Den Haag – De Eerste Kamercommissie voor Koninkrijksrelaties heeft nog steeds moeite met de voorwaarde van staatssecretaris Van Huffelen dat Aruba eerst moet instemmen met de Rijkswet Aruba financieel toezicht alvorens het land een lagere rente hoeft te betalen over de coronalening van ruim 900 miljoen gulden.
De beantwoording van eerdere vragen door de bewindsvrouw heeft de commissie niet tevreden gesteld. Om die reden hebben verschillende fracties aanvullende vragen gesteld. GroenLinks/PvdA vraagt of het fair is Aruba nieuwe vooraarden te stellen nadat de lening was aangegaan. De ChristenUnie oppert een expert advies te vragen.
De Partij voor de Dieren wil dat de Raad van State of de Landsadvocaat wordt gevraagd of wellicht sprake is van misbruik van bevoegdheid c.q. onaanvaardbare inbreuk op de autonomie van Aruba door Nederland.
Eerder deze week bevestigde Van Huffelen dat er geen schot zit in de gesprekken met Aruba over de rijkswet. Binnenkort brengt minister-president Wever-Croes een werkbezoek aan Den Haag. Wat de staatssecretaris betreft komt dan ook de rijkswet ter sprake.
De aanvullende vragen van de commissie
De leden van de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties (KOREL) hebben met belangstelling kennisgenomen van uw antwoorden op vragen van diverse leden over de herfinanciering van de liquiditeitssteun aan Aruba.
Naar aanleiding van uw antwoorden hebben de fracties van GroenLinks-PvdA, ChristenUnie, en PvdD nog een aantal vervolgvragen. De leden van de fractie van BBB, SP, Volt en OPNL sluiten zich aan bij de gestelde vragen. De leden van de PvdD-fractie sluiten zich eveneens bij de overige vragen aan. De leden van de JA21-fractie sluiten zich aan bij de vragen van de ChristenUnie-fractie. De leden van de Volt-fractie hebben tot slot nog een aanvullende vraag bij de vragen van de leden van de PvdD-fractie.
De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA danken u voor de antwoorden op de eerder gestelde vragen. Deze leden hebben nog een enkele vervolgvraag over het onderstaand geciteerde antwoord op vraag 7.
“7. Bent u bereid om de leenovereenkomst aan te passen door alsnog het lagere renteper-centage daarin op te nemen als aan de twee volgende voorwaarden wordt voldaan:
1. In de LAft worden begrotingsnormen opgenomen die vergelijkbaar zijn aan die welke in het ontwerp voor de rijkswet waren vervat;
2. In de leenovereenkomst wordt een clausule opgenomen die Nederland het recht geeft om een hoger rentepercentage in rekening te brengen als Aruba zou besluiten om de in de LAft opgenomen begrotingsnormen die vergelijkbaar zouden zijn aan die welke in het ontwerp voor de rijkswet waren vervat, weer te wijzigen?
Antwoord: Nee. Deze aanpassing zou ook in strijd zijn met een in de Tweede Kamer aangenomen motie van de leden Kamminga (VVD) en Van den Berg (CDA). Vanaf het begin van de onderhandelingen is de positie van Nederland duidelijk geweest. Aruba heeft hierin zelf een keuze gemaakt. Herfinanciering van de covidlening bij Nederland was overigens niet verplicht. Aruba had en heeft de ruimte om de lening via de kapitaalmarkt te herfinancieren zonder boete-rente in verband met vervroegde aflossing aan Nederland te hoeven betalen”.
Deze leden lezen in dit antwoord dat u alleen bereid bent om voor een lager rentepercentage dan destijds vermoedelijk door de markt zou zijn gevraagd de Covidlening te herfinancieren als Aruba instemt met de gevraagde Rijkswet, ongeacht de omvang van het financiële risico dat Nederland met deze herfinanciering loopt. Wat is de grondslag of onderbouwing van dit standpunt? Deze leden begrijpen het uitgangspunt dat een groter financieel risico een hogere rente rechtvaardigt. En dus ook hoe lager het risico, hoe lager de rente. Het loslaten van dit uitgangspunt is echter niet direct begrijpelijk.
Welke andere overwegingen dan het dekken van een financieel risico laat de regering meewegen in het vasthouden aan de eis van de Rijkswet in het geval op andere wijze het financiële risico wordt verkleind? Spelen er andere belangen mee dan alleen die van het terugbetalen van de COVID-lening en zo ja, welke? En in het geval er inderdaad andere belangen meespelen, is het dan fair om deze eerst na het verlenen van de lening te stellen, in het bijzonder met de wetenschap dat de COVID-lening door het land Aruba is aangegaan op een moment dat de economische nood als gevolg van Covid zeer hoog was en naar de letter en geest van het Statuut het land zich eerst tot Nederland heeft gewend voor hulp en steun?
De marktrente is inmiddels gedaald. Is Nederland bereid tegen deze lagere rente de herfinanciering te herfinancieren of kan Aruba deze herfinanciering alleen via de markt verkrijgen?
De leden van de ChristenUnie-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de brief d.d. 19 december 2023 van de minister-president van Aruba in reactie op de brief staatssecretaris BZK d.d. 12 december 2023. De leden van de ChristenUnie-fractie hebben behoefte om nog een aantal vragen te stellen.
