Den Haag – De oprichting van een Economisch Groeiplatform Carib (EGC) voegt niets toe aan wat de Nederlandse regering al doet om de economische ontwikkeling van de Caribische delen van het Koninkrijk te versterken, aldus staatssecretaris van Koninkrijksrelaties Zsolt Szabó in reactie op de motie van Tweede Kamerlid Mpanzu Bamenga (D66) waarover dinsdag wordt gestemd.
ECG zou een alternatief kunnen zijn voor een Caribische Regionale Ontwikkelingsmaatschappij die eerder al door minister Bejaarts van Economische Zaken is afgeserveerd. Dat is, zo schrijft Szabó, niet gebeurt vanwege de kosten. “Tijdens het debat (over de begroting Koninkrijksrelaties) ontstond mogelijk de indruk dat de mogelijke financiële gevolgen van het oprichten van een dergelijk platform leidend zijn geweest bij het ontraden van de motie. Dit is echter niet het geval.”
Volgens de staatssecretaris doet het kabinet al wat nodig is:
- Aan te sluiten bij de specifieke economische ontwikkelingsstrategieën voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
- Het onderzoek naar de fysieke infrastructuur op deze eilanden;
- Het voornemen om lenen op de kapitaalmarkt voor de openbare lichamen mogelijk te maken;
- De inzet van de Tijdelijke Werkorganisatie (TWO) voor de Landen;
- De inzet van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) voor het gehele Caribisch deel van het Koninkrijk.
“De minister van EZ en ik zijn het erover eens dat met de hierboven geschetste ontwikkelingen wordt voorzien in de versterkingsbehoefte van het huidige ecosysteem en het EGC niet van toegevoegde waarde is. De hierboven benoemde inzet zullen mijn collega en ik onverminderd voortzetten en we vertrouwen erop met deze aanpak een duurzame basis te leggen voor verdere economische ontwikkeling in het Caribisch deel van het Koninkrijk.”
