Den Haag – De regering van Aruba heeft in het onderzoek naar de verdwijning in mei 2005 van de Amerikaanse studente Natalee Holloway de leiding “volledig” overgedragen aan de Nederlandse politie. Dat blijkt uit documenten die het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties na een beroep op de Wet open overheid heeft vrijgegeven.
Tussen de – overigens grotendeels weggelakte – documenten bevindt zich een brief van toenmalig minister van Justitie Rudy Croes aan minister Nicolaï van Koninkrijksrelaties. Daarin bevestigt hij dat het kabinet Oduber IV zich “committeert” het opsporingsonderzoek uit handen te geven. De regering stemde ermee in dat Nederlandse rechercheurs en opsporingsbevoegdheid kregen alsmede de bevoegdheid tot inzet van wapens en “technische opsporingsmidddelen” en “volledige toegang” kregen tot “alle informatiesystemen.
In de brief – van 18 augustus 2006 – maakt Croes melding van een “agressieve campagne” tegen Aruba waardoor de “goede naam en faam van onze rechtsstaat in het geding is”. Ook schrijft hij “in deze kwestie zelf de laatste steen te roeren om de raadsel op te lossen” en graag een beroep te doen op ondersteuning van de Nederlandse politie “onder verantwoordelijkheid van de eigen procureur-generaal.” In de eerste dagen na de vermissing van Holloway zijn door de Arubaanse politie ernstige fouten gemaakt.
De openbaar gemaakte stukken bevatten ook een brief van het Openbaar Ministerie Aruba waarin het boos reageert op een aan minister Nicolaï toegeschreven uitspraak dat de kwaliteit en onafhankelijkheid van het OM dienen te worden verbeterd. “Ik en andere leden van het Openbaar Ministerie Aruba voelen ons aangetast in onze integriteit door uw uitlating”. De ondertekenaar van de brief is weggelakt.
