Het debat van de Tweede Kamercommissie voor (?) Koninkrijksrelaties met staatssecretaris Zsolt Szabó over de CAS-landen ontaardde woensdag opnieuw in een – dit keer drie uur durende – aanklacht tegen bestuurders in het Caribisch aanhangsel van het Koninkrijk. Wie het gelivestreamde tribunaal volgde, zag hoe de het coalitiebed delende Peter van Haasen (PVV) en Aukje de Vries (VVD) tegen elkaar opboden in het bashen van overzeese soortgenoten. Die dragen overigens zelf maar al te ijverig het hout aan voor de brandstapel waarop ze verbaal terechtgesteld worden. Zoals drugsbaas Michelangelo ‘Lo’ Martines die bij de Statenverkiezingen van 21 maart op Curaçao een van de lijsttrekkers is. Voor het uitbrengen van zijn stem hoeft hij niet ver te lopen, er is een stembureau in de gevangenis.
Geen primeur, want in 2021 nam op Aruba de voor corruptie veroordeelde oud-minister Benny Sevinger vanachter de tralies deel aan de verkiezingen. Hij behaalde ruim voldoende voorkeursstemmen – onder meer van medegevangenen – om na het uitzitten van zijn straf bij de rentree in de Staten door partijgenoten als de verloren zoon te worden ingehaald. “Beschamend”, noemde Van Haasen de kandidatuur van Martines. Of de staatssecretaris er ook zo over dacht, vroeg hij. Die onthield zich van commentaar omdat, zoals dat heet, de zaak onder de rechter is.
Szabó hield zich wel vaker op de vlakte. Vrijwel elk onderwerp waarvoor commissieleden aandacht vroegen, pareerde hij door erop te wijzen dat het een landsaangelegenheid betrof en Nederland er zich dus niet tegenaan te bemoeien heeft. “Kan de staatssecretaris uitleggen waarom goed bestuur niet als landsaangelegenheid wordt beschouwd, maar zodra het om menselijke problemen gaat wel?” wilde bijdehantje Faith Bruyning (NSC) weten. Die ergerde zich bovendien groen en geel aan het zwart maken van de collega’s op de eilanden. “Voorzitter, er moet mij even iets van het hart”, brak ze in, waarna ze haar coalitiegenoten onder de neus wreef dat het in bestuurlijk Nederland ook niet allemaal rozengeur en maneschijn is.
En zo is het. Als ooit het gezegde den splinter in een anders oog wel zien, maar niet de balk in zijn eigen van toepassing is, is dat anno nu. Burgers in het moederland krijgen de ene na de andere rekening gepresenteerd voor falend bestuur. Niet het gevolg van onkunde, maar door een optelsom van onwil en slappe knieën. Decennialang hebben achtereenvolgende regeringen voorspelbare ontsporingen – op het gebied van huisvesting, veiligheid, zorg, bestaanszekerheid, immigratie, natuur en beschaving, om maar een paar voorbeelden te noemen – niet willen en durven voorkomen. Louter en alleen om multinationals, de agromaffia, de KLM etc. te behagen.
Deze week incasseerde de regering de zoveelste staatsrechtelijke draai om de oren. De Raad van State concludeerde dat de overheid de eigen stikstofregels – bedoeld om het land nog enigszins leefbaar te houden – aan de laars lapt. In de coalitie gaan stemmen op de regels dan maar aan te passen. Wat niets anders is dan slecht bestuur op papier wit te wassen. Wordt het niet tijd dat de Staten van Aruba, Curaçao en Sint Maarten met gelijke munt terugbetalen? Door hun regeringen aan te sporen via de gevolmachtigde ministers de zorgen over te brengen over het moreel afglijden van het moederland. Het Statuut geeft ze daar alle recht toe. Sterker nog, artikel 43 in de grondwet van het Koninkrijk verplicht de Rijksministerraad in te grijpen als in een van de landen goed bestuur in het geding is.
Het zal niet gebeuren. Want wie betaalt bepaalt, zoals kan worden afgeleid uit Szabó’s antwoord op de vraag van Bruyning over het selectief omgaan met wat wel of geen landsaangelegenheid is. De stas verwees naar de landspakketten, daarmee suggererend dat de CAS-landen zich uit vrije wil de bemoeienis laten aanleunen. De waarheid is dat de hervormingen door Den Haag zijn afgeperst: als de regeringen niet bij het kruisje zouden tekenen, hadden ze à la minute ruim 1 miljard aan coronaleningen moeten aflossen. Het was slikken of stikken, de drie woorden waarmee de essentie van de koninkrijksrelaties in drie woorden is samengevat.
Intussen staat het volgende Cariben-debat zich al weer op de agenda: donderdag zetten de koninkrijksspecialisten onder de Kamerleden een eerder overleg voort over de aanbevelingen van de Commissie Thodé om de bestaansonzekerheid op Bonaire, Sint Eustatius en Saba te verkleinen. Je moet er wel vroeg voor uit de veren, want de beraadslagingen beginnen om 6.05 uur Caribische tijd. Een lange zit zal het niet worden. Per factie is zegge en schrijve 120 seconden uitgetrokken en er hebben zich vooralsnog slechts twee sprekers aangemeld. Vijf minuten verslapen en het is voorbij.
Eerder is het op deze plek al eens gegaan over de discriminatie van het Papiamentu ten opzichte van het Fries, terwijl ze beide in het Europese deel van het land Nederland officieel erkende talen zijn. Zo mogen ministers de eed wel in het Fries, maar niet in het Papiaments afleggen. Nu dient zich een nieuwe lakmoesproef aan: in Friesland worden verkeersborden tweetalig. Zou Bonaire daar ook toestemming van Den Haag voor krijgen?
Kadushi is het buitenbeentje van DossierKoninkrijksrelaties.nl: een stekelige rubriek die soms wel eens ‘au’ kan doen.
