervolgens per brief verhaal haalde bij Soliano. Die heeft inmiddels geantwoord: “Aangezien u geen transcriptie van het gesprek met mij heeft gedeeld, kan ik vanuit mijn functie niet verder ingaan op deze kwestie of antwoord geven op de vragen die u aan het einde van uw brief stelt. Daar, zonder volledig te zijn geïnformeerd, op in te gaan acht ik niet verantwoord.”
Wat de stichtingsvoorzitter vooral stak, was de vermeende uitspraak dat er geen “politiek draagvlak” zou zijn voor zijn initiatief bij Plantage Fontein een herinneringsmonument voor het slavernijverleden op te richten. Soliano: “Mijns inziens zal moeten blijken of er sprake is van “politiek draagvlak” als een meerderheid van gekozen c.q. aangewezen politieke vertegenwoordigers en gezagdragers zich daartoe uitspreekt. Dat is voor wat betreft uw project (nog) niet gebeurd om het simpele feit dat noch de Eilandsraad, noch het Bestuurscollege (voldoende) geïnformeerd zijn of een verzoek heeft ontvangen omtrent betreffende project om een standpunt in te nemen.”
De Across the Isles Foundation haalde de afgelopen maanden het nieuws een donatie van 500.000 euro toegekend te hebben gekregen uit het slavernijfonds van De Nederlandsche Bank. Dat viel – vanwege De Wolfs staat van dienst – verkeerd in de Bonairiaanse gemeenschap, waarna de bank alsnog diens antecedenten naging en de donatie introk.
