Den Haag – Vlak voordat minister-president Rutte op 19 december 2022 excuses uitsprak voor het Nederlandse slavernijverleden, maakte ‘Den Haag’ zich grote zorgen over het groeiende verzet op Curaçao.
Dat kan worden opgemaakt uit appverkeer van toenmalig staatssecretaris van Koninkrijksrelaties Van Huffelen en haar ambtenaren. Dat en honderden andere documenten zijn vandaag n.a.v. een beroep op de Wet open overheid (Woo) door het ministerie vrijgegeven. Op 11 december 2022 kreeg de bewindsvrouw te horen dat “het nu ook op Curaçao begint te broeien”. Er wordt melding gemaakt van “veel tegengeluid, niet van iedereen maar bij een serieus aantal groepen.”

Van Huffelen: “Vervelend. Ik hoop dat we het de komende dagen nog kunnen keren.” Een week voor de ceremonie bij het Tula-monument was de vrees dat genodigden zouden afhaken, reden waarom de staatssecretaris voorstelde eerder naar Willemstad te reizen. Uit de stukken blijkt ook dat toenmalig minister-president Jacobs van Sint Maarten vergaande voorwaarden stelde aan haar medewerking aan een ceremonie om gezamenlijk naar de excuses van Rutte te kijken.
De documenten (in totaal 1.375 pagina’s) hebben eveneens betrekking op Aruba, Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Ze bevestigen de gevoeligheid in de relatie tussen Den Haag en de eilanden die geregeld uitmondt in achterdocht. Een voorbeeld daarvan is het advies van een Nederlandse ambtenaar aan Van Huffelen om een brief te sturen naar de regering van Sint Maarten, zodat die later niet kan beweren niet te zijn geïnformeerd.
