NSC-Kamerlid Faith Bruyning.

Bruyning (NSC) hekelt versnipperd koninkrijksbeleid

Den Haag – Versnippering bemoeilijkt de vooruitgang die de Tweede Kamer wil boeken met de Caribische delen van het Koninkrijk, aldus Faith Bruyning (NSC) in het begrotingsdebat vandaag.

“Versnipperdheid op de begrotingen en versnipperdheid op de zeggenschap die departementen hebben over wat er gebeurt op de eilanden. Ik begrijp heel goed dat het niet anders kan en dat de staatssecretaris de coördinerende rol heeft op dit terrein. Maar overzichtelijk is het niet. Men zou denken dat alle kosten en uitgaven netjes op één begroting staan. Maar niets is minder waar”, aldus Bruyning die ook van staatssecretaris Szabó wil horen waarom er nog zo weinig terechtkomt van het comply or explain-principe.

Inbreng Kamerlid Bruyning (NSC)

Vandaag staan we stil bij een belangrijk onderwerp: de begroting Koninkrijksrelaties. Bonaire, Sint-Eustatius en Saba als onderdelen van het Koninkrijk en Curaçao, Aruba en Sint-Maarten als autonome landen spelen een belangrijke rol binnen het Koninkrijk. Vandaag wil ik het hebben over een aantal essentiële thema’s: Goed Bestuur en Bestaanszekerheid, maar bovenal wil ik de gelijkwaardige relatie die wij binnen het Koninkrijk nastreven benadrukken.

Goed Bestuur is de hoeksteen voor het welzijn en de ontwikkeling van elk onderdeel binnen ons Koninkrijk, zowel Europees Nederland, als Caribisch Nederland. Het is essentieel dat we ons blijven richten op transparantie en efficiëntie in het bestuur en de verantwoordelijke rol die wij als parlement daarmee kunnen innemen. Wij mogen van het kabinet verwachten dat zij er alles aan doen om bestuurlijke structuren en solide financiën continue te versterken. In de begrotingsstukken werd duidelijk dat er een agenda Goed Bestuur wordt uitgerold voor de eilanden. En ik heb daar een simpele eerste vraag aan de staatssecretaris over: hoe verhoudt deze agenda Goed Bestuur zich met een soortgelijke agenda die door de minister van Binnenlandse Zaken wordt uitgerold? Is er een Caribische en Europese versie van deze agenda?

De Caribische delen van het Koninkrijk zijn uniek. Ieder eiland heeft zijn eigen unieke culturele eigenschappen en werkt met een andere economische context. Maatwerk en het nemen van verantwoordelijkheid zouden hand in hand moeten gaan met elkaar. Het “Comply or Explain”-principe is daarom al enige tijd van toepassing. Toch zie ik dit principe in de begrotingsstukken niet of nauwelijks terugkomen. Het principe vormt de cruciale basis voor het gelijkwaardigheidsbeginsel tussen de eilanden en Europees Nederland. Ik zou graag van de staatssecretaris een toelichting willen hebben waarom ‘Comply or Explain’ zo goed als ontbreekt in de beleidsstukken van de begroting.

Afgelopen jaar heeft deze kamer een motie aangenomen die vroeg om een stapje verder. Een ingebakken BES-toets in het wetgevingssysteem zou ervoor moeten zorgen dat ieder stukje wetgeving aan de voorkant al wordt getoetst over de haalbaarheid en inzetbaar op de eilanden, met aandacht voor de context van de eilanden. Het is goed om in de brief van afgelopen vrijdag terug te lezen dat de staatssecretaris hier mee bezig is. Maar is hij nog steeds voornemens om uiteindelijk een BES-toets onderdeel uit te laten maken van het wetgevingsproces?

