PCN-betuursvoorzitter Harald Linkels.

Pensioenfonds Caribisch Nederland staat er na moeilijke start jaloersmakend goed voor

Bonaire – Het Pensioenfonds Caribisch Nederland (PCN) heeft de moeilijke beginjaren achter zich gelaten: vorige week maakte het op zijn website met gepaste trots bekend dat de dekkingsgraad in september verder is opgelopen tot 138,5 procent, een percentage waar andere Nederlandse pensioenfondsen met enige jaloezie naar zullen kijken. Een interview met PCN-bestuursvoorzitter Harald Linkels.

PCN had per 31 december 2023 7.935 ‘klanten’: 1.193 pensioentrekkers, 3.786 actieve deelnemers en 2.956 gewezen deelnemers (mensen die thans werken bij een niet bij PCN aangesloten werkgever). In 2023 is 15,3 miljoen dollar aan pensioengeld uitbetaald. Het belegde vermogen bedroeg eind 2023 568 miljoen dollar. In dat jaar werd een rendement van 9,9 procent gerealiseerd.

Afgaande op de dekkingsgraad en het behaalde rendement lijkt het PCN voor de wind te gaan. Is dat een juiste constatering?

“PCN staat er zeer goed voor. Een dekkingsgraad van ruim 138 procent is een heel comfortabele positie. Zoals ik het, kort door de bocht in simpele termen altijd uitleg, betekent dit dat PCN voor elke dollar aan verplichtingen 1,38 dollar in kas heeft. Hoewel de minimaal vereiste dekkingsgraad voor de BES-eilanden honderd procent is – in Nederland is dit 105 – moet je in de praktijk ook rekening houden met vereiste reserves. Daardoor moet PCN in werkelijkheid minimaal een dekkingsgraad hebben van rond de 115 procent.”

Hoe is het gelukt de eerste moeilijke jaren te boven komen?

“De eerste jaren waren heel volatiel. PCN is bij de oprichting in 2010, ingericht op basis van principes die in de Nederlandse Antillen gangbaar waren. Dat betekende onder meer een vaste rekenrente van zo’n 4% en de Antilliaanse sterftetafel. Het is belangrijk te benoemen dat PCN een andere toezichthouder heeft dan de Antilliaanse fondsen, namelijk de Nederlandsche Bank (DNB) en niet de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten. DNB wilde dat wij Nederlandse uitgangspunten zouden hanteren, waaronder het verdisconteren van de verplichtingen tegen marktrente en niet tegen een fictieve vaste rente. Daarnaast wilde DNB dat wij de Nederlandse sterftetafel zouden hanteren. In Nederland lag de levensverwachting flink hoger dan waar op de eilanden van werd uitgegaan.

De beide wijzigingen in waar PCN van uit diende te gaan bij het berekenen van zijn verplichtingen leidden tot een daling van de dekkingsgraad met zo’n twintig procent. Op papier gingen wij zo binnen heel korte tijd van gezond, naar ongezond, ofwel: het fonds raakte in onder-dekking Op het dieptepunt hadden wij een dekkingsgraad van amper 77 procent. Om het weer in simpele termen te zeggen: voor elke dollar aan verplichtingen hadden wij, in elk geval op papier, maar 77 cent in kas. Dat was een heel zorgelijk moment.”

PCN heeft al verschillende organisaties geholpen over te schakelen naar zonne-energie. Hier te zien de installatie van zonnepanelen op het dak van een van de grootste supermarkten op Bonaire.

Wat is er gedaan om uit de gevarenzone te komen?

