Den Haag – Het kabinet houdt vast aan de verhoging per 1 januari van de belasting voor veelverdieners in Caribisch Nederland. Minister van Financiën Eelco Heinen noemt de maatregel in een vandaag naar de Tweede Kamer gestuurde brief “noodzakelijk en gerechtvaardigd”. De bewindsman zegt ook niets te voelen voor de suggestie de verhoging stapsgewijs in te voeren.
De tweede schijf van de inkomstenbelasting wordt verlaagd van 322.000 naar 50.000 dollar. Dat betekent dat men over wat men meer verdient dan 73.000 dollar 35,4% in plaats van 30,4% moet afdragen. In reactie op het pleidooi van Kamerlid Luc Stultiens (GroenLinks-PvdA) om de verhoging stapsgewijs in te voeren, wijst Heinen erop dat de hogere inkomens de afgelopen jaren het meest hebben geprofiteerd van de forse verhogingen van de belastingvrije som die juist bedoeld was om minimumloners tegemoet te komen.
Heinen weerlegt in zijn brief ook de kritiek van de eilandbesturen dat zij onvoldoende gehoord zouden zijn over het Belastingplan BES 2025. Hij benadrukt dat deze vroegtijdig en op meerdere momenten zijn geïnformeerd en hun zegje hebben kunnen doen.
Uit de Kamerbrief van Heinen
De heer Stultiens vraagt daarnaast of de verlaging van de instap naar de tweede schijf van $322.000 naar $50.000 stapsgewijs kan.
De afgelopen jaren is de belastingvrije som – mede door de koppeling aan het wettelijk minimumloon in 2024 – aanzienlijk gestegen, met ruim $9.000 sinds 2022 (een stijging van 67%). Met het wetsvoorstel Belastingplan BES-eilanden 2025 wordt de belastingvrije som definitief gekoppeld aan het wettelijk minimumloon. Deze koppeling leidt tot een structurele derving van €15 miljoen. Deze structurele derving moet in beginsel binnen het domein worden gevonden. Deze budgettaire derving wordt deels gedekt uit de verlaging van de instap van de tweede schijf (€4 miljoen).
Het zijn vooral de hogere inkomens die de afgelopen jaren van de verhoging van de belastingvrije som hebben geprofiteerd. Door de verlaging van de instap van de tweede schijf in de inkomstenbelasting (35,4%) naar $50.000 gaan de hogere inkomens, vanaf ongeveer $73.000 of meer, meer belasting betalen. Dit inkomen voor één persoon is netto 10% hoger dan de door het Nibud vastgestelde ondergrens voor het sociaal minimum voor gezinnen die bestaan uit ten minste vier personen. In vergelijking met 2023, vóór de forse verhoging van de belastingvrije som, ligt de grens waarop inkomens meer gaan betalen zelfs op ruim $91.000. Het kabinet acht deze forse verlaging van de instap van de tweede schijf in één keer dan ook noodzakelijk en gerechtvaardigd gelet op de wens meer naar draagkracht te willen heffen en de derving van $15 miljoen deels (binnen hetzelfde domein) te dekken. Omdat, vooral in vergelijking met de jaren voor de forse verhoging van de belastingvrije som, weinig mensen meer belasting gaan betalen, vindt het kabinet het niet noodzakelijk de verlaging stapsgewijs door te voeren. Ook in het kader van eenvoud ligt een stapsgewijze verlaging niet voor de hand.
De heer Stultiens vraagt of de voorbereiding van het Belastingplan BES-eilanden 2025 niet kan worden verbeterd met betrokkenen van alle eilanden.
In de voorgaande jaren dat de fiscale wetgeving voor de BES-eilanden in een internetconsultatie is betrokken, heeft dit maar één reactie opgeleverd. Om die reden is voor dit wetsvoorstel besloten de lokale betrokkenheid te verbeteren, en is de internetconsultatie vervangen door een directe consultatie van verschillende belangengroepen (ondernemers, bestuurders, inwoners) op de BES-eilanden, en het houden van openbare bijeenkomsten. Daartoe zijn de maatregelen die in het huidige wetsvoorstel zijn opgenomen, al in januari 2024 voorgelegd en toegelicht aan vertegenwoordigers van het openbaar lichaam Bonaire en een aantal belangenorganisaties aldaar (zoals de CDB en Rijksdienst Caribisch Nederland) en in mei 2024 aan vertegenwoordigers van de openbare lichamen van Saba en Sint Eustatius, alsmede een aantal belangenorganisaties aldaar (Kamers van Koophandel, Saba Business Association) en aan de bevolking van de openbare lichamen (door middel van zogenoemde Town hall meetings). In navolging van deze bezoeken is op 20 juni jl. in Den Haag een vervolgbijeenkomst georganiseerd waarbij vele eilandsraadsleden en bestuurders van de verschillende openbare lichamen (alsmede een aantal adviseurs) aanwezig waren. Tijdens deze bijeenkomst zijn de voorgenomen maatregelen in het wetsvoorstel Belastingplan BES-eilanden 2025 wederom nader toegelicht en is met de openbare lichamen gezamenlijk afgesproken het wetsvoorstel Belastingplan BES-eilanden 2025 officieel bij hen te consulteren. De gezamenlijke reactie van de eilanden heeft het kabinet op 31 juli jl. ontvangen en meegewogen bij het wetsvoorstel Belastingplan BES-eilanden 2025. Vrijwel alle relevante stakeholders die gevolgen (kunnen) ondervinden van het wetsvoorstel Belastingplan BES-eilanden 2025 hebben daarmee de gelegenheid gehad om op de plannen te reageren. Daarmee is het kabinet van mening dat deze manier van consulteren meer heeft opgeleverd dan een reguliere internetconsultatie voor dit specifieke wetsvoorstel had kunnen opleveren. Het kabinet zal niettemin vanaf aankomend jaar naast de consultatie op de eilanden, ook – waar dat kan en passend is – de wetsvoorstellen in internetconsultatie brengen.
