Het essay van studente Leilani Werleman – deelnemer aan de minor Koninkrijkszaken van de Haagse Hogeschool – over het onderwijstaalbeleid op Aruba dat op 26 december op deze site is gepubliceerd, heeft veel losgemaakt. Zij kreeg bijval van veel medestudenten die zich in haar betoog herkennen, maar voormalig minister van Onderwijs Endy Croes is het niet eens met de kritiek, blijkt uit onderstaande reactie.
Aruba’s ‘Integraal Taalbeleid Onderwijs’
Het introduceren van het Papiamento in het onderwijs is inderdaad een goed middel om de taal te beschermen, maar wat het onderwijs aangaat is het niet meer dan een mooie bijkomstigheid. De werkelijke reden voor de introductie van het Papiamento in het onderwijs staat geschreven in het Arubaanse taalbeleid dat mede gebaseerd is op het paper van de UNESCO (2016) ‘Global Education Monitoring Policy Paper 24: If you don’t understand, how can you learn?’ en het paper van The World Bank (2021) ‘Loud and Clear: Effective Language of Instruction Policies for Learning’.
Beide instanties pleiten voor het alfabetiseren (leren lezen en schrijven) van kinderen in hun moedertaal, om zo een stevige basis te leggen voor het verder leren. Op Aruba is voor de meeste leerlingen het Papiamento de moedertaal of de tweede taal. In het schooljaar 2023-2024 is conform het overgenomen advies van de UNESCO en The World Bank in het nieuwe Arubaanse taalbeleid, gestart met het lees- en schrijfonderricht van 5-6 jarigen in het Papiamento. Dit is pas de eerste stap in het implementatie traject van het Integraal Taalbeleid van Aruba.
Het in mei 2023 vastgesteld beleid: ‘Integraal Taalbeleid Onderwijs’ van Aruba brengt in beeld dat vier talen vernieuwd in het onderwijs worden geïmplementeerd zijnde het Papiamento, Nederlands, Engels en Spaans. Alle talen krijgen volgens dit model reeds in de eerste schooljaren (het kleuteronderwijs) de aandacht. Het Papiamento en het Nederlands worden als instructietalen gehanteerd. In de eerste vijf leerjaren is Papiamento de instructietaal. Daarnaast is het Nederlands stevig in het curriculum aanwezig.
Met de juiste didactiek wordt het Nederlands als vreemde taal (en niet als moedertaal zoals tot voor kort het geval was) aangeboden. Eerst als vak en geleidelijk als instructietaal. Het uiteindelijke doel met het aanbod van het Nederlands is dat aan het eind van het basisonderwijs, leerlingen die taalvaardigheden hebben ontwikkeld die zij nodig hebben om het voortgezet onderwijs succesvol te doorlopen en de eindexamens, die voor het algemeen voortgezet onderwijs alsook het beroepsonderwijs uit Nederland komen te kunnen behalen aan het eind van hun middelbare school.
Voor het Engels en Spaans wordt ook een nieuw programma aangeboden. Deze talen krijgen als vak vanaf het eerste kleuterjaar de aandacht. Het hoeft geen betoog dat de aanwezigheid van het Papiamento, Engels en Spaans in de Arubaanse multitalige maatschappij, het aanbod van deze talen flink zal ondersteunen. Dit is voor het Nederlands niet het geval. Vandaar dat het Nederlands prominent in het curriculum aanwezig is.
In haar conclusie pleit mw. Leilani Werleman “to build a more equitable and effective system, education policies must evolve to ensure multilingualism integrating Papiamento with major global languages such as Dutch and English”. Dat is nou juist waar Aruba met de implementatie van zijn integraal taalbeleid mee bezig is. Het is spijtig dat het essay de gevoelige discussie weer heeft doen oplaaien. Een pluspuntje is dat met deze reactie iedereen weer bij de les is.
