Bonaire

COLUMN – Bericht uit Bonaire

In de zondagse estafette-rubriek ‘Bericht uit…’ belichten columnisten uit de Caribische delen van het Koninkrijk bij toerbeurt de kanten van hun eiland waarvan zij vinden dat die de aandacht van alle koninkrijksburgers verdienen. Vandaag komt het bericht uit Bonaire.

De taal van zelfredzaamheid

Door Burney el Hage

In 2023 is een belangrijke mijlpaal bereikt voor wat betreft armoedebestrijding op Bonaire: het instellen van een sociaal minimum. De Tweede Kamer heeft, beter laat dan nooit, besloten dat per 1 juli 2024 een sociaal minimum wordt ingevoerd op de BES-eilanden. Onderzoek heeft uitgewezen dat 11.000 van de 30.000 inwoners in armoede leven. De meesten uit deze groep hebben gewoon een baan of een pensioenuitkering.

Voor armoedebestrijding bestaat geen quick fix, maar in ieder geval wordt er met de komst van een sociaal minimum een belangrijke stap in de goede richting gezet. Ook voor de laagbetaalden moet werk lonen en bijdragen aan hun zelfredzaamheid. Burgers hebben recht op bestaanszekerheid en een menswaardig bestaan.

Tegelijkertijd, om zelfredzaamheid te bereiken is het geven van geld of het invoeren van een sociaal minimum, op zichzelf niet voldoende. Zonder te gaan filosoferen over verschillende relevante aspecten van zelfredzaamheid, wil ik één specifiek aspect onder de aandacht brengen, namelijk: de instructietaal in het onderwijs. Een zeer gevoelig onderwerp op de ABC-eilanden. Een meerderheid van de inwoners op Bonaire (zo ook op Aruba en Curaçao) spreekt van huis uit Papiamento, onze moedertaal.

Op school is Nederlands de instructietaal en op de arbeidsmarkt vindt de communicatie overwegend in het Engels plaats; tenzij je binnen de publieke sector werkt. Kenners van Bonaire weten hoe het gesteld is met onze beheersing van de Nederlandse taal: niet bepaald goed. En als boosdoener wijzen wij het Nederlands als instructietaal binnen het onderwijs aan. De zwakke beheersing van het Nederlands heeft invloed op het uiteindelijke opleidingsniveau dat behaald wordt, de kansen op de arbeidsmarkt en uiteraard ook op de mate van zelfredzaamheid van de persoon in kwestie.

Onze instructietaal is dus een risico voor de structurele verbetering van de economische positie van de inwoners van Bonaire (c.q. armoedebestrijding). De Nederlandse taal is niet makkelijk, vooral als het niet je moedertaal is en je het weinig hoort en spreekt, anders dan tijdens de verplichte lessen op school. Maar ook Papiamento is niet bepaald eenvoudig als je dat als instructietaal wil gebruiken. Bovendien zijn met Papiamento je mogelijkheden in het economisch verkeer zelfs beperkter dan zwakke beheersing van het Nederlands. Ik hou van mijn Papiamento, het is de taal die onlosmakelijk verbonden is met mijn culturele historie en identiteit. Maar de harde realiteit is dat Papiamento mij (zeker vooralsnog) geen brood op de plank brengt.

De instructietaal moet de taal van zelfredzaamheid zijn. Een instructietaal moet een investering zijn die zich terugverdient in de tijd. Voorop staat dat wij als inwoners van het Koninkrijk der Nederlanden fatsoenlijk Nederlands dienen te kunnen spreken. Dat is de taal die ons allen bindt. Maar op ons eiland, waar onze moedertaal Papiamento is, moeten we onze ogen niet sluiten voor de realiteit. Terwijl de voor- en tegenstanders elkaar met linguïstische en pedagogische argumenten van hun gelijk proberen te overtuigen, verandert de samenstelling van onze samenleving. De jongere generaties, ongeacht of ze Papiamento, Nederlands, Spaans of Chinees als moedertaal hebben, communiceren onderling steeds vaker in het Engels. Engels is ook de taal waarin de jongere generaties worden ondergedompeld, de taal waarin zij zich thuis lijken te voelen.

Dit fenomeen is al lange tijd gaande en komt op alle eilanden voor. Het wordt gezien als een bedreiging voor het Papiamento en Nederlands. Maar is dat wel zo? Deze trend biedt ook kansen. Terwijl wij ons, met onze culturele geschiedenis in het achterhoofd, blindstaren op hetzij Nederlands, hetzij Papiamento als instructietaal, wijzen onze kinderen ons misschien wel de weg naar de instructietaal van de toekomst: Engels.

Niemand is gebaat bij een vlees-noch-vis-keuze. De instructietaal van de toekomst moet de taal van zelfredzaamheid worden.

error: Deze inhoud mag niet gekopieerd worden.