Bonaire

COLUMN – Bericht uit Bonaire

In de zondagse estafette-rubriek ‘Bericht uit…’ belichten columnisten uit de Caribische delen van het Koninkrijk bij toerbeurt de kanten van hun eiland waarvan zij vinden dat die de aandacht van alle koninkrijksburgers verdienen. Vandaag komt het bericht uit Bonaire.

Young professionals

Door Burney el Hage

Met de term young professionals wordt gerefereerd aan jonge ambitieuze, goed opgeleide mensen in de leeftijdsgroep van 20 tot 49 jaar. Alhoewel deze “young professionals” vaak in “white collar” functies werken en het om hoogopgeleide mensen gaat, is het mijn persoonlijke mening dat ook de ambitieuze jongelui met een beroeps- of vakopleiding of gelijkwaardige praktische vaardigheden als “young professionals” zouden moeten worden aangemerkt. Vandaag de dag gaat het, vooral in de private sector en in tegenstelling tot “vroeger”, vaak meer om competenties (“skills”) dan om het papiertje.

Op Bonaire kampen we al jaren aan de aanbodskant van de arbeidsmarkt met een tekort. In vrijwel alle sectoren en op alle niveaus. Daarnaast is er ook sprake van een vergrijzende arbeidsmarkt. Dit alles in de context van een relatief kleine bevolking. Om alle vacatures te vervullen, zijn we hoe dan ook aangewezen op het letterlijk binnenhalen van personeel. Dit is al jaren zo en is na 2010 in een stroomversnelling geraakt. Wij zien allemaal dat de bevolkingssamenstelling in rap tempo verandert. Dit brengt weerstand met zich mee hetgeen te begrijpen is, maar tegelijkertijd ook te managen zou moeten zijn. In deze discussie vergeten wij vaak dat wij zelf ook allemaal afstammen van immigranten.

Deze demografische veranderingen zijn de consequentie van het uiteenvallen van de Antillen van 5 en de daaruit voortvloeiende keuze om als onderdeel (gemeente) van Nederland door te gaan. Dit zou wellicht ook gebeurd zijn als wij een status aparte hadden gekregen, welke optie gelet op de kleinschaligheid van het eiland overigens niet realistisch was en is. Ook op Aruba is sinds 1986 het inwonertal verdubbeld en de demografische samenstelling permanent veranderd. De verandering van de bevolkingssamenstelling is onvermijdelijk voor deze eilanden, en als we, als delen van de voormalige Nederlandse Antillen, goed terugkijken naar onze eigen geschiedenis dan is een bevolkingsaanwas door immigratie een repeterend fenomeen dat vooral gepaard gaat met economische ontwikkelingen.

In zijn boek “Del Curaçao que se va” reflecteert John de Pool in de jaren 30 van de 20e eeuw met weemoed terug op zijn jeugdjaren aan het einde van de 19e eeuw. De snel veranderde maatschappij op Curaçao aan het begin van de 20e eeuw en de veranderingen in de sociale klassen, mede door de komst van de Shell, ervaarde hij niet als vooruitgang. Hij gebruikt termen als culturele ontreddering en onvergeeflijke vergeetachtigheid van de samenleving van toen. Met de bril van nu zou je vraagtekens kunnen plaatsen bij zijn reflectie, maar uiteraard moet de geschiedenis beoordeeld worden in de tijdgeest van de betreffende periode. Het punt is dat elke verandering weerstand oproept. En hoe drastischer de verandering, hoe groter de weerstand.

Wat Bonaire nu doormaakt kan geen verassing zijn: het was te voorzien en het is zelfs onvermijdelijk. Je kunt niet èn je kleinschaligheid behouden èn een “traditionele economische voortuitgang” realiseren. En deze economische vooruitgang is, gegeven het beschikbare arbeidspotentieel, alleen mogelijk door meer krachten op de arbeidsmarkt toe te laten. Even hebben we met de “blue economy” gespeeld, maar dat is vervolgens in de onderste lade van een onbekende kast verdwenen. Het concept “transforming a small island into a smart island” is een alternatief voor een gezonde en duurzame groei van Bonaire. Maar alles wat we tot dusver aan diensten en producten ontwikkelen is arbeidsintensief.

Terug naar de young professionals: elk jaar vertrekken er Bonairiaanse jongeren naar het buitenland om aan een vervolgstudie te beginnen. Maar waar blijven de afgestudeerde Bonairiaanse young professionals? Waarom keren die niet terug? Een aantal werkt op een van de andere eilanden, in Nederland of elders. Dit speelt overigens op al onze eilanden. Waarom kiezen Bonairiaanse young professionals ervoor om op Aruba, Curaçao of in Nederland te werken in plaats van hun geboorte-eiland Bonaire? Dit laatste verschijnsel zie je overigens ook omgekeerd: Arubaanse en Curaçaose landskinderen lijken in toenemende mate op de zustereilanden of in Nederland te werken.

Ik zou willen pleiten voor een goed opgezet onderzoek. Zolang dit niet grondig wordt onderzocht en in kaart gebracht, zullen we maar blijven gissen naar de plausibele redenen welke de ronde doen: onaantrekkelijke arbeidsvoorwaarden, gebrek aan huisvesting, hoge kosten van levensonderhoud, studieschuld in buitenlandse valuta, politiek verziekte samenleving, geen waardering voor kennis en inzet, niet stimulerende werkcultuur (werkgeverschap) en ga zo maar door.

Net zoals we ons eiland aantrekkelijk maken voor toeristen, daar geld in steken en de resultaten monitoren, zo zouden we ook onze young professionals moeten volgen, aantrekken en behouden voor onze eigen arbeidsmarkt. We zijn het aan Bonaire en de kinderen verschuldigd.

error: Deze inhoud mag niet gekopieerd worden.