Inwoners BES-eilanden met minder tevredener dan Europese Nederlanders

Kralendijk – De meeste inwoners van Bonaire, Sint Eustatius en Saba zijn tevreden met het leven, hoewel de materiële welvaart relatief laag is. Vergeleken met Europees Nederland is het besteedbaar inkomen laag. Ook geven relatief veel mensen aan dat ze moeite hebben om rond te komen. Verder is de inkomensongelijkheid groot. Dit blijkt uit de tweede editie van de Monitor Brede Welvaart en de Sustainable Development Goals 2023 over Caribisch Nederland van het CBS.

Brede welvaart gaat over de kwaliteit van leven hier en nu, en de mate waarin deze ten koste gaat van de brede welvaart van latere generaties of van die van mensen elders in de wereld. De monitor over Caribisch Nederland is nog in ontwikkeling en bevat dit jaar de dimensie ‘hier en nu’ en 9 van de 17 Sustainable Development Goals (SDG’s). De focus van de monitor ligt op de periode 2015-2022.

Rond de 90 procent tevreden met het leven

De tevredenheid met het leven is in 2021 op alle drie de eilanden hoog. Vooral op Sint Eustatius (93,1 procent) maar ook op Saba (88,4 procent) en Bonaire (87,5 procent), zijn meer mensen tevreden met het leven dan in Europees Nederland. Daar gaf 83,6 procent het leven een cijfer van 7 of hoger. Op Sint Eustatius is de tevredenheid bovendien toegenomen.

Lage materiële welvaart

Op Saba neemt het gestandaardiseerde besteedbaar huishoudensinkomen trendmatig toe, terwijl op Sint Eustatius en Bonaire de trend op de middellange termijn stabiel is. Het besteedbaar inkomen was op Bonaire, Sint Eustatius en Saba in 2021 respectievelijk 17,9 duizend, 18,2 duizend en 21,2 duizend Amerikaanse dollar. Deze inkomensniveaus liggen daarmee tussen de 50 en de 60 procent van het besteedbaar inkomen in Europees Nederland. De tevredenheid met de financiële situatie ligt afhankelijk van het eiland tussen 62 en de 76 procent.

Materiële welvaart kan ook worden uitgedrukt in het aandeel van de bevolking dat aangeeft moeilijk rond te kunnen komen. Op Saba is dat sinds 2017 gedaald naar 22,6 procent in 2021, op Sint Eustatius (32 procent) en Bonaire (19,7 procent) is het stabiel.

Inkomensongelijkheid onveranderd groot

De inkomensongelijkheid is in Caribisch Nederland relatief groot. De twintig procent huishoudens met de hoogste inkomens hebben in 2021, afhankelijk van het eiland, 7 tot 11 keer zoveel inkomen als de twintig procent huishoudens met de laagste inkomens (de 80/20 ratio). In Europees Nederland verdienen de hoogste inkomens 4,5 keer zo veel als de laagste. De ongelijkheid op de eilanden is tussen 2015 en 2021 vrijwel onveranderd.

Een andere maatstaf voor de inkomensongelijkheid is de Gini-coëfficiënt. Deze coëfficiënt wordt weergegeven als een cijfer tussen 0 en 1, waarbij 0 betekent dat de inkomens helemaal gelijk verdeeld zijn. De Gini-coëfficiënten op Bonaire (0,39), Sint Eustatius (0,41) en Saba (0,36) waren in 2021 hoger dan die in Europees Nederland (0,29).

Hoge arbeidsparticipatie

Hoewel de materiële welvaart laag is, is de arbeidsparticipatie relatief hoog. De netto arbeidsparticipatie op Bonaire en Sint Eustatius lag in 2022 zelfs nog iets hoger dan in Europees Nederland, dat koploper is in de EU. De verschillen in arbeidsparticipatie tussen mannen en vrouwen zijn in Caribisch Nederland kleiner. Saba heeft de laagste arbeidsparticipatie van de drie eilanden. Net als in Europees Nederland was de werkloosheid in 2022 op de eilanden laag.

Relatief laag onderwijsniveau

Het onderwijsniveau speelt een rol bij de latere positie op de arbeidsmarkt en het bijbehorende inkomen. Caribisch Nederland telt relatief veel laagopgeleiden. Dat geldt met name voor Bonaire en Sint Eustatius, waar in 2022 respectievelijk 50,5 en 61,7 procent van de bevolking tussen de 15 en 75 jaar laag is opgeleid. Op Bonaire is dat aandeel ook hoger dan twee jaar eerder. Ondanks een hoog aandeel laagopgeleiden is in 2021 meer dan 70 procent van de inwoners van 15 jaar en ouder tevreden met de opleidingskansen.

error: Deze inhoud mag niet gekopieerd worden.