In de week dat het 80 jaar geleden is dat Auschwitz werd bevrijd, blikt DossierKoninkrijksrelaties terug op de onderbelichte rol van de Curaçaose pers tijdens de Tweede Wereldoorlog. Met als voorbeeld de wijze waarop Amigoe di Curaçao nog tijdens de oorlog ongecensureerd kon schrijven over de gewelddadige ontruiming in de nacht van 21 op 22 januari 1943 van de joods-psychiatrische instelling Het Apeldoornsche Bosch.
Door John M. Stienen
Tijdens de Tweede Wereldoorlog, terwijl Nederland en later ook Nederlands-Indië bezet waren en de Nederlandse regering vanuit Londen opereerde, bleef het gebiedsdeel Curaçao vrij van bezetting. De lokale Nederlandtalige pers speelde er een belangrijke rol in het informeren van de bevolking en het versterken van het moreel. Dat informeren en versterken van het moreel reikte tot ver buiten de eilanden. De Curaçaose pers bereikte Australië, Nederlanders in koloniën in Noord- en Zuid-Amerika, regeringskringen in Londen en abonnees in Zuid-Afrika en Belgisch-Congo.
Omdat de kranten uit Nederland niet langer beschikbaar waren, nam de Curaçaose pers de taak op zich om de bevolking op de hoogte te houden van de gebeurtenissen in bezet Nederland en de rest van wereld om zo bij te dragen aan de oorlogsinspanningen.
De samenwerking met Britse en Amerikaanse nieuwsagentschappen maakte de nieuwsvoorziening mogelijk, ondanks uitdagingen zoals de financiële beperkingen en het moeten vertalen. De oprichting op 24 juni 1940 van de Gouvernementspersdienst in Willemstad, onder leiding van Eduard Maurits Elias, bracht een significante verbetering in de toegang tot betrouwbare nieuwsbronnen. Deze dienst zorgde voor nieuws uit Londen, New York en andere steden in de vrije wereld. Dat stelde de Curaçaose pers in staat om berichten te publiceren over de gruwelen in bezet Nederland, de vervolgingen en verzetsactiviteiten. Artikelen uit de Nederlandse sluikpers werden regelmatig herdrukt en besproken.
Ondanks technische en financiële uitdagingen, zoals een kleine lezerskring en beperkte drukfaciliteiten, slaagde de Curaçaose pers erin om betrouwbaar en invloedrijk te blijven. In deze periode verschenen meerdere kranten en bladen op Curaçao. De belangrijkste titel, de Amigoe di Curaçao, werd in maart 1941 omgevormd tot een dagblad.
Ter illustratie van hoe de nieuwsgaring toen werkte een bericht dat Amigoe publiceerde op 30 april 1943 (klik hier) over de ontruiming van de Joods-psychiatrische instelling Het Apeldoornsche Bosch drie maanden eerder:

Ondanks de censuur in Nederland, geeft dit bericht een beangstigend juiste analyse van wat er zich in de vroege uren van 22 januari 1943 in Apeldoorn afspeelde. De krant citeerde een artikel uit de Londense editie van Vrij Nederland van 24 april 1943:

Dat artikel is gebaseerd op het estafettebericht van 1 maart 1943 van de ondergrondse medische verzetsorganisatie Medisch Contact:
Een staaltje van Nat. Soc. gezondheidszorg! Op ongelooflijk ruwe wijze zijn de patienten uit het Isr. K.Z. gesticht het Apeldoornsche Bosch door de bezettingsautoriteiten in goederenwagens, tendeele gebonden, tendeele opeengestapeld, weggevoerd. Men kan het gruwelijk lot dat deze menschen verder getroffen heeft, helaas maar al te goed gissen.
Het al te goed kunnen gissen was bij de redactie in Willemstad in ieder geval niet aan dovemans oren gericht. Op 25 november 1942 was immers in The New York Times, op pagina 10, het volgende bericht verschenen:
Information received here of methods by which the Germans in Poland are carrying out the slaughter of Jews includes accounts of trainloads of adults and children taken to great crematoriums at Oswiencim, near Cracow.
Polish Christian workers have confirmed reports that concrete buildings on the former Russian frontiers are used by the Germans as gas chambers in which thousands of Jews have been put to death.
Doordat deze berichten beschikbaar waren en door deze te combineren, slaagde de redactie van Amigoe er als eerste medium in het Koninkrijk in om nog tijdens de oorlog het afschuwelijke lot van gedeporteerde Joodse Nederlanders te publiceren.
Dit artikel is tevens verschenen in Amigoe

