In de zondagse estafette-rubriek ‘Bericht uit…’ belichten columnisten uit de Caribische delen van het Koninkrijk bij toerbeurt de kanten van hun eiland waarvan zij vinden dat die de aandacht van alle koninkrijksburgers verdienen. Vandaag komt het bericht uit Curaçao.
Foetsie!
Door Raquel Weisz
Lokale bedrijven steunen heeft altijd mijn voorkeur. Maar bepaalde bedrijven maken het wel heel erg gemakkelijk om hiervan af te stappen. De prijzen rijzen de pan uit.
Waar hebben we het dan bijvoorbeeld over? Gisteren wilde ik m’n zakagenda voor 2025 kopen bij de winkel waar ik die elk jaar aanschaf. Tot mijn grote verbazing was de prijs gestegen met 225% naar vijfenveertig (!) gulden ten opzichte van een jaar geleden. Een ieniemienie agendaatje. Handig voor in je handtas. Een nieuwe airfryer heb ik maar geïmporteerd. Zelfs met alle vracht- en douanekosten was ik ruim 300% goedkoper uit dan als ik hetzelfde model hier in de winkel zou aanschaffen.
Een supermarkt verdubbelde een aantal maanden geleden van vrijdag op maandag de prijs van een glutenvrijbrood. Op vrijdag kostte het nog zes gulden en die maandag erop dertien gulden. Gewoonweg schaamteloos. Ook in andere supermarkten stijgen de prijzen wekelijks. Soms met een paar cent, soms met een gulden of meer. Er lijkt geen einde aan te komen. Natuurlijk is alles wereldwijd duurder geworden, maar het gevoel bekruipt mij echter dat er hier misbruik van wordt gemaakt.
Meer dan de helft van de bevolking moet rondkomen van een minimumloon. Hoe redden deze mensen het in hemelsnaam? Het minimumloon is weliswaar per 1 januari 2024 gestegen, maar tegen de continue prijsstijgingen valt niet op te boksen.
Gisteren was het weer druk en bruisend op straat. Overal happy hours. Iedereen heeft net salaris ontvangen, dus de snèks, barretjes en restaurants zaten vol. Maar goed, voor velen geldt dat na de rekeningen, een paar cocktails en een snackje het salaris op is. Foetsie!
Ook de Caracasbaai was zoals altijd weer heel gezellig. Families en vrienden die verjaardagen vierden, barbecueden, zwommen of gewoon lekker aan het chillen waren – terwijl de zon onder ging – met de voetjes in het zand en een biertje in de hand.
Laten we daar nog maar even van genieten, want binnenkort wordt deze prachtige lange baai omgetoverd tot een monsterlijke grote betonnen bak. Met aangewezen plekken waar je dan mag barbecueën en een trap van waaruit je de zee in kunt lopen. Dit is waar de bevolking recht op en behoefte aan heeft. Het is mooi en hoort bij een moderne samenleving. Zo beargumenteerde de architect. Onze Caracasbaai, waar de bevolking de hele dag tot ‘s avonds laat geniet van het buitenleven en de natuur.
De kracht van modernisering zit ‘m in aanpassingen, waarbij je als eiland je eigen uniekheid omarmt. Maar blijkbaar is dat niet hip en modern genoeg. Straks een afzichtelijk aangezicht. Een dertien-in-een-dozijn-baai. Weg uniciteit. Weg natuur. Weg baai. Foetsie! Wat een triest vooruitzicht. Vaak beseft men pas wat men had, wanneer het er niet meer is.
Een positieve ontwikkeling is dat de bevolking zich steeds bewuster wordt van haar eigen kracht en macht. Als consument én als burger. Hierdoor worden de regering en bedrijven vaker gedwongen om na te denken of hun acties rijmen met hetgeen ze zeggen of willen uitstralen. Want kiezers en consumenten verliezen kan niemand zich veroorloven, zo vlak voor de verkiezingen en in deze economisch uitdagende tijden. Ook op Curaçao word je nu keihard afgestraft en ben je ze kwijt. Foetsie electoraat. Foetsie klant. Foetsie!
