In de zondagse estafette-rubriek ‘Bericht uit…’ belichten columnisten uit de Caribische delen van het Koninkrijk bij toerbeurt de kanten van hun eiland waarvan zij vinden dat die de aandacht van alle koninkrijksburgers verdienen. Vandaag komt het bericht uit Sint Maarten.
Nederland en Frankrijk boos
Door Terrance Rey
Het internationale nieuws verrast me nog wel eens. Niet dat ik normaal gesproken veel interesse toon in wat er in de wereld gebeurt, laat staan bij een of andere topconferentie. De Amerikaanse presidentsverkiezingen? Ik hoorde pas twee dagen later dat Trump gewonnen had. Tja, over oranje boven gesproken.
Toch voelde ik me enigszins betrapt toen ik afgelopen week las over COP29. Een klimaattop, nota bene. Dat zou me wel moeten interesseren, zeker omdat de gevolgen van klimaatverandering mijn eiland Sint Maarten direct raken. Orkaan Irma van 2017 heeft dat pijnlijk duidelijk gemaakt. En terwijl we zeven jaar later nog steeds herstellen, blijft de dreiging van nieuwe rampen levensgroot.
Maar groot was mijn verbazing toen ik op Dossierkoninkrijksrelaties.nl las dat niemand minder dan de Azerbeidzjaanse president Ilham Aliyev tijdens COP29 de overzeese gebieden van Nederland en Frankrijk verdedigde. Hij noemde beide landen “neokolonisten” en stelde dat de bevolking op deze eilanden “bruut” wordt onderdrukt. Serieus? Is Aliyev onze nieuwe big brother? Misschien dat ze op Bonaire een vreugdedansje hebben gedaan.
De reacties vanuit Den Haag en Parijs lieten niet lang op zich wachten: verontwaardiging alom. Ministers cancelden meteen hun geplande reisjes naar Bakoe, want ja, cancel culture is ook een ding in de diplomatie.
Maar laten we het even serieus bekijken: wat betekent COP29 eigenlijk voor kleine eilandstaten zoals Sint Maarten? COP staat voor Conference of the Parties, een jaarlijkse VN-klimaattop waar landen bijeenkomen om internationale klimaatafspraken te maken. Voor een eiland dat in 2017 bijna werd verwoest door orkaan Irma en nog steeds herstellende is, zou zo’n conferentie enorm relevant moeten zijn. Zeker nu klimaatverandering zwaardere en frequentere orkanen voorspelt.
Donderdag 15 november werd onze Princess Juliana International Airport officieel heropend. Een opening die een prinses waardig was voor een splinternieuwe luchthaven, waarvan ik hoop dat deze nu bestand is tegen categorie 5-orkanen die onze regio blijven bedreigen. Maar onze economische en fysieke veerkracht tegen natuurrampen kan alleen groeien met structurele steun – steun van Nederland en Frankrijk, onze zogenaamde moederlanden, die nu vooral druk lijken met hun boosheid richting Aliyev.
Als die verontwaardiging zich nou eens zou vertalen in concrete actie – meer klimaatfinanciering, betere bescherming van onze kwetsbare eilanden en meer hulp om te bouwen aan een duurzame toekomst – dan zou dat pas productief zijn. Want Sint Maarten en Saint-Martin, één eiland, verdeeld tussen twee landen, hebben die steun namelijk hard nodig. En als die steun uitblijft, wie weet kloppen we dan bij Azerbeidzjan aan.
Een benign dictator hier op Sint Maarten? Ach, ik weet het niet. Maar wat ik wel weet, is dat we geen luxe hebben om stil te staan. De volgende orkaan kan zomaar weer op de stoep staan, en terwijl de wereld topjes blijft organiseren, moeten wij bouwen aan onze toekomst. Laat COP29 vooral een herinnering zijn dat kleine eilandstaten geen bijzaak zijn, maar een cruciale frontlinie in de strijd tegen klimaatverandering.