“Uiteindelijk is er niet één enkele factor die heeft geleid tot herstel. PCN heeft in 2017 een korting doorgevoerd op de verplichtingen van 3,5 procent, waardoor de dekkingsgraad met een gelijk percentage groeide. Daarnaast hebben we enkele jaren gehad met zeer gunstige beleggingsresultaten en is bovendien de rente de laatste jaren aanzienlijk opgelopen. Daar waar het gebruik van marktrente ons in de eerste jaren stevig parten speelde, heeft dat ons de laatste jaren juist enorm geholpen. PCN is terughoudend geweest met het toekennen van indexeringen, ook in de jaren dat het financieel weer wat beter is gegaan. Dat heeft de dekkingsgraad flink geholpen, maar het betekent ook dat koopkracht van de gepensioneerden is achtergebleven bij de stijging van de kosten van levensonderhoud. Het bieden van een waardevast pensioen is wel een van de belangrijkste ambities van het fonds. Die is in de afgelopen jaren dus maar ten dele waargemaakt. De laatste jaren hebben wij overigens wel flink kunnen indexeren en met de huidige dekkingsgraad verwacht ik dat wij in per 1 januari 2025 de gepensioneerden weer volledig zullen kunnen compenseren voor prijsstijgingen in de afgelopen twaalf maanden.”

Wat is de impact van de coronacrisis op het fonds en de activiteiten geweest?

“Wij hebben nauwelijks last gehad van de coronacrisis. Hoe vreemd dat ook mag klinken, 2020 was een goed beleggingsjaar. Ook onze lokale investeringen hebben het goed gedaan en er zijn geen betalingsachterstanden ontstaan. Dat alles wellicht voor een niet onbelangrijk deel dankzij de financiële compensatie die ook op de BES-eilanden door de Nederlandse regering aan ondernemers is verleend.”

Als relatief klein fonds ben je per definitie kwetsbaar voor crises in de wereld. Zou het voor de stabiliteit niet beter zijn aansluiting te zoeken bij bijvoorbeeld het ABP?

“Hoewel wij inderdaad een klein fonds zijn, maken wij gebruik van dezelfde gerenommeerde vermogensbeheerders als anderen, vele malen grotere pensioenfondsen. Zo beheert de grootste vermogensbeheerder van de wereld, Blackrock, ook de beleggingen van PCN. En uiteindelijk beleg je veelal, toch ook in dezelfde wereldwijde beleggingen als andere pensioenfondsen doen. Een belangrijk verschil met APB en andere Nederlandse pensioenfondsen is dat wij functioneren in een dollaromgeving en niet in een Euro-omgeving. Ook economische realiteiten op de eilanden, zoals inflatie, bewegen historisch gezien sterker mee met wat in Amerika gebeurt, dan wat in Europa gebeurt. Door op de eilanden te zitten, hebben wij goede voeling met onze deelnemers en kunnen wij daar ook goede service aan verlenen. Opgaan in een groter geheel, zoals aansluiten bij een ander pensioenfonds dat op grote afstand zit, zou kunnen leiden tot minder maatwerk naar onze deelnemers en gepensioneerden.

Ook qua beleggingen doen wij het, over de jaren heen, zeker niet slechter dan andere grote pensioenfondsen in bijvoorbeeld Nederland. En onze dekkingsgraad ligt belangrijk hoger dan bij veel andere Nederlandse – en veel grotere – pensioenfondsen het geval is. Eind september was de dekkingsgraad van ABP ruim 114% ofwel ruim 20% lager dan die van PCN. Ook technisch zou het niet eenvoudig zijn. De BES-eilanden hebben een eigen pensioenwet, de pensioenwet BES. Die wijkt op punten belangrijk af van de Nederlandse pensioenwet en ook het bijbehorende toezichtkader. Ook merken wij dat op de eilanden het begrip ‘solidariteit’ nog trots overeind staat. In Nederland speelt meer het vraagstuk van individualisering en individuele pensioenpotjes. Op de eilanden speelt dit soort zaken nog veel minder. Je ziet dat in Nederland al jaren wordt geworsteld met het pensioenvraagstuk. Dat gaat, gelukkig, goeddeels aan ons voorbij. Het creëert namelijk ook veel onrust en uitdagingen.”

Wat zijn voor PCN anno 2024 de grootste uitdagingen?

“Als ik heel eerlijk ben, is het jaar 2024 nog niet uitdagend geweest. De beleggingen renderen mooi, de organisatie is stabiel en er zijn weinig operationele uitdagingen.”

Beleggen betekent ook risico’s nemen. Heeft PCN wel eens een verliesgevende belegging gedaan?

