SP voert druk op staatssecretaris Szabó c.s. op

Den Haag – De Tweede Kamerfractie van de SP wil dat zes bewindspersonen in het kabinet Schoof onder wie staatssecretaris Zsolt Szabó (Digitalisering en Koninkrijksrelaties) openheid geven over de samenstelling van hun aandelenportefeuille. Voor NSC-staatssecretaris Idsinga (Financiën) was eenzelfde verzoek vrijdag aanleiding om af te treden.

De druk op de zes werd dit weekend opgevoerd door SP-fractieleider Jimmy van Dijk met de tweet : “Ook PVV-bewindspersonen Marjolein Faber, Zsolt Szabó en Vicky Maeijer bezitten aandelenportefeuilles waarvan de samenstelling niet bekend is. Zou NSC het verzoek van de SP steunen om daar nu ook openbaarheid over te geven?” Directeur Loesewies van der Laan van Transparency International dringt er eveneens op aan dat bewindspersonen open zijn over hun zakelijke belangen waarmee zij elke indruk van belangenverstrengeling wegnemen: “Transparantie voorkomt twijfel aan integriteit, het hoort bij de democratie.”

Het eerste wat Van Dijk na het reces gaat doen, is de zes bewindspersonen vragen openheid van zaken te geven. Pikant is de positie van PVV-leider Wilders. Die haalde vorige week in een tweet keihard uit naar de geheimzinnigdoenerij van Idsinga, maar zwijgt tot nu toe over zijn eigen bewindspersonen.

Bij Szabó zal ten aanzien van de koninkrijksrelaties niet gauw sprake kunnen zijn van mogelijke belangenverstrengeling, maar wat het andere deel van zijn portefeuille – digitalisering – betreft, zou dat wel eens het geval kunnen zijn. Hij was tot zijn aantreden als staatssecretaris directeur bij IT-onderneming Cap Gemini en dus goed ingevoerd in de sector.

Schriftelijke vragen van Jimmy van Dijk (SP) aan o.a. staatssecretaris Sabó: 

  1. Klopt het dat in het eindverslag van formateur Van Zwol staat dat u financiële en zakelijke belangen heeft in Nederlandse en/of Amerikaanse bedrijven?
  2. Klopt het dat van een aantal van u de zakelijke en financiële belangen in aandelen of risicodragende participaties/investeringen in ondernemingen minder waard zijn dan 25.000 euro? Zo ja, voor wie van u geldt dit? Zo nee, hoeveel zijn deze zakelijke en financiële belangen dan waard?
  3. Deelt u de mening dat bewindspersonen zowel belangenverstrengeling als de schijn van belangenverstrengeling moeten voorkomen, zoals ook de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) aanbeveelt? Kunt u uitgebreid toelichten in welke mate u vindt dat u voldoet aan deze OESO-aanbevelingen, met expliciet aandacht voor de mogelijkheid voor de schijn van belangenverstrengeling?
  4. Kunt u per bewindspersoon aangeven of het kabinetsbeleid invloed kan uitoefenen op uw financiële en zakelijke belangen? Zo ja, op welke manier? Zo nee, waarom niet?
  5. Kunt u per bewindspersoon aangeven of u kunt uitsluiten dat uw financiële en zakelijke belangen invloed hebben op uw bijdrage aan kabinetsbesluiten? Zo ja, kunt u dit toelichten? Zo nee, waarom niet?
  6. Vindt u dat informatie over financiële en zakelijke belangen controleerbaar moet zijn in een democratie of bent u van mening dat bewindspersonen financiële en zakelijke belangen geheim mogen houden, ook als deze op afstand zijn gezet of minder dan 25.000 euro waard zijn?
  7. Deelt u de mening dat het openbaar maken van financiële en zakelijke belangen in bedrijven bijdraagt aan de transparantie van het publieke bestuur?
  8. Bent u bereid alle informatie over uw financiële en zakelijke belangen, ook als deze minder bedragen dan 25.000 euro of op afstand zijn gezet, met de Kamer te delen? Zo nee, is openbaarheid ten aanzien van financiële en zakelijke belangen in bedrijven wat u betreft niet belangrijk, en wat is hiervoor uw onderbouwing?
error: Deze inhoud mag niet gekopieerd worden.