Ik wil ook nog het rapport van de Raad van State over het 70-jarig bestaan van het Statuut van het Koninkrijk aanstippen. De Raad van State concludeert dat een flinke upgrade van het Statuut nodig is voor een meer gelijkwaardige relatie. Er zijn flink wat aanbevelingen en voorstellen gedaan die op waarde kunnen worden geschat. Wat de Raad van State concludeert is waar: er zijn ronduit scheve verhoudingen in veel gevallen. Ik zou graag aan de staatssecretaris willen vragen om met een uitgebreide reactie te komen op dit rapport. Ik zou ook het liefst zien dat hij hierin optrekt met belanghebbenden van de autonome landen en de eilanden binnen het Koninkrijk. Daarnaast zou ik graag dat wij als Kamer, samen met de eilanden, een overleg inplannen om dit rapport uitvoerig te bespreken.

Bestaanszekerheid is een prioriteit op de eilanden. Het minimumloon stijgt weliswaar, de kosten van levensonderhoud stijgen net zo hard mee. Iedere inwoner op de eilanden moet toegang hebben tot alle basisbehoeften. Deze terreinen vragen om doelgerichte investeringen. Het is dan ook positief om terug te zien dat deze regering tachtig miljoen euro investeert in belangrijke projecten die raken aan bestaanszekerheid: de haven van Saba, voedselzekerheid en het verkeer op Bonaire. Daarentegen is het teleurstellend om te zien dat er wel flink wordt gekort op subsidies ten behoeve van bestaanszekerheid. Ik zou aan de staatssecretaris willen vragen of de investeringen van 80 miljoen euro eenmalig zijn? Hoe zien de doelgerichte investeringen op bestaanszekerheid-projecten eruit als deze projecten zijn afgerond? Kortom: het aanpakken van deze projecten is goed en belangrijk, maar daar mag het nooit mee blijven.

Ik wil op bovenstaand punt nog wel vermelden dat de 80 miljoen euro voor de eerdergenoemde projecten vooral afkomstig zijn uit het Nationaal Groeifonds, blijkt uit de begrotingsstukken. Van dit fonds lijkt weinig over te blijven: er wordt op bezuinigd en veel geld vloeit naar de BES in plaats van de CAS. Ik wil graag aan de staatssecretaris vragen of mijn constatering uit de begrotingsstukken klopt. Hoe ziet de toekomst van het Nationaal Groeifonds eruit en hoe worden investeringen in Aruba, Curaçao en Sint Maarten in de toekomst ingevuld?

De regering, maar ook wij als Kamer, moet zich er altijd van bewust zijn dat alle eilanden voor unieke uitdagingen staan. Maatwerk is de sleutel tot de oplossingen. Afgelopen jaar heeft deze Kamer een motie van mij aangenomen over een onderzoek naar de inzetbaarheid van EU-fondsen voor de eilanden. Het is teleurstellend om in de brief van afgelopen vrijdag terug te lezen dat de staatssecretaris vindt dat er op dit moment al genoeg gebeurt wat betreft het aanspreken van EU-fondsen. Er is een gezant en de eilanden hebben al genoeg capaciteit, viel terug te lezen. Maar is dat wel zo? Kan de staatssecretaris aangeven hoe vaak er vanuit de eilanden al aanspraak is gemaakt op EU-fondsen? Wat is er met het geld uit deze fondsen daadwerkelijk gebeurt? Nieuw Sociaal Contract is ervan overtuigd dat het beschikbaar maken van Europese fondsen de financiële situatie op de eilanden drastisch kan verbeteren. Dit raakt ook aan een van de beleidsprioriteiten van deze regering voor de eilanden: het verbeteren van de zelfredzaamheid van de eilanden.

Is de staatssecretaris het met mij eens dat de eilanden helpen met het aanspreken van externe fondsen de zelfredzaamheid vergroot en daarmee de financiële onafhankelijkheid ook vergroot? Ik zou toch graag de staatssecretaris willen aanmoedigen om deze motie om te zetten in beleid. Het zou het verlies van de taakstelling namelijk flink kunnen compenseren en de Europese gelden zouden een flinke impuls zijn voor bestaanszekerheid en zelfredzaamheid. Wie zou daar nou tegen kunnen zijn, vraag ik mij hier openlijk af. Ik zou graag zien dat de staatssecretaris terugkomt op de opmerking dat deze motie geen verdere aandacht behoeft te krijgen.

