Sint Maarten

Van Huffelen erkent: coördineren valt niet mee

Den Haag – Staatssecretaris van Koninkrijksrelaties Van Huffelen geeft toe dat de samenwerking met andere ministeries ten behoeve van Bonaire, Sint Eustatius en Saba te wensen overlaat. Net als bij haar voorganger Knops komt de coördinerende rol maar moeizaam uit de verf, zo blijkt uit het antwoord van Van Huffelen op vragen van de Tweede Kamercommissie voor Koninkrijksrelaties:

Vraag: Is de aanname van de Algemene Rekenkamer, namelijk dat de samenwerking tussen de coördinerende minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en de overige beleidsministers moeizaam is, bekend? Kan hierop worden gereflecteerd en wordt er gewerkt aan een oplossing voor dit probleem?

Antwoord: De uitdagingen die de Algemene Rekenkamer beschrijft worden herkend bij het invulling geven aan de coördinerende rol voor het rijksbeleid op Caribisch Nederland. Het belang wordt onderschreven om de samenhang van het rijksbeleid te waarborgen. Dit is van belang voor een effectieve en doelmatige besteding van rijksuitgaven, voor bestuurders en inwoners van Caribisch Nederland en ook voor de verantwoordelijke ministeries zelf, die voor de uitvoering van de eigen rijkstaken vaak afhankelijk zijn van inspanningen van collega-bewindspersonen.

De door de Algemene Rekenkamer beschreven spagaat tussen de ministeriële verantwoordelijkheid van beleidsdepartementen enerzijds en het coördineren van rijksbeleid anderzijds is herkenbaar. Er is op verschillende manieren invulling gegeven aan de coördinerende rol. In een separate brief wordt hier graag uitgebreider op ingegaan. Dit mede in uitvoering van de motie Van den Berg over het versterken van de coördinerende rol van het ministerie van BZK. U ontvangt deze brief met de reflecties van de staatssecretaris van BZK voor het wetgevingsoverleg over het jaarverslag van 12 juni a.s.

Klik HIER voor de antwoorden op overige vragen

error: Deze inhoud mag niet gekopieerd worden.