Curaçao – Minister van Buitenlandse Zaken Bruins-Slot vraagt de Tweede Kamer om stilzwijgende goedkeuring van een belastingverdrag tussen Curaçao en San Marino, maar het is de vraag of dat gaat gebeuren. Eerder dit jaar weigerde de Kamer eenzelfde verzoek voor een belastingverdrag van Curaçao met Malta. Al sinds 2015 onderhandelen Curaçao en San Marino over een bilateraal verdrag met als doel “de verbetering van de economische relatie en de versterking van de administratieve samenwerking.”
De keuze voor San Marino vloeit voort uit de wens van Curaçao om met landen waarmee Curaçao meer intensieve (handels)betrekkingen wil onderhouden een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting te sluiten. San Marino is, evenals Curaçao, een relatief klein land met een vergelijkbare bevolkingsomvang en grootte van de economie, en stond open voor de mogelijkheid om met Curacao een belastingverdrag te onderhandelen. Dit past bij de wens van Curaçao om te komen tot een belastingverdragennetwerk. Kortom, het verdrag beoogt het aangaan van banden, het verrichten van economische activiteiten en het bevorderen van handelsstromen tussen Curaçao en San Marino”, aldus de toelichting.
San Marino, dat met zo’n 33.000 inwoners een enclave vormt in Italië, staat bekend als belastingparadijs met een grote aantrekkingskracht op mensen die hun zwarte geld buiten het zicht van de fiscus willen houden. Het argument van Curaçao dat het “intensieve handelsbetrekkingen” met het dwergstaatje wil, wordt in de stukken niet nader onderbouwd. Het heeft 5 jaar geduurd voordat vragen die het ministerie van Buitenlandse Zaken had over het verdrag door de regering in Willemstad zijn beantwoord.
Verwacht wordt dat de Kamer niet zomaar instemt en een schriftelijke vragenronde wil inlassen. Hetzelfde overkwam het verdrag met Malta. De vragen daarover wachten nog op antwoord van de minister. Het is de bedoeling dat beide verdragen in juni in een plenair debat waaraan ook afgevaardigden van de Staten van Curaçao deelnemen worden behandeld.
