Zelfs voor pauperoorden als Den Helder en Heerlen – je wil daar nog niet dood worden gevonden – is het makkelijker een burgemeester te vinden dan een gezaghebber voor het zonnigste dorp van het land, Bonaire. Hoe treurig moet het wel niet met de bijzondere gemeente gesteld zijn dat de enige twee na weging voor het ambt van gezaghebber geschikt bevonden kandidaten ervandoor gingen als een duivel die wijwater ruikt. Negen maanden nadat Edison Rijna de rol van kop van jut inruilde voor een nuttiger bestaan als BES-gezant, wil het ministerie van BZK de zoektocht naar zijn opvolger van voren af aan doen. Dat lijkt Kadushi een doodlopende weg.
De twee bestuurlijke zwaargewichten hebben immers niet zomaar, nadat zijzelf al heel veel energie en tijd in de contest gestoken moeten hebben, op het moment suprême dat staatssecretaris Van Huffelen haar aanzoek deed de kuierlatten genomen. Je zou bijna denken dat er tussen het moment dat zij hun ongetwijfeld driedubbel overdachte sollicitatiebrief componeerden en ze alleen nog maar hun ja-woord hoefden te geven, iets verschrikkelijks is gebeurd waardoor ze dachten: Geef dit portie maar aan Fikkie.
Zo angstaanjagend is het toch ook weer niet dat de nogal druistige Clark Abraham sinds kort de baas speelt over Bonaire. Hij gromt en blaft misschien als een opgefokt pitbulletje, maar doorbijten is wat anders. Er moet méér aan het handje zijn waarom de twee droomkandidaten het zo benauwd hebben gekregen als een bruidegom die zich staand voor het altaar opeens realiseert dat zijn aanstaande steeds meer op haar moeder begint te lijken.
De woorden “Geef ze eens ongelijk” waren deze week onder de Bonairianen trendic topic. En zo is het. Uit het op 10-10-10 gelegde ei is een lelijk eendje gekropen, dat maar niet tot een gracieuze zwaan wil uitgroeien. Bonaire heeft potentie te over, maar politiek gepuber en bestuurlijk onvermogen staan in de weg daar iets anders mee te doen dan erover te kibbelen. Het talent dat wel degelijk op het eiland rondloopt, kijkt daarom wel linker uit een professionele werkomgeving op te offeren voor een kuil vol, elkaar in de staart bijtende slangen. Precies de reden waarom echte kanjers (naar Caribische begrippen dan) niet in de rij staan om gezaghebber te worden.
Om van het eiland nog iets te maken, moet het openbaar bestuur inclusief het ambtelijk apparaat flink op de schop. Als je die klus, zoals BZK, aan een nieuwe gezaghebber wil overlaten, zal deze wel verzekerd willen zijn van rugdekking. En juist in dat opzicht heeft het ministerie een beroerd track record. Zie hoe het de premiers Miguel Pourier, Mike Eman en Eugene Rhuggenaath, maar ook regeringscommissaris van Statia Mike Franco en rijksvertegenwoordiger voor Caribisch Nederland Gilbert Isabella is vergaan.
Het kabinet wil bestuurders die de shit zo ver mogelijk van het Haagse bordje weghouden, maar laat elke keer opnieuw degenen die uit roeping, dan wel naïviteit deze ondankbare taak op zich nemen, keihard vallen als het even spannend wordt. Het is misschien geen onwil of onkunde, maar begrijpelijke frustratie over de geringe bereidheid van overzeese politici (de spaarzame uitzonderingen daargelaten) zich voor de eigen bevolking in te zetten, tenzij family or friends.
Intussen dreigt er weer een tonnetje of meer en veel calorieën te worden verstookt om een duizenddingendoekje-op-pootjes op te snorren die voor een tamelijke schamele gage de kastanjes uit het – niet zelden vanuit de residentie opgepookte – vuur wil halen. Doe het niet, zegt Kadushi. Het aanzien van het gezaghebberschap heeft door het mislukken van de eerste vruchteloos gebleven zoektocht een lelijke kras opgelopen. Die ook de nieuwkomer met zich mee zal dragen, want op zijn best wordt hij/zij/hen gezien als derde keus.
Bonaire was al in de tijd van toenmalig staatssecretaris Knops (die het inmiddels heeft geschopt tot Prins van carnavalsvereniging D’n Tuutekop) rijp voor een ingreep, maar de kleine generaal had na de voor hem traumatisch verlopen slag om het mijnenveld dat Statia heet geen trek in een tweede front. Toch verdient Bonaire een strenge hand die de bezem door de organisatie haalt, de boel opschudt en de lijntjes (nee, dat is geen toespeling) aangeeft waarbinnen bestuurders mogen kleuren.
Dus vergeet dat politiek correcte gedoe de Eilandsraad – die toch liever reist dan besluiten te nemen – inspraak te geven en stel een sterk in zijn schoenen staande interim-gezaghebber aan. Een troubleshooter en gelijktijdig opvoeder die in 2 tot 3 jaar orde op zaken stelt. Is zo’n Henk Kamp-twee-punt-nul dan wel te vinden? Er schieten Kadushi spontaan 3 namen te binnen van mensen die je zo’n bijna mission impossible wel kunt toevertrouwen: oud-gedeputeerde van Saba en huidig Vertegenwoordiger van Nederland op Sint Maarten Chris Johnson (al zal die wel op spoedcursus Papiaments moeten), voormalig minister-president van de Nederlandse Antillen Etienne Ys en Edson Hato die zwaar overgekwalificeerd is voor het suffe baantje van afgezant van Nederland in Willemstad dat hij nu bekleedt.
Als BZK dan ook nog genegen is – al dan niet via de VNG of de Bestuursacademie – te investeren in een Caribische kweekvijver voor politiek/bestuurlijk talent kan het best nog goed komen met Bonaire. Overigens, as we speak is er nog een reden waarom een nieuwe zoektocht naar een ‘gewone’ gezaghebber nu nóg kanslozer is. Dealen met een in de oppositiestand vastgeroeste gedeputeerde is één, maar als je straks allicht ook nog een bewindspersoon moet dienen die een door de PVV gedomineerd kabinet vertegenwoordigt…
Kadushi is het buitenbeentje van DossierKoninkrijksrelaties.nl: een stekelige rubriek die soms wel eens ‘au’ kan doen.
