Aruba Curacao

COLUMN – Uitzien naar Trump

Het nieuwe Campo Alegre, dat was de eerste gedachte die voorbij flitste bij het zien van de ‘artist impression’ die deze week de voorpagina van het Antilliaans Dagblad ‘sierde’. Lost minister-president Gilmar Pisas op de valreep dan toch nog een verkiezingsbelofte in: een zonnige toekomst voor het – als zo veel monumenten en instituten op Curaçao – in verval geraakte ‘openlucht bordeel’ waarop hij twee jaar geleden tijdens een faillissementsveiling in hoogst eigen persoon met succes een bod van acht miljoen uitbracht om een stukje eilandelijk erfgoed te behouden. Een investering, pareerde de premier de kritiek. En nu ligt er plotsklaps een plan voor een park met ruim honderd meer spiksplinternieuwe units dan de 156 groezelige ‘hotelkamers’ in het oude Campo. Hopelijk zijn ze qua geluid goed geïsoleerd, want ze staan hoorbaar dicht op elkaar…

Helaas, Pik de Pimp toch weer overschat: het blijkt niet om Campo 2.0 te gaan, zo wordt bij lezing van de tekst bij de afbeelding duidelijk. Het betreft een nieuw vakantiepark waarmee de vernietiging wordt voltooid van wat ooit de aangenaam rustige buitenplaats Jan Thiel was waar vele honderden kinderen zwemles hebben gekregen van Olympische heldin Enith Brigitha. ‘Pods Resort’ krijgt, afgaande op de ontwerpen, het aanzien van een containerdorp-na-een-aardbeving en de uitstraling van een Amerikaans trailerpark waar gepensioneerden hun toevlucht zoeken omdat ze hun hypotheek niet langer kunnen opbrengen.

De krant heeft het over “40-voets zeecontainers” – 258 in totaal – waarin ruim duizend gasten kunnen worden gepropt. Oftewel wekelijks twee Corendonvluchten vol met Gerrie’s, het soort Hollander dat Jandino zo raak typeert, die even willen ontsnappen aan hun depri-woonwijken. Zo leveren de zeer aan de eigen autonomie gehechte bestuurders geheel uit vrije wil Curaçao uit aan gehaaide projectontwikkelaars, uiteraard Makamba’s met meer mededogen voor hun portemonnee dan voor het authentieke Korsou dat voor de eigen inwoners steeds minder als thuis voelt.

Het was anders het weekje wel. Aruba en Curaçao lijken in een race verwikkeld wie staatssecretaris Szabó het meest gelijk geeft dat corruptie en nepotisme tot de politieke cultuur van de Cariben horen. Nadat minister-president Wever-Croes in de afgelopen weken twee ministers vanwege hun betrokkenheid bij duistere zaakjes verloor, volgde de ontmaskering van een corrupte topambtenaar. Volgens de premier het bewijs hoe integer haar regering is, want anders was het gesjoemel niet aan het daglicht gekomen…

Curaçao kon uiteraard niet achterblijven. Daar werd Statenlid en redder van het kabinet Pisas, KEM-leider Michelangelo Martines, van zijn bed gelicht op verdenking van drugshandel. Denk maar niet dat dit voor de minister-president aanleiding is afstand te nemen van zijn coalitiegenoot waarvan de nummer twee Anthony Godett ook weet hoe de nor er van binnen uitziet. Er moeten tenslotte voor de verkiezingen van maart nog heel wat pastechi’s worden uitgedeeld.

Bonaire kwam weer eens onder water te staan, omdat er na bijna twee jaar nog altijd niets is gedaan met de aanbevelingen van waterschapsexperts om met relatief simpele ingrepen ondergelopen straten te voorkomen. Niets doen is er ook debet aan dat ondanks de overvloed aan hemelwater de landfill opnieuw in de fik vloog en uitgerookte omwonenden in het holst van de nacht de longen uit het lijf hoestend een veilig heenkomen moesten zoeken.

Heel wat doortastender blijkt het eilandbestuur van Saba. Dat gaf bisschop Secco onder uit de zak omdat het bisdom het behouden van de katholieke identiteit van de enige school op het eiland hoger aanslaat dan leerlingen van goed onderwijs te verzekeren, weten we na een voor het schoolbestuur en het bisdom ontluisterend rapport van de Inspectie voor het Onderwijs.

Snel door naar Sint Eustatius dat sinds deze week weet wie in 2026 de belangrijkste gast zal zijn bij de viering van Statia Day: Amerika’s 47ste president Donald Trump. De uitnodiging ligt al in de Oval Office, verstuurd nadat de Tweede Kamer in 2018 de motie Van Raak/Bosman met een overweldigende meerderheid aannam:

“De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat met de First Salute op 16 november 1776 vanaf Fort Oranje op Sint Eustatius Nederland de eerste natie was die de Verenigde Staten erkende; van mening dat 250 jaar betrekkingen tussen onze landen op een gepaste wijze gevierd zou moeten worden, ook met inachtneming van de duistere kanten van ons gedeelde verleden; verzoekt de regering, samen met Sint Eustatius en de Verenigde Staten voorbereidingen te treffen voor een viering op 16 november 2026 op Fort Oranje, liefst in aanwezigheid van onze beide staatshoofden.”

Toenmalig ambassadeur Pete Hoekstra vond het zo’n geweldig idee dat hij de boodschap onmiddellijk aan zijn baas heeft doorgebriefd. Of die er ooit op heeft gereageerd, vertelt de geschiedenis niet. Het ministerie van BZK is in elk geval enthousiast aan de slag gegaan: er is een kwartiermaker aangewezen die een potje van 300.000 euro tot zijn beschikking heeft voor de eerste voorbereidingen. De vraag is of het enthousiasme nog zo groot is nu de eregast iemand is met een strafblad.

Over charlatans gesproken: De Nederlandsche Bank heeft om zijn inktzwarte voorgeschiedenis uit te gommen een half miljoen euro geschonken aan het project ‘Across the Seas’ op Bonaire, de inrichting van een plek ter herinnering aan het Bonairiaanse slavernijverleden. Wie de begunstigde A. de W. kent – een pseudo-Bonairiaan die een spoor van zich beduveld voelende opdrachtgevers heeft getrokken – zal zijn vraagtekens hebben bij het beoordelingsvermogen van bankpresident Klaas Knot c.s. Dat verklaart dan wel weer meteen hoe het oplichter Ansary is gelukt onder het wakend oog van DNB dertigduizend pensioengerechtigden in de Cariben voor miljarden te beroven.

Kadushi is het buitenbeentje van DossierKoninkrijksrelaties.nl: een stekelige rubriek die soms wel eens ‘au’ kan doen.

error: Deze inhoud mag niet gekopieerd worden.