Sint Maarten

Bericht uit Sint Maarten

In de zondagse estafette-rubriek ‘Bericht uit…’ belichten columnisten uit de Caribische delen van het Koninkrijk bij toerbeurt de kanten van hun eiland waarvan zij vinden dat die de aandacht van alle koninkrijksburgers verdienen. Vandaag komt het bericht uit Sint Maarten.

De ironie van De Bank

Door Terrance Rey

In Nederland heeft de bank ABN AMRO de bijnaam “De Bank” gekregen. Deze bijnaam, ontstaan door haar prominente rol in de Nederlandse financiële sector, weerspiegelt de centrale plaats die ABN AMRO inneemt in de financiële wereld van het land. Aan de andere kant van de oceaan, in Curaçao en Sint Maarten, beschrijft de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (CBCS) zichzelf ook vaak als “De Bank” in haar persberichten en op haar website, natuurlijk vanwege haar onmisbare rol in de economie van de eilanden. Maar terwijl “De Bank” in Nederland genationaliseerd werd tijdens de financiële crisis, ziet het plaatje er heel anders uit bij de huidige reddingsoperatie van ENNIA Caribe Leven N.V. (ECL), het pensioenfonds in zwaar weer. De ironie hierin is nauwelijks te missen.

Tijdens de financiële crisis in 2008 stond ABN AMRO op de rand van de afgrond. De Nederlandse overheid besloot in te grijpen om een bankrun en nog grotere schade aan de economie te voorkomen. De Staat kocht aandelen van ABN AMRO, waarmee de bank effectief genationaliseerd werd. Dit gaf de overheid niet alleen de controle over de bank, maar stelde hen ook in staat de winstpotentie van de bank te benutten.

Na enkele jaren van herstructurering stabiliseerde ABN AMRO en werd ze in 2015 deels opnieuw naar de beurs gebracht. De verkoop van aandelen leverde de Nederlandse Staat een aanzienlijk winstbedrag op, waarmee de reddingsoperatie zichzelf in zekere mate terugbetaalde. De nationalisatie beschermde niet alleen de belangen van de Nederlandse belastingbetalers, maar zorgde er ook voor dat de Staat kon profiteren van het herstel van de bank.

Terwijl Nederland tijdens de crisis van 2008 een financiële instelling redde door nationalisatie, speelt anno 2024 CBCS een andere kaart in de redding van ENNIA Caribe Leven. ENNIA, dat al enkele jaren in ernstige financiële moeilijkheden verkeert, heeft dringend behoefte aan een kapitaalinjectie om haar solvabiliteitsproblemen te verhelpen en haar polishouders zekerheid te bieden.

De voorgestelde redding houdt echter geen aandelenverwerving in voor de regeringen van Curaçao en Sint Maarten. De landen worden gevraagd financiële middelen in te brengen om de pensioenverplichtingen te dekken, zonder dat daar eigenaarschap van ENNIA tegenover staat. In plaats van een win-win scenario dat Nederland bij ABN AMRO creëerde, blijven Curaçao en Sint Maarten met lege handen achter, zonder de mogelijkheid om op termijn enige winst uit hun investering te halen of invloed te hebben op het beheer van ENNIA.

Hierin ligt de ironie: terwijl de Nederlandse overheid bij ABN AMRO koos voor een aanpak die zowel financiële stabiliteit bood als potentieel voor rendement, lijkt CBCS deze kans te missen voor Curaçao en Sint Maarten. Gezien de historische banden en invloed van Nederland, zou men verwachten dat CBCS – waar Nederland nog altijd grote invloed heeft – dezelfde benadering zou kiezen. Waarom is dit niet het geval? Waarom wordt Curaçao en Sint Maarten niet dezelfde kans geboden om aandeelhouder te worden van ENNIA Caribe Leven, zoals de Nederlandse overheid aandeelhouder werd van ABN AMRO?

Een aandeel in ENNIA Caribe Leven zou niet alleen zekerheid bieden, maar ook de kans op rendement. Het zou Curaçao en Sint Maarten meer controle geven over de toekomst van de pensioeninstelling, waardoor zij de belangen van hun burgers beter kunnen beschermen. Toch lijkt CBCS vast te houden aan een aanpak waarbij de lasten over de Caribische landen worden verdeeld, zonder de voordelen van eigenaarschap.

Wat we kunnen leren uit de nationalisatie van ABN AMRO is dat eigenaarschap en financiële betrokkenheid hand in hand kunnen gaan met rendement en zeggenschap. In de huidige situatie met ENNIA, hebben Curaçao en Sint Maarten de kans om te pleiten voor een aanpak die vergelijkbaar is met die van Nederland destijds. Ze kunnen vragen om een aandeel in ENNIA Caribe Leven, zodat hun belastingbetalers niet alleen de lasten dragen, maar ook profiteren van mogelijke winsten op lange termijn.

Zou CBCS niet hetzelfde moeten doen voor ENNIA Caribe Leven als Nederland deed voor ABN AMRO? De ironie ligt erin dat de centrale bank, die zichzelf “De Bank” noemt, de Caribische landen een oplossing biedt die ver verwijderd is van het model dat ooit in Nederland werd gevolgd. Het is een paradox die vragen oproept over waarom Nederland het reddingsplan van ABN AMRO als leidraad ziet, terwijl dezelfde principes niet worden toegepast voor de eilanden.

De tijd zal leren of Curaçao en Sint Maarten genoegen nemen met de huidige regeling, of dat ze het lef hebben om CBCS aan te spreken op deze tegenstrijdigheid. Want als de Nederlandse aanpak goed genoeg was voor “De Bank” in Nederland, waarom zou het dan niet goed genoeg zijn voor “De Bank” in Curaçao en Sint Maarten?

error: Deze inhoud mag niet gekopieerd worden.