De Caribische delen van het Koninkrijk hadden het slechter kunnen treffen dan met beoogd minister-president Dick Schoof. Nu is het voor de eilanden al gauw beter dan de Danki Dios afgeserveerde stoethaspel Plasterk of Wilders vrouwelijke variant je-moet-er-echt-niet-aan-denken Mona Keijzer, maar een premier die in een vorig leven de Cariben al eens heeft bezocht en er ook inhoudelijk mee te maken heeft gehad (o.a. als voorzitter van het crisisteam dat de regering adviseerde na orkaan Irma) is een ongekende weelde. Naar eigen zeggen heeft Schoof er zelfs een naar hem vernoemd pad op Sint Eustatius aan overgehouden. Tot nu viel er niet meer dan één eenzame afkeurende oprisping te horen.
Import-Bonairiaan Gerard van Erp was er als de kippen bij om belegen desinformatie over Schoof te reposten met de retorische vraag of de vlag half stok moet. Deel uitmakend van het leger der wappie-kneuzen steeg er meteen instemmend gereutel op uit het riool dat Facebook heet. Voor Van Erp lijken Bonaire en zelfs het Koninkrijk te klein. De krasse pensionada prijkt bij de Europese verkiezingen op de kandidatenlijst van de vluchthaven voor dwaallichten Belang van Nederland (BVNL). Dus als je hem graag naar Brussel ziet optiefen of voor afbraak van de Europese waarden bent, stem dan volgende week op de nummer 7 van lijst 18.
Nu de formerende partijen de premiershobbel hebben genomen, zetten zij zich aan de verdeling van de ministeries en de bemensing daarvan. Van vorige formaties weten we dat de portefeuille Koninkrijksrelaties als allerlaatste (“Oeps, bijna vergeten”) wordt toegewezen om niet te zeggen iemand in de maag gesplitst. Plasterk kreeg de eilanden erbij als strafcorvee, voor Knops was het een troostprijs omdat hij Defensie aan zijn neus voorbij zag gaan. Wat dat betreft torst Alexandra van Huffelen haar lot zo blijmoedig dat je wil geloven dat ze het met gemeend plezier doet.
Het is overigens geen wetmatigheid dat er opnieuw een bewindspersoon komt die zich (bijna) fulltime ledig gaat houden met het tropische aanhangsel van het Koninkrijk. Kadushi krijgt echter ingefluisterd dat de PVV eraan hecht dat er een strenge oppasser wordt aangesteld die de eilanden niet alleen in het gareel kan houden, maar ze vooral uit het Koninkrijk moet treiteren. NSC wil juist aandacht voor meer gelijkwaardigheid. De BBB vindt dat je het niet kunt maken het in het hoofdlijnenakkoord te hebben over “waardevol” om het volgens af te doen als een onbetekenende bijzaak voor een minister. De VVD, zo valt te beluisteren, kan het allemaal niet boeien.
Dus kan het gezelschapsspel beginnen: Wie o wie is ijdel, moedig, masochistisch, optimistisch en/of zelfverzekerd genoeg om staatssecretaris voor Koninkrijksrelaties te willen worden? Namen die rondzingen zijn die van de voormalig PVV-Kamerleden Hero – pitbull – Brinkman en de iets minder geharnaste Sietze Fritsma. Die eerste zou waarschijnlijk een schier onuitputtelijke bron van inspiratie zijn voor by far de stekeligste columns ever. Maar het valt te betwijfelen of NSC-leider Omtzigt de naleving van het Statuut (immers van meer gewicht dan de Grondwet) durft toe te vertrouwen aan de PVV. Kansrijker lijken daarom de VVD’ers Roelien Kamminga en André Bosman.
Die laatste – dit voor de jeugdige lezers – was van 2010 tot 2021 actief en zeer betrokken lid van de Kamercommissie voor Koninkrijksrelaties. Zijn houding ten opzichte van de eilanden kan in drie woorden worden samengevat: streng doch rechtvaardig. Dat eerste hebben de eilandelijke politici heel hard nodig, het tweede verdienen de bevolkingen. Waar Bosman door de ene overzeese collega om werd vervloekt, werd hij door een andere juist gewaardeerd: zeggen waar het op staat zonder eerst een rondje om de hete brij te dansen. Een eigenschap waar – nóg langer geleden – zijn partijgenoot Henk Kamp als Rijksvertegenwoordiger van Caribisch Nederland door velen om werd gerespecteerd.
Om dezelfde redenen als bij Schoof lijkt Bosman alle vier beoogde coalitiepartijen voldoende comfort te bieden dat hij de klus naar behoren kan klaren: over rechts, maar wel op een fatsoenlijke manier. Wie het ook gaat worden: zo kleurrijk en swingend als met Van Huffelen zal het nooit meer worden. Deze week bracht ze haar (waarschijnlijk) laatste bezoek in functie aan de Cariben.
Op Bonaire adopteerde ze een verweesd vondelingetje: flamingokuiken Mini. Treffender kan het tijdperk Van Huffelen niet worden gesymboliseerd. Als een moederkloek nam ze de eilanden onder haar vleugels, verwende ze en zag hun tegendraadse gedrag door de vingers. Het afscheid ging gepaard met veel warme woorden en hier en daar werd zelfs een traantje weggepinkt. Kadushi snapt dat wel. Hij zal het uiteraard nooit publiekelijk toegeven, maar ook hij zal haar missen.
Kadushi is het buitenbeentje van DossierKoninkrijksrelaties.nl: een stekelige rubriek die soms wel eens ‘au’ kan doen.