Caribisch Nederland en Den Haag moeten soms wat meer kunnen leunen op elkaar. De landen en eilanden willen echt niet maar alleen een zak geld eens in de zoveel tijd uit Den Haag ontvangen. Ook op technisch en beleidsmatig gebied moet er ondersteuning zijn. Het ondersteunen van de eilanden op basis van het delen van expertise en kennis bijvoorbeeld. En dat kan wederzijds, want wij kunnen ook heel veel leren van wat er aan de andere kant van de wereld gebeurt. De relatie die Europees en Caribisch Nederland met elkaar onderhouden gaat verder dan slechts het bespreken van de financiële platen. Hoe gaat de staatssecretaris ervoor zorgen dat alles op alles wordt gezet om verder te kijken dan geld in de relatie met de eilanden? Wat zouden de eilanden voor ons terug kunnen doen? En hoe kunnen wij ervoor zorgen dat de eilanden ook in het kader van zelfredzaamheid kunnen leunen op onze kennis?

Men zou denken dat bij een dergelijke begrotingsbehandeling alle kosten en uitgaven netjes op één begroting staan. Maar niets is minder waar. Op andere begrotingen staan ook substantiële bedragen vermeld die raken aan situaties op de eilanden. De uitgaven aan Caribisch Nederland zijn op alle dertien overige begrotingen bijna 2,5 keer zo hoog als de uitgaves op de begroting Koninkrijksrelaties. Dit raakt aan een duidelijk probleem.

Voor het uitvoeren van Goed Bestuur op Caribisch Nederland is er op dit moment te veel sprake van versnipperdheid. Versnipperdheid op de begrotingen en versnipperdheid op de zeggenschap die departementen hebben over wat er gebeurt op de eilanden. Voorzitter, ik begrijp heel goed dat het niet anders kan en dat de staatssecretaris de coördinerende rol heeft op dit terrein. Maar overzichtelijk is het niet. En wat mij betreft bemoeilijkt het ook de vooruitgang die wij willen boeken op de eilanden. Want ik kan vandaag niet een van mijn zorgenkindjes bespreken: de slechte staat van de ziekenhuiszorg op de BES-eilanden, die vallen onder een andere begroting. En dat is niet eens het enige onderwerp. Dit jaar heeft deze Kamer een motie aangenomen waarin werd opgeroepen tot verbeterde en gestroomlijnde interdepartementale samenwerking. Ik zie dat er simpelweg te weinig samenwerking tussen betrokken ministeries is. Wat is de status van het onderzoek wat, naar aanleiding van deze motie, bezig is met dit onderwerp? Hoe vult de staatssecretaris zijn coördinerende rol in?

Het is immers zijn eerste debat met deze Kamer over Koninkrijksrelaties, ik zou het heel erg graag willen weten. En hoe zou de staatssecretaris zijn collega’s willen aansporen om ervoor te zorgen dat alle begrotingen die raken aan Caribisch Nederland overzichtelijker en uniformer worden, zodat wij niet hoeven te leunen op de expertise van de deskundigen binnen de Tweede Kamer. Als wij er moeite mee hebben, dan hebben de inwoners van de eilanden er ook moeite mee.

Voor Nieuw Sociaal Contract zijn Goed Bestuur en Bestaanszekerheid twee belangrijke pijlers waar een samenleving op gefundeerd moeten zijn. Wat ons betreft voegen wij voor het Caribisch deel drie pijlers toe: rechtvaardigheid, relatie en respect. Laten wij met z’n allen onze schouders eronder zetten en gezamenlijk optrekken naar een betere toekomst voor onze landgenoten aan de andere kant van de Atlantische Oceaan. 

error: Deze inhoud mag niet gekopieerd worden.