Noem één politicus (op die van de SP na) die vrijwillig afstand doet van een deel van zijn/haar staatsloon. De leden van de Eilandsraad van Bonaire, denkt u wellicht. Die hebben immers begin deze maand besloten het mes te zetten in de eigen fractievergoeding die onder meer gebruikt wordt om het familie-inkomen bij te plussen. Het Tweede Kamerlid Peter van Haasen juichte het besluit toe. De PVV’er had er deze zomer nog bij de akela van de coalitie Daisy Coffie op aangedrongen de by far meest obese fractietoelage van het Koninkrijk op dieet te zetten. “Mijn vertrouwen is niet geschaad”, postte het Kamerlid snorrend van tevredenheid, zich niet bewust hoe hem en alle Bonairianen op slinkse wijze zand in de ogen is gestrooid. Wat te mooi leek om waar te zijn, blijkt ook niet waar te zijn.
Wat de dames en heren dorpspolitici er tijdens hun via Youtube gelivestreamde proeve van zelfopoffering niet bij vertelden, is dat zij vanuit een andere, nieuw bedachte (doof)pot ruimhartig worden gecompenseerd voor hun ‘verlies’. Gedeputeerde Abraham heeft, zo is aan het daglicht gekomen, beloofd dat ze bovenop het al in de begroting voor de Eilandsraad gereserveerde reguliere budget voortaan jaarlijks een bonus van 400.000 dollar kunnen opstrijken. Geheel naar eigen inzicht te besteden, voegde SinterClark er ter verhoging van stemming in de coalitie nog aan toe.
De zogenaamde versobering van de fractievergoeding is in werkelijkheid niets anders dan een verhuizing van een door belastingbetalers opgebrachte vrachtlading dollars van de spreekwoordelijke broekzak naar de vestzak-maat-XXL. Van volksvertegenwoordiger naar volksverlakker is in het politieke sprookjesbos van Bonaire niet meer dan een kabouterstapje. En het houdt niet op bij deze bedriegerij. Want er ligt nog een andere gloeiendhete aardappel op de raadstafel te dampen: de daggeldpremie die na de vorig jaar ook al stiekem doorgevoerde verhoging zo goudgerand is dat het maken van dienstreizen voor Eilandsraadsleden een lucratief verdienmodel is.
Aanpassing van de daggeldregeling was aanvankelijk ook voor de vergadering van begin deze maand geagendeerd. Maar de Eilandsraadsleden konden het – opnieuw zonder pottenkijkers – niet eens worden en dus werd een besluit uitgesteld. Eerst wil men weten wat een objectieve grondslag voor het berekenen van de hoogte van het pretpakket. Dat is natuurlijk een terechte vraag, maar waarom is die niet gesteld toen de partijen een jaar geleden tot een schaamteloze opwaardering van hun zakgeld besloten?
Door de kwestie voor zich uit te schuiven hoeven de politici zich geen zorgen te maken over de in aantocht zijnde dure feestmaand. Want als de voltallige Eilandsraad met aanhang in november naar Sint Eustatius reist voor de viering van Statia Day tikt de daggeldteller lekker door aangezien er voor het tripje meer dan een week wordt uitgetrokken. Wie denkt dat Kadushi het allemaal uit zijn stekels zuigt om de Bonairiaanse politiek in een kwaad daglicht te plaatsen, klikt HIER voor het originele door de griffie opgestelde commissieverslag.
Niet alleen de politiek op Bonaire is de laatste tijd in duisternis gehuld. Om de haverklap valt de stroom uit. Black outs zijn een even vervloekt als vertrouwd verschijnsel in de Cariben. Op Sint Maarten flakkert er een lichtje aan de horizon met de spoedbestelling van noodgeneratoren, Aruba heeft Amerikaanse experts ingevlogen en Curaçao denkt de stroomuitval te hebben opgelost met het wegjagen van de baas van het lokale energiebedrijf. De aanpak mag per land verschillen (ze zijn tenslotte niet voor niets autonoom), de oorzaak hebben ze gemeen: langdurig uitblijven van onderhoud, omdat de overheidsbedrijven door achtereenvolgende regeringen als cashcow worden uitgemolken.
Op Bonaire speelt er iets anders. Daar kan de politiek immers niet met zijn grijpgrage vingers in de kas van het energiebedrijf zitten, omdat er ooit in een zeldzame vlaag van integriteitsbesef tussen het Bestuurscollege en de overheidsbedrijven een holding is geplaatst die graaiers met een beroep op good governance op veilige afstand houdt. Om de pijn van de recente stroomuitval (die zich in deze warmste periode van het jaar vooral ’s nachts laat voelen als de airco niet werkt) te verdelen zijn wijken bij toerbeurt van het net afgeschakeld. Inmiddels is de oorzaak ontdekt: een onbekende heeft bij graafwerk een kabel beschadigd. Zand erover moet hij hebben gedacht, want wat je niet ziet, kun je ook niet weten… Hij zou zo de politiek in kunnen.
Voor het toetje van de week reizen we (niet businessclass en zonder daggeld) naar Den Haag. Daar heeft de Tweede Kamercommissie voor Koninkrijksrelaties besloten aandacht te besteden aan het zeventigjarig bestaan van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden. Dat gaat niet zonder slag of stoot. Het voorstel van de griffie om Kamervoorzitter Bosma te verzoeken bij het begin van de vergadering van 17 december respectvolle woorden aan het niet bij iedereen even geliefde bejaarde feestvarken te wijden, viel bij de (slechts 3 aanwezige) commissieleden in verkeerde aarde.
“Waarom 17 december? Dat is mosterd na de maaltijd; het Statuut is op 15 december getekend. Het is toch al een ondergeschoven kindje”, reageerde de eerder aangehaalde Van Haasen. Het moet op een dinsdag, want dat is het enige moment dat (vrijwel) alle Kamerleden vanwege de stemmingen aanwezig zijn en de 17e is de dichtstbijzijnde datum, luidde het verweer. Van Haasen kreeg bijval van VVD-collega Aukje de Vries (“Het voelt ongemakkelijk”) en Faith Bruyning van NSC (“Het staat een beetje lelijk”) dus is het uitkijken naar 10 december.
Alsof het niet op kan, komt er ook nog een ‘kleine’ tentoonstelling in het voor het publiek toegankelijke deel van het Kamergebouw. Althans, de commissie heeft groen licht gegeven voor een “verdere verkenning van de mogelijkheden”. Het is kort dag en daarom sluit de griffie niet uit dat de opening van de expositie pas in januari kan plaatsvinden. Ach, het Statuut bestaat toch nog bijna heel 2025 zeventig jaar…
Kadushi is het buitenbeentje van DossierKoninkrijksrelaties.nl: een stekelige rubriek die soms wel eens ‘au’ kan doen.
