Den Haag – “Mijn leven ziet er beter uit”, zo moet het eindoordeel luiden van inwoners van het Caribische deel van het Koninkrijk over wat staatssecretaris van Digitalisering en Koninkrijksrelaties Zsolt Szabó (PVV) gedurende zijn ambtsperiode heeft bewerkstelligd. Die ambitie sprak de bewindsman dinsdagavond uit aan het einde van zijn kennismakingsgesprek met de Eerste Kamercommissie voor Koninkrijksrelaties.
Szabó herhaalde de drie hoofddoelen die hij wil bereiken: deugdelijk bestuur, solide financieel beleid en zelfredzaamheid. Onder de laatste verstaat hij vooral economische ontwikkeling, onder meer als wapen tegen de armoede op de eilanden waarvan hij “heel erg geschrokken is”. Wat helpt is de prijzen in de supermarkten te verlagen, door te investeren in landbouw, betoogde hij: “Dat is een relatief makkelijke slag. Het hoeft niet eens zo veel geld te kosten.”
Op de vraag wat hij verder gaat doen tegen de armoede op de BES-eilanden (“want er is veel meer nodig dan het vaststellen van het sociaal minimum”) antwoordde Szabó dat hij tijdens zijn bezoeken “heel veel klachten van ondernemers heeft gekregen over de verhoging van het minimum loon.” Ook wees erop dat met Haags geld de weg van Kralendijk naar Rincón wordt opgelapt, Saba een nieuwe haven krijgt en de grensbewaking wordt verbeterd. Over de “schrijnende armoede” in de CAS-landen die hij op eigen gelegenheid rondkijkend heeft waargenomen: “Dat kunnen wij niet bekostigen vanuit Nederland, maar ik ben altijd bereid mee te denken. Maar aan het einde van de dag zullen ze het zelf moeten doen.”
Op een vraag over het onderwijs, zei de staatssecretaris de beheersing van de Nederlandse taal in de Cariben te willen stimuleren. “De Nederlandse taal is buitengewoon belangrijk om elkaar beter te begrijpen.” Szabó verklaarde blij te zijn dat er in het regeerprogramma niet meer dan één zin aan de koninkrijksrelaties is gewijd. “Dus ik kan zelf beleid maken. Ik heb goede ideeën, maar die moet ik nog uitwerken.”
