De zeventig jaar geleden in het Statuut verpakte Nederlandse wens de kloof in bestuurskwaliteit tussen het Europese en het Caribische deel van het Koninkrijk te dichten, lijkt eindelijk in vervulling te gaan. Wat het praktiseren van ‘goed bestuur’ betreft, groeien de koninkrijkslanden de laatste maanden in opmerkelijk rap tempo naar elkaar toe. “Huh?” hoor ik u denken. Onder welke steen heeft Kadushi gelegen dat hij heeft gemist dat deze week op Aruba nog premier Wever-Croes’ oogappeltje, neef en minister Glenbert Croes in de boeien is geslagen wegens ambtelijke corruptie, eerder dit jaar op Sint Maarten een Statenlid in ruil voor een paar ruggen bereid was het kabinet onderuit te halen, een ander zijn zetel bleek te hebben gekocht en op Curaçao de minister van financiën bij wijze van vriendendienst drie miljard aan belastingvorderingen door de plee spoelde? Nee hoor, de nivellering van de bestuurlijke niveauverschillen komt geheel voor rekening van Nederland.
Het is overigens niet zo dat de broekzakken van Nederlandse bestuurders en politici gelijk hun Caribische soortgenoten bollen van de steekpenningen. Maar er is in het Haagse wel degelijk sprake van een vooralsnog niet te stuiten moreel verval dat misschien nog fnuikender is dan de klunzige (want betrapt) kruimeldieven in de Cariben.
Het was al verdacht dat in het coalitieakkoord van PVV, VVD, NSC en BBB een paragraaf staat waarin deze partijen elkaar beloven de regels van de rechtstaat te eerbiedigen. Alsof dat geen vanzelfsprekendheid zou zijn. Inmiddels weten we dat die belofte niks waard is. De Nederlandse Orde van Advocaten heeft het regeerprogramma van Wilders’ marionettenkabinet, een samenraapsel van horken, hufterinnen, omhooggevallen ijdeltuiten en een enkele verdwaalde naïeveling, op zijn rechtsstatelijkheid getoetst en wat blijkt: 28 voorstellen vormen een risico voor de rechtstaat waarvan 9 zelfs in strijd met de beginselen van de rechtstaat.
De meest in het oog springende daarvan is de natte PVV-droom het parlement buiten spel te zetten, om te beginnen om een uit vreemdelingenhaat gefantaseerde ‘asielcrisis’ te bestrijden met als enig doel in hun eigen land weggebombardeerde vluchtelingen over de grens te kunnen flikkeren. De partijaanhang nam deze week al een voorschot door (in Ugchelen of all places) een voor asielzoekers gereserveerde opvang op te blazen.
De voorheen liberale VVD ziet haar kans schoon te morrelen aan het recht op demonstratie en het naar koeienpoep riekende coalitiebijwagentje BBB roept op kritische media de mond te snoeren. “Nederlanders op één” en “elke regio telt” echoot het in Den Haag. Zo lang ze niet tegen misstanden protesteren of kritische vragen stellen, maar wel roomblank zijn en ergens tussen de Waddeneilanden en Zuid-Limburg geboren en getogen zijn.
We zijn nog in afwachting van de brief waarin staatssecretaris Zsolt Szabó zijn ambities ten aanzien van de koninkrijksrelaties ontvouwt, maar het Statuut lijkt niet op voorhand heilig. We weten al dat het adagium ‘afspraak is afspraak’ waarmee Nederland de eilanden zo vaak om de oren heeft geslagen in de ijskast is geparkeerd door het intrekken van de toezegging vanuit het Nationaal Groeifonds 130 miljoen euro te steken in de economische ontwikkeling van Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Dat laatste vloekt nogal met één van Szabó’s drie speerpunten: de zelfredzaamheid van de CAS-landen bevorderen. Dat was nu net de bedoeling van die teruggegraaide 130 miljoen.
Het is illustratief voor de benepen Hollandse kruideniersgeest die een nieuwe bloeiperiode doormaakt. Ben je het eeuwige handje ophouden van de eilanden zat (en daar is niks onzedelijks aan), dan moet je juist even heel veel extra investeren. Uiteraard onder strak toezicht om types als Schotte, Heyliger, Sevinger en Croes & Croes met hun lange vingers geen kans te geven. Zodra onderwijs, zorg, infrastructuur en andere basisvoorzieningen op orde zijn, kan in Den Haag de hand op de knip en is het verder aan de landen zichzelf te redden. Of niet, natuurlijk.
Tijd voor iets positiefs: onder de burgerij op de eilanden groeit de weerstand tegen de onderdrukking door de toeristische sector. Het zijn vooral buitenlandse investeerders die profiteren van het volplempen van de laatste stukjes vrije kust met betonnen bunkers, het daarvoor van nog armere eilanden geïmporteerde personeel tegen hongerloontjes uit te buiten en bedreven zijn in het ontwijken van belasting. Als een revival van koloniale tijden.
Eerder dit jaar kwamen Arubanen in het geweer tegen de ongebreidelde groei van hotels en nu is er op Curaçao massief verzet tegen het vercommercialiseren van twee pareltjes van stranden van Lagun en Jeremi. Je mag hopen dat deze baaien (en andere authentieke schatten in het Caribisch deel van het Koninkrijk) snel tot cultureel erfgoed worden verheven zodat ze veilig zijn voor nietsontziende projectontwikkelaars. Daarom: bravo voor moedige burgers die het niet langer pikken dat hun eiland wordt verkwanseld door ruggengraatloze, dan wel corrupte politici.
Het toetje van de week komt uit het geheime vertrek in het Catshuis waar de ministerraad de vrijdagen bekvechtend (en zonder mobieltje) uitzit. Vandaag hebben Schoof en de Schovertjes besloten dat de kleyne luyden die zijn afgescheept met een baantje als staatssecretaris voortaan buiten de landsgrenzen de titel “minister for” mogen voeren. Dus Eef, Pik en Luc: bij een volgend werkbezoek is het: “Bon bini/welcome minister Szabó.”
Kadushi is het buitenbeentje van DossierKoninkrijksrelaties.nl: een stekelige rubriek die soms wel eens ‘au’ kan doen..
