Nog veel te doen om armoede BES-eilanden terug te dringen

Den Haag – “Er moet nog veel gebeuren om de armoede in Caribisch Nederland terug te dringen.  We zien dat er in de volle breedte problemen zijn. De inkomens zijn te laag om van rond te komen en de kosten van basale levensbehoeften zijn te hoog, of het nu gaat om de dagelijkse boodschappen, de huurprijzen of de kosten voor vervoer en internet”, aldus Tweede Kamerlid Raoul White (GroenLinks-PvdA) vandaag in de voortzetting van het debat over het sociaal minimum op de BES-eilanden.

“Er moeten echt nog flinke stappen worden gezet. Er zijn de afgelopen tijd door onze Kamer op veel punten moties ingediend. Een deel daarvan is ook aangenomen. We wachten met elkaar op de uitvoering ervan. Het is daarom van belang dat het kabinet de moties en de plannen die het zelf heeft zo spoedig mogelijk uitvoert. Maar het is ook belangrijk dat wij als Kamer goed op de hoogte gehouden worden van de uitvoering van de moties. Daarom het verzoek om ons hierover periodiek goed te blijven informeren middels een doorlopende overzichtelijke terugkoppeling, zodat wij, maar zeker ook de mensen op de eilanden, weten hoe het ervoor staat. Bovendien voorkomt het dat wij herhalingsmoties moeten indienen.”

White kreeg bijval van Faith Bruyning (NSC): “In Caribisch Nederland zien we de schrijnende realiteit dat veel gezinnen moeite hebben om de touwtjes aan elkaar te knopen. Het sociaal minimum moet niet alleen voldoende zijn om te overleven, maar ook om te leven met waardigheid. Dat betekent dat men in staat moet zijn om te voorzien in basisbehoeften zoals voedsel, huisvesting en gezondheidszorg, maar ook om deel te nemen aan de gemeenschap en toegang te hebben tot onderwijs en culturele verrijking. Laten we dan ook kijken naar de moties die al zijn aangenomen om de situatie te verbeteren. Veel van deze moties zijn gericht op het opvolgen van de aanbevelingen van de commissie-Thodé, maar ook op evaluatie en monitoring.

Het gaat hier om meer dan het sociaal minimum verhogen tot een niveau dat overeenkomt met de werkelijke kosten van levensonderhoud en de economische cijfers. Het gaat om mensen. Het is dan ook van essentieel belang dat we een tussenstand krijgen van de implementatie van deze moties. Transparantie is van vitaal belang, zodat we kunnen zien waar vooruitgang wordt geboekt en waar aanvullende inspanningen nodig zijn. Ik wil de staatssecretaris dan ook vragen om een brief die specifiek ingaat op de uitvoering van de moties die raken aan het sociaal minimum in Caribisch Nederland. Ik wil graag weten welke stappen er zijn genomen en wat de resultaten tot nu toe zijn. We moeten er namelijk voor zorgen dat het sociaal minimum niet slechts een vangnet is, maar een opstap naar een betere toekomst. Alleen dan kunnen we spreken van echte vooruitgang”, aldus Bruyning.

Aukje de Vries (VVD): “We hebben het heel uitgebreid erover gehad dat het leven op de eilanden gewoon heel duur is en dat we daar oplossingen voor moeten bieden. Er wordt heel veel gewerkt met toeslagen, subsidies et cetera. Wat ons betreft zou het beter zijn om te kijken hoe we de vaste kosten echt structureel kunnen verlagen. Dan gaat het bijvoorbeeld om water, telecom en energie, maar ook om de boodschappen. Daar moeten we echt stappen in zetten. We hopen dat in de brief die gaat komen over de inzet van de beschikbare middelen echt aandacht is voor hoe we dat voor elkaar kunnen krijgen, in plaats van te werken met allemaal individuele toeslagen en subsidies.

Een tweede punt: de commissie-Thodé en het sociaal minimum. Ik wil nog wel een keer extra en specifiek aandacht vragen voor de werkgevers op de eilanden. Daar heeft Thodé ook aandacht voor gehad en over gezegd dat de hogere werkgeverslasten gecompenseerd moeten worden. Ik vind het belangrijk dat we daarnaar blijven kijken om te zorgen dat de concurrentiepositie van de eilanden goed is ten opzichte van de eilanden in de omgeving. We moeten ons realiseren dat als we het minimumloon verhogen, dat ook weer doorwerkt in de kosten en de boodschappen op de eilanden. Ik denk dat we dat goed moeten afwegen.”

PvdA-Kamerlid White diende namens D66, de SP en de ChristenUnie een motie in met de tekst: “De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat een sociaal minimum voldoende zou moeten zijn om in de werkelijke kosten van het levensonderhoud te voorzien; constaterende dat huishoudens met kinderen echter nog veelal onvoldoende middelen hebben om te voorzien in de kosten van het levensonderhoud; overwegende dat het kabinet de mogelijkheid voor een aanvullende kindregeling verkent; verzoekt de regering om voor het zomerreces de uitkomsten van deze verkenning met de Kamer te delen, en gaat over tot de orde van de dag.”

Staatssecretaris van SZW Jurgen Nobel laat het oordeel over aan de Kamer, “omdat ik verwacht dat de verkenning in de eerste helft van het jaar is afgerond.”

error: Deze inhoud mag niet gekopieerd worden.