Den Haag – “Bij de Voorjaarsnota zal het kabinet een gedegen voorstel doen om eventuele terugval in koopkracht in Caribisch Nederland zoveel mogelijk verder te beperken”, aldus staatssecretaris Jurgen van Nobel (Participatie) in reactie op de door het Nibud berekende koopkrachtval per 1 januari die als gevolg van het kabinetsbeleid voor minima op de BES-landen kan oplopen tot tegen de 10%. Lokale bestuurders vrezen dat veel toch al kwetsbaren vanaf volgende maand fors moeten bezuinigen op boodschappen.
De bewindsman maakte vorige week bekend dat alleenverdieners in Europees Nederland die door de ondergrens van het bestaansminimum zakken, kunnen rekenen op een eenmalige tegemoetkoming van 1.000 euro. Dat zit er voor lotgenoten op Bonaire, Sint Eustatius en Saba niet in, bevestigt het ministerie van SZW desgevraagd. “Het gaat om een specifieke problematiek die niet in Caribisch Nederland speelt en daarom is de regeling daar niet van toepassing”, is de uitleg.
“Het kabinet is bekend met de koopkrachtberekening van het Nibud waarin aangegeven wordt dat door het beëindigen van tijdelijke subsidies er een flinke achteruitgang in koopkracht kan ontstaan. Het kabinet heeft hiervoor al actie ondernomen door 9,5 miljoen euro te reserveren. Met diverse ministeries wordt verder gewerkt aan een voorstel voor de voorjaarsbesluitvorming om de Tweede Kamer een gedegen en onderbouwd voorstel te doen om de mogelijke koopkracht terugval verder te compenseren”, laat de woordvoerder van Nobel weten.
“Het is overigens niet zo dat per 1 januari alle subsidies per direct stoppen. Zo heeft het kabinet de openbare lichamen voldoende geld gegeven om de energietoelage ook begin 2025 te continueren. Ook de toelage telecom stopt niet per 1 januari. Tegelijkertijd ziet het kabinet wel het bredere probleem van de koopkrachtdaling. Naast de forse investeringen van het vorige kabinet, zet het huidige kabinet daarom met de 9,5 miljoen (structureel) geld wederom een forse stap om de koopkracht in Caribisch Nederland te repareren. Het kabinet kan het niet alleen en wil ook nauw samenwerken met lokale bestuur. Daarom heeft de staatssecretaris ook structureel 2 miljoen euro vrijgemaakt om samen met de openbare lichamen lokaal armoede beleid uit te voeren.”
Op de vraag welke boodschap Nobel heeft voor minima die (in elk geval tot na de Voorjaarsnota) niet genoeg inkomen hebben om de maand rond te komen, luidt het antwoord: “De staatssecretaris heeft afgelopen najaar met eigen ogen gezien hoe duur het leven op Bonaire, Saba en Sint Eustatius is en dat heeft indruk gemaakt. De koopkracht en bestaanszekerheid op de eilanden blijven voor het kabinet een belangrijk punt van aandacht. Zo stoppen dus niet alle subsidies per 1 januari en wordt met de besluitvorming in het voorjaar voorzien om gericht geld in te zetten om zo breed mogelijk koopkrachtachteruitgang te voorkomen. Er is het laatste jaar heel veel geïnvesteerd in bestaanszekerheid en lokaal armoedebeleid. Het kabinet monitort de effecten daarvan en heeft uiteraard ook oog voor o.a. de subsidies die wel aflopen. Bij de Voorjaarsnota zal het kabinet een gedegen voorstel doen om eventuele terugval in koopkracht zoveel mogelijk verder te beperken.”
De keuze van het kabinet de koopkrachtval niet meteen per 1 januari te repareren heeft tot stevige kritiek geleid van o.a. oud-voorzitter Thodé van de Commissie Thodé, directeur Vliegenthart van het Nibud en Nationale ombudsman Van Zutphen die vinden dat het werk van de Commissie Thodé (grotendeels) teniet wordt gedaan. “De Commissie Thodé heeft belangrijk werk gedaan en dat is zeker niet voor niets geweest. In opvolging van het rapport van de Commissie Sociaal Minimum is juist veel extra geld structureel beschikbaar gemaakt. Daarmee is echt een grote structurele stap gezet. Daarnaast wordt er per 1 januari 2025 geïndexeerd voor inflatie. Omdat het kabinet erkent dat de kosten van levensonderhoud een voortdurende uitdaging oplevert voor de eilanden, heeft het 9,5 miljoen structureel extra uitgetrokken.” Maar daarvan wordt pas in het late voorjaar besloten hoe dit geld wordt besteed en wie ervoor in aanmerking komen.
