Bonaire

Van Haasen (PVV): Statuut verdient meer bekendheid

Den Haag – Tweede Kamerlid Peter van Haasen (PVV) brengt deze week met een delegatie van de commissie Justitie en Veiligheid een werkbezoek aan Curaçao en Bonaire. In een verslag op Linkedin pleit hij er o.a. voor het Statuut voor het Koninkrijk meer bekendheid te geven onder Nederlandse burgers.

Door Peter van Haasen

Ik ben momenteel op werkbezoek in het Caribisch deel van ons Koninkrijk, wat een van de aangename bijkomstigheden is van de portefeuille Koninkrijksrelaties. Mensen die denken dat dit een soort snoepreisje is, moet ik teleurstellen: het is hard werken. Het aantal gesprekken, kennismakingen en vergaderingen dat dagelijks op de agenda staat, is niet bepaald jaloersmakend. Of misschien toch wel, want ik leer hier zoveel geweldige mensen kennen, wat op zichzelf al een verrijking is – en dus misschien toch iets om jaloers op te zijn.

Ik ben hier niet met mijn eigen commissie, maar met de commissie Justitie en Veiligheid. In dat kader ontmoeten we veel mensen met deze specialisatie, zoals de Politie, Douane, Marechaussee, Kustwacht en Marine. We brachten ook bezoeken aan de gevangenis en jeugdinstellingen. Opvallend is de grote rol van vrouwen door deze hele keten heen. De passie van al deze mensen voor hun beroep, hun medemensen en hun taken is overweldigend.

We begonnen ons bezoek met een kennismaking met de Gouverneur van Curaçao. De gouverneur is de vertegenwoordiger van de koning in de autonome landen van ons Koninkrijk. Zo hebben Aruba, Curaçao en Sint Maarten elk een gouverneur. Mevrouw Lucille George-Wout is de gouverneur van Curaçao; in zekere zin is zij een beetje de ongekroonde onder-koningin van Curaçao. Wanneer je haar ontmoet, begrijp je meteen waar alle Caribische ‘powervrouwen’ hun inspiratie vandaan halen.

We spraken onder andere over het heugelijke feit dat het Statuut dit jaar 70 jaar bestaat. Ik vroeg haar wat ze ervan vond dat de gemiddelde Europese Nederlander nog nooit van het Statuut heeft gehoord, terwijl het voor de Caribische Nederlander algemeen bekend is vanwege het historische belang voor de onderlinge relaties binnen het Koninkrijk – misschien nog wel heiliger dan de Grondwet. Zij vond het een mooie taak voor mij om, in het kader van het 70-jarig bestaan van het Statuut, Europese Nederlanders bewuster te maken van dit belangrijke document.

In het Statuut staan alle afspraken en regels over hoe ons Koninkrijk is georganiseerd; hoe taken, plichten en verantwoordelijkheden onderling zijn geregeld. In eerste instantie tussen Nederland en de Caribische eilanden, en tot de onafhankelijkheid van Suriname ook met dat land. De laatste inhoudelijke wijziging vond plaats op 10-10-10, toen Curaçao en Sint Maarten zelfstandige landen werden binnen ons Koninkrijk en de Nederlandse Antillen werden opgeheven.

Ik weet niet of het de bedoeling was van mevrouw George-Wout, maar ik heb moeite met de huidige uitwerking van het Statuut. Het spreekt over gelijkwaardigheid tussen de landen binnen het Koninkrijk, maar die is er in de praktijk niet.

De Caribische landen hebben de mogelijkheid om eruit te stappen, een optie die Nederland niet heeft. In artikel 36 staat ook dat “Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten elkander hulp en bijstand verlenen.” Voor mij lijkt die bijstand vooral eenrichtingsverkeer. Vaak krijg ik dan te horen over de rol van de raffinaderij op Curaçao tijdens de Tweede Wereldoorlog of de inzamelingsactie voor de Watersnoodramp in 1953. Dat ontken ik natuurlijk niet, maar het zijn wel feiten van vóórdat het Statuut in 1954 het licht zag. Dan heb ik het alleen nog maar over de ongelijkwaardigheid vanuit Europees Nederlands perspectief.

Ondanks deze zaken is het Statuut natuurlijk wel belangrijk, en het zou voor de Europees-Nederlandse burgers net zo belangrijk moeten zijn als voor onze Caribische Koninkrijksgenoten. Ik hoop daarom dat we op de verjaardag van het Statuut een feestje kunnen vieren dat het besef van het bestaan van het Statuut in Nederland zal vergroten.

error: Deze inhoud mag niet gekopieerd worden.