Bonaire

COLUMN – Loftrompet

Niet schrikken, maar Kadushi wil – halverwege de kruisiging en de verrijzenis – geen stekel, maar een veer uitdelen aan een (nota bene Caribische!) politicus: het Curaçaose Statenlid Giselle McWilliam, fractieleider van de MAN. De Movementu Alsa Nashon (Beweging Verhef de Natie) is de Caribische versie van de PvdA, in 1971 opgericht door de tot in de verste uithoeken van het Koninkrijk gerespecteerde voormalig minister-president Don Martina. Directe aanleiding om de politica in het zonnetje te zetten is haar met unanieme stemmen aangenomen initiatiefwetsvoorstel ‘lei di plèstik’ om voor eenmalig gebruik bedoeld plastic te verbieden.

McWilliam – als minister van Economische Ontwikkeling regelde ze dat het logo van Curaçao dat op de shirts van Ajax de wereld overgaat – houdt er een zuivere definitie van het zijn van volksvertegenwoordiger op na. Zelf zegt ze daarover: “Ik doe gewoon mijn werk.” Dat is té bescheiden. Er zijn immers niet veel anderen die laten zien dat je vanuit de oppositie je dagen niet hoeft te vullen met het bashen en bullyen van de coalitie, maar met een positieve en constructieve houding wel degelijk dingen voor elkaar kunt krijgen die voor de samenleving van belang zijn. McWilliam doorbreekt daarmee de politieke mores die er debet aan is dat ook goedwillende bestuurders op de eilanden weinig voor elkaar krijgen.

Hopelijk bent u over de ergste schrik heen na de ontdekking dat deze plaaggeest toch nog ergens een diep weggestopt mild kantje heeft, want ook Aruba’s minister-president Evelyna Wever-Croes verdient een pluim. Niet voor haar gehele oeuvre – daar word je echt niet vrolijk van – maar vanwege haar stellingname in het maatschappelijk debat over de bouw van nog meer hotels. Via social media liet de premier weten vierkant achter de burgerbeweging ‘No more hotels’ te staan.

Na het in 1986 verwerven van de status aparte heeft Aruba de rode loper uitgerold voor projectontwikkelaars die de competitie zijn aangegaan wie de lelijkste toeristenbunker kon bouwen. Dat het eiland dankzij het toerisme het hoogste inkomen per hoofd van de bevolking in de regio heeft, vertekent de realiteit van de om zich heen grijpende armoede op One Happy Island. Het overgrote deel van de opbrengst vloeit – na inhouding van ‘commissie’ door een kleine plaatselijke elite – naar het buitenland.

Het voorkomen van een infrastructureel infarct (wegen, afvalwater etc.) komt voor rekening van de belastingbetaler die met pijn in de ogen moet toezien hoe beton en ingesmeerde vetrollen-op-pootjes zijn leefruimte steeds verder inperken. Daarom lof voor Wever-Croes dat ze de 7.000 geplande hotelkamers waarvoor al een vergunning was verstrekt, heeft weten te reduceren tot 2.200. Wat overigens nog altijd 2.200 te veel is om aan de veilige kant te blijven van de grens tussen een voor de Arubanen nog net leefbaar en onleefbaar Aruba.

Dat een notoire brokkenmaker per ongeluk wel eens iets goed kan doen, bewijst Curaçaos minfin Javier Silvania. Dankzij hem weten we nu zeker wat we al veel langer vermoeden: het innen van belastingaanslagen gebeurt selectief. En als de Landsontvanger er echt niet onderuit komt tot invordering over te gaan, worden regelingen getroffen waarbij de belastingplichtige letterlijk eeuwen wordt gegund om zijn/haar schuld af te lossen. Niet verrassend: het zijn naast toch al rijke ondernemers ook politici en hoge ambtenaren die profiteren. Het is dat Silvania zichzelf al de godganselijke dag op de borst klopt, anders had hij op deze plek een welgemeend compliment gekregen.

Bij het uitdelen van schouderklopjes is het uiteraard zaak alert te blijven. Want soms zit er achter een goed lijkende daad een helemaal niet zo’n goede bedoeling. Neem het initiatief van gevolmachtigde minister Carls Manuel om zo’n 25 in Den Haag gestationeerde ambassadeurs uit te nodigen voor een zonnig uitje naar Curaçao, in de hoop dat zij hun regeringen aanraden het eiland tot preferred partner te promoveren. De vraag is wie beter wordt van het diplomatieke schoolreisje: Curaçao of het familiebedrijf waaraan Manuel de organisatie heeft uitbesteed?

Het zou niet de eerste keer zijn dat de gevmin eigen gewin verpakt als een onbaatzuchtige daad. Zo hielp hij in geldnood verkerende medestudenten met een lening om hen vervolgens wel op een woekerrente te trakteren. Ook ritselde hij een gratis ticket voor een wanhopige moeder indien zij in ruil daarvoor wereldkundig zou maken hoe “bewonderenswaardig” zijne excellentie met het gewone volk meeleeft. Dus beter even wachten de loftrompet uit de kast te halen voor Manuel.

Tenslotte, speciaal voor de groeiende schare Kadushi-fans op Bonaire, gaan er twee vaantjes naar het Flamingo-eiland. De eerste is voor hypocrisie. Bonairiaanse politici eisen op hoge toon van Den Haag dat alle nationale wetten en regelingen inclusief bijbehorende documenten in het Papiaments worden vertaald. Maar wat bleek deze week: stukken die de raad zelf maakt (zoals het Raadscommunicatieplan) zijn in algemeen zeer beschaafd Nederlands geschreven.

Het tweede vaantje is voor luiheid. Want wie het Raadscommunicatieplan naast dat van de gemeente West-Betuwe legt, ziet dat er (zonder bronvermelding!) flink gecopypasted is. En met geen enkele aanpassing vanwege de beweerde zo van Nederland afwijkende omstandigheden. Waarmee wnd. eilandgriffier De Wolff zijn reputatie bevestigt: zich laten betalen, voor wat hij niet levert.

Kadushi is het buitenbeentje van DossierKoninkrijksrelaties.nl: een stekelige rubriek die soms wel eens ‘au’ kan doen.

error: Deze inhoud mag niet gekopieerd worden.