“PCN belegt het overgrote deel van het kapitaal in erg zekere beleggingen, vooral staatsobligaties van de Amerikaanse overheid. Een kleiner deel van de beleggingen wordt belegd in bedrijfsobligaties en in aandelen. Die bewegen, mondiaal, op en neer. Over de jaren heen is er echter sprake van een consistente groei. Daarnaast belegt PCN zo’n vijf procent van het kapitaal lokaal op de eilanden. Het gaat onder meer om verstrekte bedrijfsleningen en investeringen in vastgoed. PCN heeft, sinds het gestart is met lokale beleggingen, nog nooit één dollar verlies geleden. Dat is een heel mooi resultaat, maar biedt natuurlijk geen garantie voor de toekomst. Ook als het gaat om lokale beleggingen, zijn wij zeer zorgvuldig en doorlopen projecten een lang traject voordat PCN besluit ergens geld in te steken. Net als wij in Nederland een beheerder hebben voor de internationale beleggingen, huren wij voor lokale beleggingen de expertise in van The Curaçao Financial Group (CFG). Dat is een heel solide partner gebleken met veel relevante expertise, waardoor er niet alleen sprake is van een goede analyse vooraf, maar ook van monitoring en rapportage van lopende leningen en investeringen.”

PCN heeft op Sint Eustatius in de historische kern van het eiland The Hill Compound aangekocht en volledig gerestaureerd. Inmiddels zijn de eerste units betrokken door nieuwe huurders.

PCN steunt nadrukkelijk ook lokale initiatieven. Om hoeveel geld gaat het en hoe wordt het ‘eerlijk’ verdeeld over de drie eilanden?

“Met het woord steun heb ik enige moeite. PCN investeert immers om rendement te maken, ofwel geld te verdienen. Lokaal renderen onze beleggingen rond de 6 procent per jaar. Hoe mooi een project of initiatief ook is; er moet wel geld aan worden verdiend. Anders zullen wij daarin niet investeren. Geld verdienen voor de deelnemers is een van de belangrijkste missies van PCN. Niet het steunen van projecten. Dat gezegd hebbende, worden lokaal ook de zogenaamde ESG-factoren steeds meer leidend als het gaat om het beslissen waarin je wil investeren en waarin niet. ESG staat voor Environment, Social en Governance. We willen vooral investeren in zaken die geen negatieve impact hebben op onze natuur of het klimaat, die belangrijk zijn vanuit sociaal of maatschappelijk oogpunt en in projecten die een stevige governance kennen, ofwel goed worden geleid en bestuurd.

We doen nadrukkelijk ons best om op alle drie eilanden te investeren als het gaat om lokale beleggingen. Maar de kwaliteit van een investering en de mate van initiatieven zijn leidend. In totaal is er momenteel zo’n dertig miljoen dollar aan lokale investeringen. Tellen wij alle lopende aanvragen mee, dan gaat het in totaal om zo’n 43 miljoen. In de praktijk is Saba onze absolute koploper. Verhoudingsgewijs, zeker als je het afzet tegen het inwonertal, investeren wij veel op Saba. Sint Eustatius blijft juist weer wat achter. De overheid van Saba heeft de afgelopen jaren laten zien open te staan voor het oppakken van projecten samen met PCN. Denk maar aan de uitbreiding van het lokale ziekenhuis in The Bottom en nieuwbouw voor naschoolse opvang. Door de betrokkenheid van zowel de lokale als Nederlandse overheid zien wij dat ook als relatief zekere investeringen. CFG doet voor ons al het voorwerk en adviseert het bestuur waar wel of niet in te investeren. Natuurlijk wordt daarbij ook gelet op de nodige zekerheden voor het fonds.”

Op welke projecten bent u als voorzitter het meest trots?

“Ik ben op meerdere dingen heel trots. Ik ben onder andere heel trots op het gedrag van onze gepensioneerden ten tijde van de korting. Hoewel niemand graag gekort wordt in inkomen, waren onze gepensioneerden over het algemeen begripvol. We hebben veel aan voorlichting gedaan en veel bijeenkomsten gehouden om de situatie van PCN uit te leggen. Het korten heeft niet geleid tot een opstand van gepensioneerden of van de deelnemers. Daar ben ik trots op.