1. Hoe wordt er door u gekeken naar het overzicht van de ontwikkeling van de schuldquote van Aruba in samenhang met de beantwoording van vraag 4 van de minister-president van Aruba en kunt u aangeven wat voor waarde door de regering aan dit overzicht gegeven kan worden?
2. Als antwoord op vraag 5 geeft de minister-president van Aruba aan dat de regering van Aruba de LAft niet eenzijdig kan wijzigen. Hoe reflecteert u hierop? Hoe reflecteert u op het voorstel om een expert aan te trekken om hierover te adviseren?
3. De minister-president van Aruba geeft in het antwoord op vraag 6 aan dat door Aruba expliciet ervoor gekozen is om geen publiekrechtelijke bepalingen in de zakelijke overeenkomst op te nemen omdat dat zou kunnen leiden tot een ‘event of default’. Kunt u hierop reflecteren? Hoe reflecteert u op het voorstel van Aruba om publiekrechtelijke afspraken in een separaat protocol op te nemen bij de zakelijke overeenkomst?
De leden van de PvdD-fractie hebben nog de volgende vervolgvragen. Ten aanzien van de beantwoording van de eerdere vraag 1 van de PvdD-fractie:
Vraag 1a Kan uit uw beantwoording van vraag 1 worden opgemaakt dat het nadeel dat Aruba ondervindt van het niet inwilligen van de eis om mee te werken aan de totstandkoming van een rijkswet Aruba financieel toezicht 305 miljoen AWG bedraagt?
Vraag 1b Klopt het dat dit nadeel ongeveer 155 miljoen euro bedraagt?
Vraag 1c Kunt u begrijpen dat Aruba het extra moeten betalen van zo’n groot bedrag omdat zij niet wil instemmen met een regeling bij rijkswet, beschouwt als een straf op het niet meewerken aan wat de Nederlandse overheid van haar verlangt, te weten het aanvaarden van een inbreuk op haar autonomie?
Vraag 2 De leden van de PvdD-fractie constateren het volgende:
– Uit de beantwoording van vraag 3 van de PvdD-fractie blijkt dat Aruba de begrotingsnormen die in de conceptrijkswet waren opgenomen, heeft overgenomen in haar eigen landsverordening over financieel toezicht.
– Uit de beantwoording van vraag 4 blijkt dat er geen concrete aanwijzingen zijn voor verwachte betalingsproblemen bij Aruba.
– Uit de beantwoording van de vragen 2 en 5 blijkt dat het opnemen van de begrotingsnormen in de eigen landsverordening voor Nederland niet relevant was, omdat er geen garantie bestaat dat is uitgesloten dat Aruba die eigen landsverordening op een later moment op een in de visie van Nederland nadelige wijze zal wijzigen.
Vraag 2a Kloppen deze constateringen?
Vraag 2b Als er een garantie is dat de begrotingsnormen in de landsverordening overeenstemmen met die van de voorgenomen rijkswet en dat deze niet door Aruba zullen worden gewijzigd, welk voordeel zou er dan voor Nederland bestaan bij een regeling via de rijkswet? Kunt u dat concreet onderbouwen?
Vraag 2c Als in de leningsovereenkomst of in een aparte overeenkomst wordt neergelegd dat het voor Aruba gehanteerde gunstige rentepercentage van 5,1% en daarna indicatief 3,4% (zoals is aangegeven in het antwoord op vraag 1) door Nederland eenzijdig kan worden gewijzigd naar 6,9% op het moment dat Aruba zou overgaan tot wijziging van de begrotingsnormen in de Laft, welk risico zou Nederland dan lopen dat zich niet voordoet indien Aruba zou meewerken aan de totstandkoming van een rijkswet?
Vraag 2d Deelt u de mening van de leden van de fractie van de PvdD dat als de begrotingsnormen zoals opgenomen in de concept rijkswet in de Laft worden vervat en er een garantie is dat die niet door Aruba zullen worden gewijzigd, voldaan is aan de overweging in de Tweede Kamermotie-Kamminga/Van den Berg luidende: “van mening dat het voor een duurzame en gezonde economische toekomst en daarnaast voor duurzaam houdbare overheidsfinanciën essentieel is dat het toezicht op orde is” en dat in het geval zoals in vraag 2c beschreven aan deze motie-Kamminga/Van den Berg is voldaan, weliswaar niet naar de letter maar wel naar de strekking en het doel van die motie?
Vraag 3 Bent u bereid om aan de Raad van State of aan de landsadvocaat de vraag voor te leggen of het blijven verlangen van medewerking aan de totstandkoming van een rijkswet in een situatie dat de begrotingsnormen van die voorgenomen rijkswet in de Laft zijn opgenomen terwijl Nederland het recht heeft bij wijziging daarvan van de voordelige rente naar de hogere rente terug te keren, getuigt van misbruik van bevoegdheid c.q. van een in het licht van het Statuut rechtens onaanvaardbare inbreuk op de autonomie van Aruba?
De leden van de fractie van Volt voegen hier graag nog de volgende vraag aan toe:
Vraag 4 In de Algemene Financiële Beschouwingen heeft de regering aangegeven dat het mogelijk en gebruikelijk is om bepaalde inkomsten te laten toevloeien naar de betreffende begroting. Kan de staatssecretaris toezeggen dat de additionele rente-inkomsten die aan Aruba zijn opgelegd op de één of andere manier integraal ten goede zullen komen aan Aruba?
