In de zondagse estafette-rubriek ‘Bericht uit…’ belichten columnisten uit de Caribische delen van het Koninkrijk bij toerbeurt de kanten van hun eiland waarvan zij vinden dat die de aandacht van alle koninkrijksburgers verdienen. Vandaag komt het bericht uit Bonaire.
Tussen ezels en vliegtuigen
Door Burney el Hage
Tussen het vliegveld en de Bonaire Donkey Sanctuary loopt een onverharde weg. Aan de ene kant zie je de ezels en aan de andere kant vliegtuigen. De onverharde weg zelf ligt bezaaid met zwerfvuil en illegaal gestort afval. Typerend voor onze intenties: “we menen het allemaal heel goed”, maar de uitkomst haalt vooralsnog bij verre na niet de ambities. Het lukt ons niet de weg te verharden en een fatsoenlijke oplossing te vinden om zwerfvuil en illegale stortingen tegen te gaan. Het ontbreekt aan daadkracht en uitvoeringscapaciteit en ook dat zijn niet te onderschatten risico’s, immers, the road to hell is paved with good intentions.
Op 9 april jongstleden heeft minister Harbers van I&W geadviseerd om op Bonaire “niet dichtbij” de kust te bouwen, anders wordt het letterlijk dweilen met de kraan open. Dit was onderdeel van het betoog van de minister in een debat met Tweede Kamercommissie voor Koninkrijksrelaties over de effecten van klimaatverandering in de Caribische delen van het Koninkrijk. Het woord “dichtbij” werd niet nader gespecificeerd.
Om het e.e.a. beter te contextualiseren: Bonaire is 288 km2 groot, telt ca 26.000 inwoners en heeft twee gebieden (bebouwingskernen) welke het meest dichtbebouwd zijn: Kralendijk (en omgeving) en Rincon. Kralendijk (en omgeving), met een oppervlakte van 20 km2, ligt langs een uitgestrekte kustlijn van ca. 13 km lang en strekt ongeveer 3 km (ei)landinwaarts. Maar de meeste bebouwing is geconcentreerd binnen 800 meter van de kustlijn (ei)landinwaarts, oceanfront zeg maar. De grootste zorginstelling van Bonaire ligt op 300 meterafstand van de kustlijn en de luchthaven op minder dan 50 meter verwijderd van de kustlijn.
Het overgrote deel van de bevolking (ca 23.000) woont in Kralendijk (en omgeving). De tweede bebouwingskern is Rincon. Rincon heeft een oppervlakte van om en nabij 1,2 km2, telt 2.500 inwoners, is vanaf westelijke kustlijn om en nabij 2 km (ei)landinwaarts en is aanzienlijk hoger gelegen dan Kralendijk. Snelle conclusie is dus dat het overgrote deel van de bevolking (te) dichtbij de kust woont en kritieke infrastructuur (te) dichtbij de kust is gevestigd.
Begin dit jaar heeft het ontwerp Ruimtelijk Ontwikkelingsprogramma Caribisch Nederland (ROCN) ter inzage gelegen. Vanaf 23 januari kon de burger kennisnemen en reageren op dit ontwerpplan. Overigens, het ontwerpplan heeft vorig jaar, tussen 3 november en 14 december 2023, ook al ter inzage gelegen. In het ontwerpplan staat: “het ROCN bevat een samenvatting van het ruimtelijk Rijksbeleid voor Caribisch Nederland. Het doel van dit beleid is een duurzame en veilige ruimtelijke inrichting van de eilanden en bij te dragen aan een duurzame economische ontwikkeling, een gezond leefmilieu, een goede ruimtelijke kwaliteit en de bescherming van culturele en natuurlijke waarden”. Alhoewel de Rijksoverheid bij het opstellen van het plan al bekend was met het feit dat het te riskant is om dichtbij de kust te bouwen, zijn deze zorgen niet hard gemaakt in het ontwerpplan door bijvoorbeeld het bouwen “dichtbij” de kustlijn te ontmoedigen, af te raden of te verbieden. Wel staat er in het ontwerpplan dat uitgekeken wordt naar het kunnen realiseren van minimaal 2.100 extra woningen op het eiland en wel voor 2030.
Daarnaast is het “meervoudig en zuinig ruimtegebruik” specifiek opgenomen als beleidsdoelstelling. Meervoudig en zuinig ruimtegebruik is nodig omdat, volgens het ontwerpplan, de ruimte op de eilanden beperkt is. Voor Bonaire zou het betekenen dat het eiland, dat 288 km2 groot en uitsluitend voor ca 9% bebouwd is, met ruimtegebrek kampt. Verder is het volgende opgenomen: “om een duurzame ontwikkeling te waarborgen, is het daarom van belang om bij alle ruimtelijke keuzes een afweging te maken of er op een efficiënte en effectieve wijze met de beschikbare ruimte (zowel boven als onder de grond) wordt omgegaan. Dit betekent bijvoorbeeld dat bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen eerst gekeken moet worden naar de mogelijkheden binnen bestaande bebouwingskernen, voordat realisatie buiten de bebouwingskernen wordt overwogen”.
Dit kan toch niet waar zijn? Het nu al dichtbebouwde Kralendijk, dat notabene op de kustlijn ligt, zou volgens dit plan in aanmerking genomen worden om, waar mogelijk, nog verder te worden volgebouwd om zodoende het overige onbebouwde gebied (ca 260km2) te sparen in de naam van een efficiëntie en effectieve omgang met de beschikbare ruimte?
Meten is weten. Hier lijkt echter onvoldoende gebruik van te worden gemaakt. Een “gezond leefmilieu” en “ruimtelijke kwaliteit” in Kralendijk en omgeving, worden niet nader uitgelegd en komen over als holle woorden. Op dit moment lijkt Kralendijk al niet te voldoen aan voornoemde kwalificaties. Het wegennet is niet met de economische- en bevolkingsgroei mee ontwikkeld en voldoet niet meer. Dit leidt tot constante verkeersopstoppingen, ongelukken en onveiligheid. Voet- of fietspaden ontbreken, er is een gebrekkige afvoer van regenwater en groene plekken maken in rap tempo plaats voor beton. Overigens, niemand lijkt zich iets aan te trekken van het gevaar van zeespiegelstijging. Bouwen letterlijk op de kust op Bonaire gaat gewoon door en de marktprijs van reeds gebouwde en nieuwbouw op de kust/dichtbij de kust blijft stijgen.
Nogmaals, aan goede intenties heeft het ons nimmer ontbroken. In de uitvoer moeten we gaan opschalen en we zouden meer aan de hand van data en andere valide aannames moeten opereren. Anders blijft de uitkomst van onze goede intenties precies zoals die vervuilde zandweg tussen de ezels en de vliegtuigen.