Ik ben ook trots op het neerzetten van een stevige lokale organisatie. Bij de oprichting van PCN was alles voor de volle honderd procent uitbesteed aan partijen in Nederland; zowel vermogensbeheer als de hele administratie. Met ingang van 1 januari 2019 zijn wij zelfadministrerend. Dat is een behoorlijke prestatie, want je moet alles zelf inrichten, lokaal personeel werven en daarnaast worden er zeer hoge eisen gesteld, ook weer door DNB, aan risicobeheersing en bijvoorbeeld de beveiliging van je geautomatiseerde systemen en je gegevensopslag. Wij kunnen sinds de oprichting rekenen op de expertise van Montae & Partners. Zonder hen hadden wij deze stappen wellicht niet durven zetten. Maar ook deze stap heeft uiteindelijk geleid tot een sterker pensioenfonds. Daarnaast ben ik heel trots op onze lokale investeringen en de oprichting van de Participatiemaatschappij Caribisch Nederland (PMCN), dat functioneert als ons lokale beleggingsvehikel.”

PCN doet mee aan de financiering van de uitbreiding van het ziekenhuis op Saba, Saba Cares.

Hoe zeker kunnen premiebetalers en gepensioneerden zijn dat PCN tot in lengte van jaren voldoende in kas heeft om pensioenen uit te keren?

“De dekkingsgraad vormt een goede graadmeter voor de financiële gezondheid van een fonds. Met de huidige dekkingsgraad staat het fonds er zeer goed voor. Na zeven magere jaren, waarin alles tegenzat, beleven we nu zeven vette jaren waarin alles meezit. Maar dat kan zo weer veranderen. Hoe goed je je als fonds ook probeert in te dekken tegen wereldwijde crises, je kan altijd worden geraakt door zaken waar je zelf totaal geen grip op hebt. Denk aan een beurzencrisis, of het uitbreken van een oorlog. Daar is PCN niet immuun voor.

De korting van 2017 werd veroorzaakt door een zeer uitzonderlijke samenloop van omstandigheden en zal zich naar verwachting niet snel opnieuw voordoen. Ik moet zeggen dat we een heel goede relatie hebben met onze werkgevers, maar specifiek ook met het ministerie van BZK en de Rijksdienst Caribisch Nederland. Wat wij in het verleden steeds hebben gedaan is met elkaar om tafel zitten op het moment dat wij geconfronteerd worden met uitdagingen. Partijen, nadrukkelijk ook de vakbonden die deel uit maken van het sectoroverleg Caribisch Nederland hebben altijd de bereidheid gehad met elkaar om tafel te zitten om een crisis of uitdaging gezamenlijk het hoofd te bieden. Het resultaat daarvan pakt overigens niet altijd gunstig uit. Zo is enkele jaren terug besloten het pensioengevend salaris aanzienlijk af te toppen, onder meer ingegeven door een zeer lage rentestand en – vooral daardoor – op dat moment een somber toekomstscenario. Die ingreep heeft eigenlijk meer negatieve dan positieve effecten gehad, vooral voor hen die meer verdienen dan het afgetopte maximum. Ik zou dan ook heel graag zien dat die ooit weer ongedaan wordt gemaakt. Daarover worden al de nodige gesprekken gevoerd.

Tot slot zou ik willen wijzen op de rol en invloed van DNB. De toezichthouder is kritisch en veeleisend, ook naar PCN toe. We hebben meer dan eens heel stevige, fundamentele verschillen van inzicht gehad. Maar de relatie is altijd prima geweest en gekenmerkt door wederzijds respect en begrip voor elkaars rol. Uiteindelijk zijn we er, met uitwisseling van argumenten, altijd uitgekomen. Het scherpe toezicht van DNB draagt naar mijn mening zeker bij aan de stabiliteit van PCN en daarmee aan de zekerheid voor onze gepensioneerden en toekomstig gepensioneerden, dat hun pensioen veilig is op zowel de korte als de lange termijn.”

Het PCN-team Bonaire.

Klik HIER voor het verkorte jaarverslag over 2023

error: Deze inhoud mag niet gekopieerd worden.